Geschiedenis

donderdag 17 april 2025

Dienstmaagd wordt dienstmeid

Brief aan Frans

Frans, we waren hier nog niet uitgebuurt, we hadden nog zoveel te vertellen en te vragen. Nu ben je daar ergens boven en zweef en zwerf je tussen zielen op zoek naar mooie verhalen, zoals je dat bij ons, levenden, ook deed. Dan buurt je wat met interessante figuren en krijg je leuke weetjes te horen.

Nu kreeg ik onlangs documenten onder ogen, waarbij ik mij na het lezen geschrokken afvroeg, wat er zich daadwerkelijk heeft afgespeeld. Ik bleef met de vraag zitten of jij dit document ook hebt gekend. Het gaat om het volgende.

We schrijven het jaar 1769. Catharina moet zich behoorlijk bezwaard gevoeld hebben door het gebeurde, hoewel zij er geen schuld aan had. Zij wilde haar verhaal kwijt en wie anders dan de pastoor was daarvoor de meest aangewezen persoon, dacht zij. Dus trok zij de stoute schoenen aan en ging enkele dagen voor kerst biechten bij de roomse priester Wilhelmus Beekmans.

De pastoor vroeg haar bij de biecht of zij het niet graag had laten doen en of zij het graag had gehad? Catharina antwoordde: “Neen Mijnheer Pastoor, Leendert heeft mij daer toe gedwongen.” Nog botter werd Beekmans door haar recht voor haar raap te vragen of zij hem “bij sijn Lulleke had gevat.” Catharina dacht nog bij haarzelf: maar mijnheer pastoor toch, zoiets vraagt u niet aan een meisje. Maar netjes antwoordde zij: “Neen, kon ik het Schurkxke maer eens bij mij krijgen, wat soude ik hem heekelen, maar hij koomt niet bij mij.


Enkele maanden na haar biecht wordt zij gevangen gezet en mijn vraag is, Frans, kan jij eens naar de zwervende ziel van pastoor Beekmans gaan en hem vragen eerlijk te antwoorden of hij hier een rol in heeft gespeeld? Heeft hij het biechtgeheim soms geschonden en Catharina aangegeven bij drossard Gisbert en de schepenen? Ik ben benieuwd naar zijn antwoord, hoewel je dit niet naar mij kunt doorseinen.

Ja, Frans, misschien voel je al aankomen over wie Catharina het heeft. Het gaat over Leendert Leendert Leenders, je verre familie.

Leendert pacht een hoeve van de heer van Beek en Donk, Gisbert de Jong. Hij is getrouwd met Ida Tonij Bartels van de Reijt die in juli van dat jaar zwanger is. De Catharina waar het hier over gaat is Catharina Lambert Strijbosch, bijgenaamd Roosen. Zij is negentien jaar oud en dienstmaagd bij Leendert. Als Leendert in die maand met paard en kar naar de Peel gaat om turf te halen gaat Catharina mee. Zij zit naast hem. Zij zijn de Leekerstraat nog niet uit of hij stoot haar achterover en zegt “Blijft stil liggen.” Ondertussen tilt hij haar rokken op, maakt zijn broek los en ging op haar blote buik liggen en verkracht haar. Zij wil hem tegenhouden, schreeuwt en springt van de kar af. Maar zij moet mee en in de Peel gebeurt het nog twee keer, een keer voor de middag en een keer na de middag!

Dit vreselijke relaas staat bijna letterlijk opgetekend in het verhoor dat Catharina heeft bij de schepenen van ons dorp.

Maar, Frans, het wordt nog erger.

In november van datzelfde jaar is het kermis op de Donk. Leendert komt dan thuis van een bezoek aan zijn broer, Tonij Leendert Leenders, en zijn vrouw Ida ligt al in bed. Leendert zegt haar: Caat, gij moet nog wat opblijven om de paarden wat hooi te geven.” Zij kruipt de schelft op om hooi te pakken. Hij is haar achternagegaan en trekt haar in het hooi. Weer zei hij: “Blijft stil liggen dan zal ik Uw een sestehalff geeven.” Zij weigert het geld aan te nemen en wil van de schelft gaan, maar hij hield haar vast en weer verkracht en misbruikt hij haar. En drie weken voor kerstmis, kort na de middag, zijn Catharina en Leendert in de schuur om stro op te binden, waarop hij haar op de grond drukt, zijn broek losmaakt, haar rokken optrekt en haar met geweld verkracht, ondanks dat zij dit wil beletten. Terwijl hij bezig was, zei hij haar dat als zij hem zijn zin liet doen, hij haar weer zou huren. Zij antwoordde: “Ik wil mij niet meer verhuren, ik ga naar mijn ouders.”

In de verklaring aan de schepenen spreekt zij niet alleen over deze drie verkrachtingen, maar zegt dat zij meerdere keren ermee geconfronteerd is geweest. Hoeveel keer wist Catharina niet, wel dat zij tot drie keer in het veld door hem “vleeselijk is gebruikt gewerden.” Steeds krijgt zij te horen: “Sijt maer gerust, daer sal niets van koomen, Gij moet daer tegen niemand van seggen.” Niet alleen is zij door Leendert verschillende keren verkracht, ook heeft hij haar tot tweemaal toe met de dood bedreigd door te zeggen dat hij haar de keel zal doorsnijden als zij dit aan anderen vertelt.

Frans, het is verschrikkelijk wat er gebeurd is, maar het ergste van dit alles is nog wel dat Catharina niet het slachtoffer is, maar tot dader wordt bestempeld! Dit komt door wat honderd jaar eerder in wetgeving is vastgelegd. In het zogeheten Echtreglement uit 1656 zegt ’n artikel dat een ongehuwde vrouw een maand op water en brood wordt gezet als zij overspel pleegt en gemeenschap heeft met een getrouwde man. Maar dat is hier met Catharina niet gebeurd, zij heeft niet met wederzijdse goedkeuring gemeenschap gehad, zoals we dat tegenwoordig zeggen. Zij is verkracht! En toch wordt zij door de schepenen gevangengezet.

Nog ’n vraag, Frans, is ook Leendert gestraft? Dat is niet helemaal duidelijk. In de stukken staat dat de schepenen vinden dat ook Leendert bestraft mag worden. Of dit ook daadwerkelijk is gebeurd staat niet beschreven. Het zou dan gaan om een ander artikel uit ditzelfde reglement. Er staat namelijk geschreven dat als de man overspel pleegt bij een ongetrouwde vrouw hij eerloos is en meineed pleegt. Hij moet een boete van honderd gulden betalen en bovendien kan hij geen officiële functie meer uitoefenen, zoals bijvoorbeeld secretaris of schepen. Buurt eens met drossard Gisbert en vraag hem of hij Leendert heeft gevonnist? Of heeft hij hem de hand boven het hoofd gehouden, omdat Leendert bij hem pachtte?

Tot slot, Frans, wil ik uitdrukkelijk hier vermelden dat jij je nergens voor hoeft te schamen. Want iemand kan niet schuldig zijn aan wat een ander familielid ooit in het verleden heeft uitgespookt. Ik schrijf deze brief omdat ik denk dat je ook zo’n verhaal graag had willen kennen, ook al komt het hard aan. Wellicht kan jij het een en ander daarboven rechtzetten, dan doe ik het hier, want je zult het denk ik met mij eens zijn dat Catharina gerehabiliteerd moet worden? Eerherstel is toch wel het minste wat wij voor haar kunnen doen. Dus Catharina treft geen enkele blaam, zij was slachtoffer en geen dader!

Groet, Zjon

 

Nog wat feiten op een rijtje

Catharina ging bij Laurens Maas werken en trouwde later in oktober 1771 met Lambert Caspers Houbraken in Gemert.

Leendert kreeg met Ida negen kinderen. Leendert werd op 5 april 1800 begraven, Ida overleed op 24 maart 1811, beiden in Erp

Als in oude documenten sprake is van seks wordt dit altijd omschreven door “vleselijk converseren”, maar in deze zaak wordt uitdrukkelijk de term verkrachting gebruikt.

De term sestehalf(f) verwijst naar een oude Nederlandse munteenheid, ook wel bekend als vijf en een halve stuiver.

De schelft is een hooizolder.

Catharina vreesde zwanger te raken van Leendert. Het lijkt erop dat zij geluk heeft gehad en er goed langs af is gekomen.

 

Bronnen:
BHIC, Den Bosch, archief familie De Jong toegangsnummer 317, inventarisnummer 1504
RHC, Eindhoven, Schepenbank Beek en Donk 13048 inventarisnummer 39

 

 

 

 

 

Onbekend Donk, de Vogelenzang

Voordat de woningwet in het jaar 1901 in ons land van kracht werd, kon men een woning bouwen zonder daarvoor bij gemeente of provincie een vergunning nodig te hebben, zolang deze niet aan de provinciale weg kwamen staan. Daarom is het vaak moeilijk te achterhalen in welk jaar woningen daadwerkelijk zijn gebouwd. Via kadastergegevens vóór dat jaar 1901 kan men toch een redelijk goede inschatting maken van de bouw van deze en andere gebouwen.

De firma Van Thiel wilde voor haar arbeiders de nodige woningen bouwen, om zodoende een redelijke garantie te hebben dat zij bij de fabriek bleven werken. Want voor een paar cent méér per week stapte men graag over naar een ander bedrijf om daar aan de slag te gaan.

Rond het jaar 1880 zijn de eerste woningen voor de firma gebouwd. Dat gebeurde in de Leekerstraat, zoals de Mgr. Verhagenstraat over de Donkse brug toen nog heette. Deze wilde men een eind van de bestaande weg situeren en wel op een stuk grond dat eigendom was van de firma. Het was een rijtje van vier huizen die aan de Vogelenzangweg, in de volksmond kortweg de Vogelenzang genoemd, kwam te staan. Over de naam Vogelenzang zo meteen meer.

Hulpkaart van het kadaster met daarop de Vogelenzang in de Leekerstraat.
De steeg stond hierop nog niet ingetekend.

Deze vier woningen kregen de huisnummers D47 tot en met D50. In het eerste huis woonde spijkermaker Gerardus van der Heijden die in 1859 naar ons dorp kwam wonen; hij woonde eerst ergens anders in ons dorp. Daarvoor woonde hij met zijn gezin in Zaltbommel. Als Gerardus op 8 januari 1900 overlijdt, geeft een van zijn buren, Peter Vervullens, zijn dood aan bij de gemeente. De tweede vrouw van Gerardus, Theodora Dierks, blijft in het huis achter en later neemt zoon Adrianus het huis over.

Buurman van Gerardus werd spijkermaker Johannes Roest. Deze werd op 13 april 1844 in Beek en Donk geboren en werd weduwnaar van Petronella van der Putten die in 1879 stierf. Later trouwde hij met Wilhelmina Kouwenberg uit Gemert en zij betrokken samen als eerste dit huis op D48.

Hiernaast woonde Peter Vervullens. Hij was geboren in Gemert en getrouwd met Johanna van der Horst. Peter zou volgens de burgerlijke stand wever van beroep zijn, wat betekent dat hij in de linnenweverij bij Van Thiel werkzaam was. Op 24 september 1900 verhuisde Peter met zijn gezin naar Strijp, waar hij als scheerder te boek stond.

De laatste van de rij huizen werd bewoond door Leendert (Leonardus) Rooijakkers, geboren in Beek en Donk op 5 december 1836. Hij was getrouwd met Johanna Smits uit Gemert en was mandenmaker van beroep. Deze manden werden gebruikt voor het vervoer van klinknagels. Leendert verhuisde met vrouw en kind op 5 oktober 1883 naar Gemert, nadat hun vijf maanden oud zoontje Willem Wouter op 27 mei hier gestorven was. In zijn plaats kwam dagloner Willem Daniëls uit Lieshout op 26 november 1883 in zijn huis wonen, samen met zijn gezin. Als Willems vrouw, Anna Maria Huibers, op 9 december 1884 op 44-jarige leeftijd sterft, komt buurman Peter Vervullens daarvan aangifte bij de gemeente doen. Hierna was het de beurt aan ploegbaas Nicolaas Zwanenberg die de huur van het huis overnam. Hij kwam uit Den Bosch.

Verder in de tijd

We springen bijna dertig jaar verder in de tijd, als in december 1909 een grote staking bij de firma Van Thiel uitbreekt. Op dat moment wonen de volgende gezinnen in de Vogelenzang. Op nummer D47 draadtrekker Adrianus van der Heijden, getrouwd met Theodora de Haard. Hij betaalt ƒ1,25 per week huur. Daarnaast woont klinknagelpakker Mathijs van Eupen, getrouwd met Francina Vos. Hij moet elke week 94 cent betalen. Zijn buurman is draadtrekker Nicolaas van den Elzen, getrouwd met Leonarda de Haard en zus van Theodora de Haard. Hij heeft een huur van 85 cent. In het laatste huis woont spijkermaker Johannes van Neerven samen met zijn vrouw Maria Smits. Vlak voordat de staking uitbrak had deze Johannes van de firma de toezegging dat hij pensioen zou krijgen, maar spijkerhard als de Van Thiels waren, kon hij na afloop ervan fluiten naar zijn zuur verdiende centen. Hij was vanaf het begin bij Piet van Thiel in dienst. Johannes heeft de laagste huur, hij betaalt 80 cent per week.

Alle vier hoofdbewoners van de Vogelenzangweg staakten mee. In een eerder artikel voor D’n Tesnuzzik schreef ik dat in mei 1910 veertien gezinnen het huis werden uitgezet door een uitspraak van het Kantongerecht in Helmond. Van deze gezinnen woonden voor zover kan worden nagegaan vijf gezinnen in de Leekerstraat en drie in de Vogelenzang. Het moet over de brug een triest gezicht zijn geweest. De woningen D47, 48 en 49 kwamen leeg en ook Van Neerven op nummer 50 had een vonnis van de kantonrechter om te vertrekken. Maar bij dit gezin is niet bekend of het ook daadwerkelijk tot een uitzetting is gekomen. Waar alle gezinnen na de staking kwamen wonen is niet duidelijk, behalve van Mathijs van Eupen. Hij verhuisde na de staking naar Gemert waar hij in de bouw ging werken.

Sloop

In het jaar 1952 werden de huizen aan de Vogelenzang afgebroken. De laatste bewoners waren Adrianus [Janus] Hellings, getrouwd met Anna Maria Kluijtmans; Johannes (Hanneske) Coolen die getrouwd was met Petronella Smits; Petrus Hendricus (Hendrik) v.d. Boom, lange tijd raadslid voor de werknemers en getrouwd met Janske Lunenburg; en Johannes (Hannes) Vereijken, getrouwd met Hendrika Verkijlen. Na de sloop werd de ondergrond bij de tuin van de villa van Lex van Thiel getrokken. Een schutting zorgde ervoor dat de bewoners van de Mgr. Verhagenstraat geen zicht hadden welke groenten en fruit daar werden verbouwd voor de directeur van de firma. Van de huizen kan men dus niets meer terugvinden, wel van de weg. Deze aarden steeg die leidde naar de woningen, is er nog steeds. Het ligt in de huidige Mgr. Verhagenstraat tussen de nummers 13 en 15.

De oude aarden steeg, genaamd de Vogelenzang, ligt er nog steeds, de naam is in de nevelen der tijd verdwenen.
Misschien dat een naamplaatje aan de zijkant van het huis op nummer 15 een idee is. (Foto Zjon van de Laar)

Nog verder in de tijd

Halverwege de jaren tachtig krijgt buurtvereniging “Over de Brug” van de firma Thibodraad gratis grond ter beschikking om een speeltuin voor de kinderen aan te leggen. Het is het gedeelte van de voormalige tuin van Lex van Thiel, waar de woningen van de Vogelenzang hebben gestaan. Een van de speeltoestellen die geplaatst worden, is de oude schommel die de kinderen van Lex van Thiel vele jaren eerder gebruikt hebben.

De schommel van de familie Lex van Thiel, gerestaureerd door de buurtvereniging. (Foto Jan v.d. Molengraaf)

Naam Vogelenzang

In veel plaatsen in het land komt de naam Vogelenzang(weg) voor. Er zijn een drietal verklaringen te geven hoe wij hier bij ons aan de naam komen. In het Woordenboek der Nederlandse Taal kom je de volgende verklaring van het woord tegen. Het zou gaan om onbebouwd land of vogelweide. Vroeger was een gezegde “een land vogelzang laten liggen, wat zoveel betekende als “het geheel niet bewerken, er niet naar omzien”. In de rawazzie waar struiken en bomen groeien, kan het gebied aantrekkelijk voor vogels worden. Een andere minder voor de hand liggende verklaring bij ons is de volgende. Een van de gebouwen die bij het kasteel van de familie De Jong horen, is een boerderij aan de Starreboslaan, genaamd Vogelenzang. Toch lijkt het niet waarschijnlijk dat deze naam is overgenomen voor het straatje met de vier woningen bij de Leekerstraat.

Als meest waarschijnlijke verklaring kan het volgende hierover gezegd worden. Ruim honderd jaar voor de bouw van de woningen is sprake van een erfenis van een woning en meerdere gronden in het gebied De Braken waarin de weg Vogelenzang ligt. Francis Verhallen regelt een erfenis voor een zekere Willemijntje Barendsdochter, weduwe van Jan Hendrikx van den Bogard. Adriaen Hendrikszn van den Bogard woont in ons dorp en wordt erfgenaam van een gedeelte van huis en land. En nu komt het; deze Jan Hendrikx woonde met Willemijntje in Vogelsang, een dorp in de buurt van Zandvoort in Noord-Holland! Het kan dus zomaar zijn dat de naam van ons straatje een erfenis is van deze erfenis uit het jaar 1776.

 

Martien van de Laar (vader van de schrijver) oefent met zijn piston in de tuin van zijn huis.
Op de achtergrond een van de woningen aan de Vogelenzang.

Bronnen

RHC, Regionaal Historisch Centrum Eindhoven, 13048 Schepenbank Beek en Donk 1646-1810, schepenprotocollen
Kadaster Eindhoven, Hulpkaarten Beek en Donk
Jan v.d. Molengraaf, bewoner Mgr. Verhagenstraat
Info bewoners Mariet Adriaans

Gedeelte uit de schepenbank van Beek en Donk, waarin Francis Verhallen optreedt namens Willemijntje Barendsdochter.