Februari 1833 was de maat vol. Zo kon
het niet langer doorgaan. Telkens als ie voor de gemeente wat te doen had gehad
was het zover. En hij had vaak wat te doen. Dan moest hij weer naar de
raadsvergadering, dan weer naar de vergadering van burgemeester en assessoren.
Ook ging ie steeds mee naar de schouwvoering, waar van alles en nog wat in het
dorp gecontroleerd moest worden: zijn de sloten en beken schoon, zijn de dijken
goed onderhouden, zijn de huizen brandveilig genoeg en zijn er niet teveel
rupsenpoppen? En als de burgemeester opgeroepen werd voor de Landstorm, verving
Jan hem met alle gevolgen vandien; nog meer van huis. Er moest heel wat gestapt
worden in het dorp.
De familie praatte op hem in te
stoppen met het raadswerk, want het ging van kwaad tot erger en Jan beloofde
het wel, maar deed het niet. Zijn oudste zoon, Willem, zei daar paal en perk
aan te stellen, trok de stoute schoenen aan en stapte naar de burgemeester. Toen
hij het een en ander uit de doeken had gedaan, zei burgemeester De Munck begrip
te hebben voor de moeilijke situatie waarin de familie verkeerde, maar ook dat
hij niets voor hen kon doen en hij raadde aan om contact op te nemen met de
districtscommissaris voor advies. Dat deed Willem en ging naar Helmond.
Eenmaal op kantoor bij Wesselman stak
hij van wal. “Mijnheer de districtscommissaris, wij hebben thuis een groot
probleem, de burgemeester kan ons hierbij niet helpen en hij stuurde mij naar
u. Het zit namelijk zo. Mijn vader Johannes van Vegchel, Jan genoemd, is
raadslid en assessor in Beek en Donk. Sinds enkele jaren heeft hij zich
overgegeven aan de sterke drank. Hij is niet alleen tot last, maar door zijn
constante dronkenschap wordt hij ook door iedereen bespot. Hij verteert zoveel
geld dat de familie bijna niet meer rond kan komen. En de laatste drie jaar
gaat hij elke morgen van huis onder het voorwendsel de burgemeester helpen met
de inkwartiering van de soldaten in ons dorp. Maar zoals gezegd, is dat voor
hem een smoesje om zich de hele dag te bezatten en ’s avonds moeten we hem
in een of andere kroeg gaan zoeken om hem daarna met de kar naar huis te
brengen. Alstublieft, mijnheer de commissaris, kunt u hier iets aan doen?”
Wesselman wilde zijn handen niet aan
deze netelige kwestie branden en vroeg: “Wat denk je dat ik voor jullie kan
doen?" Waarop Willem antwoordde:
“Ontsla mijn vader alstublieft. Maar Wesselman zei: ”Ik kán je vader niet
ontslaan, omdat ik hem niet heb aangesteld. Hooguit kan ik een brief naar
jullie burgemeester schrijven om de gemeenteraad over je vader te laten klagen.
En als dat niet gaat zou de burgemeester een klacht bij mij kunnen indienen dat
de gemeente niks aan je vader als assessor heeft. Maar fraai is deze oplossing
niet en het zou beter zijn als je vader zelf ontslag zou nemen.” Waarop de zoon
antwoordde: “Dat proberen we al zo lang, hij zegt wel te zullen stoppen, maar
dan doet ie het niet, want dan heeft ie geen smoesje meer om naar het dorp te gaan.”
Nadat Willem onverrichterzake weer
richting huiswaarts vertrokken was, klom Wesselman in de pen en schreef de
burgemeester een brief om hem van dit onderhoud op de hoogte te brengen. De
burgemeester trok zich het lot van familie Van Vegchel aan en zette zich in
voor een fatsoenlijke oplossing. Telkens als hij Jan zag, praatte hij op hem in
dat het voor hem en zijn familie beter zou zijn om zijn ontslag in te dienen. En
als Jan niet wist hoe hij dat moest doen, zou de burgemeester hem hiermee wel
een handje helpen. Hij zette hem net zo lang onder druk tot zijn assessor
eindelijk toegaf. Vlug stelde De Munck een keurige ontslagbrief op die alleen
nog maar door Jan ondertekend hoefde te worden. Dat deed hij op 24 mei, de
brief ging meteen naar Wesselman toe die er voor Gedeputeerde Staten (GS) nog
een begeleidende brief bij deed waarin de achtergronden van deze
ontslagaanvrage uiteen werd gezet, zodat dit college geen bezwaar zou kunnen
maken.
In een andere brief die Wesselman ook
op 30 mei schreef, maar dan aan de Gouverneur van de provincie, draagt hij raadslid
Van Kemenade voor als een prima vervanger voorJan als assessor, maar de
Gouverneur had al van het ministerie van Binnenlandse Zaken vernomen dat
Cornelis van Kemenade benoemd was tot secretaris van Beek en Donk, omdat de
vorige, Ribbius, gestorven was, maar dat was nog niet bekendgemaakt.
Deel
van de door burgemeester De Munck opgestelde en door Jan ondertekende
ontslagbrief van 24 mei 1833
En op 4 juni 1833 kreeg het
gemeentebestuur een brief met de mededeling dat GS een schrijven van Wesselman
had gekregen om Jan eervol te ontslaan, op aangeven van hem zelf. GS was hiermee
akkoord gegaan en eindelijk kon een punt worden gezet achter dit onverkwikkelijke
familiedrama, zonder al te veel schade voor de gemeente, en geen schande meer voor
Johannes zelf en de familie.
Wie
volgde Jan op?
Het was in die tijd de gewoonte dat de
gemeenteraad twee kandidaten koos en hen voordroeg aan GS.Tijdens de
raadsvergadering van 6 september 1833 werd op kandidaten gestemd voor de
opvolging van Jan. Aanwezig waren burgemeester De Munck en de raadsleden Gerrit
Maas, Jan van Rixtel, Aart Crooijmans en Hendrik van den Oever. Als eerste
kandidaat kreeg Hendricus Swinkels vijf stemmen -in die tijd mocht de
burgemeester ook meestemmen- en als tweede kandidaat werd na twee stemmingen
Johannes Peters gekozen. Tegelijk was er de verkiezing van twee kandidaten ter
vervanging van raadslid en notaris Cornelis van Kemenade. Dirk Verhoeven werd 1ste
kandidaat en Nicolaas van Hout de 2e. Deze lijst met namen werd via
de districtscommissaris naar GS gestuurd met het verzoek de Gouverneur op de
hoogte te brengen.
De nummer één van de lijst genoot
duidelijk de voorkeur van de raad en gebruik was dat deze voordracht bijna
altijd werd overgenomen door de Gouverneur. Zo ook nu, de Gouverneur wees Hendricus
Swinkels aan als opvolger van Jan. Het beroep van Hendricus? Tapper…
Hoe ironisch
kon het zijn
de dronkaard
vervangen door de kastelein!!
Het leek wel ’n slechte grap. En op 4
oktober van datzelfde jaar werd Hendricus Swinkels ook door de Gouverneur
benoemd als assessor in plaats van Jan. Het kon verkeren.
Enkele
achtergronden
Uit de stukken valt op te maken dat de
oudste zoon het probleem van Jan (Johannes) heeft aangekaart. Jan, in 1790
getrouwd met Margaretha Hendrik Baijens, had acht kinderen, waarvan drie zonen te
weten Wilhelmus, Johannes en Petrus. De jongste zoon Petrus was al op 15 juli
1831 getrouwd met Helena Verbakel. Terwijl het conflict binnen de familie zijn
hoogtepunt bereikte was zoon Johannes bezig zijn trouwdag van acht februari
1833 voor te bereiden. Het zou goed kunnen zijn dat ie tegen zijn moeder heeft
gezegd dat hij, voordat ie vrijgezel af zou zijn, dit varkentje nog wel even
zou wassen. Maar hij en zijn toekomstige bruid hadden het te druk met andere
zaken. En zo was het vrijgezel Willem die voor herstel van de familie-eer op
pad ging.
De kinderen van Johannes met de
geboortedata:
1.
Hendrica,
17 februari 1792
2.
Wilhelmus,
6 juli 1797
3.
Johanna
Maria, 3 maart 1799
4.
Johannes,
1 december 1800
5.
Lucia,
4 oktober 1802
6.
Joanna,
13 april 1806
7.
Maria
Francisca, 2 februari 1809
8.
Petrus,
19 februari 1811
Vader Jan was niet onbemiddeld, zo had
hij in het jaar 1810 twee bedragen, totaal ƒ1250,- geleend aan de gemeente
tegen 6% interest. Naast de opbrengsten van zijn boerderij verdiende hij aan
het raadslidmaatschap, hij was assessor (tegenwoordig heet dit wethouder) en werd
betaald voor de voor- en najaars schouwvoering en zoals gezegd verving hij
enkele keren de burgemeester tijdens diens afwezigheid. Hij moest in 1832
-samen met Vermeulen- het op een na hoogste bedrag aan personele belasting
betalen, namelijk ƒ9,45 terwijl jonkheer de Jong met ƒ23,20 het hoogst werd
aangeslagen.
Jan was raadslid van 1803 tot juni
1833. In die periode was hij van 1810 tot juni 1833 assessor en
plaatsvervangend burgemeester. Jan heeft het medebesturen van de gemeente met
de paplepel ingegoten gekregen, want zijn vader, Johannes sr., was 35 jaar
aaneengesloten schepen en later president van Beek en Donk. Jan stierf op 1 oktober 1853 in Overloon.
Bronnen:
RHC
Eindhoven archief Beek en Donk 1811-1930:
Invntarisnummers1raadsnotulen,
106 benoemingen, 213 rekeningen, 256 mandaten, 403 personele omslagen
BHIC
Den Bosch Provinciaal Bestuur 1814-1920:
Toegangsnummer
17 Inventarisnummers 680 en 5253
Genealogie Van Vegchel: www.boerdonk.com /BHIC Den Bosch Maashees en Overloon