Als een burgemeester
tijdelijk vervangen moet worden, is het gebruik dat de wethouder zijn taken
overneemt. Dat was vroeger ook al het geval en toen burgemeester De Munck in
1831 tijdelijk vervangen moest worden[1],
zou 1ste assessor (tegenwoordig wethouder der gemeente) Jan van
Vegchel dit moeten doen.
In die tijd was
Brabant nog onderverdeeld in districten en bij ons zwaaide commissaris
Wesselman de scepter. Deze man had veel invloed in de gemeenten en bij de
provincie. Zijn wil was wet zou je kunnen zeggen. Wesselman wil notaris
Van Kemenade als vervanger van de burgemeester en niet ‘n assessor. Glashard
schrijft Wesselman aan de Gouverneur[2]
van de provincie dat Van Vegchel het niet kan, omdat hij zich “in een bestendige staat van
dronkenschap bevindt". En de tweede assessor, Maas, is een eenvoudige boer die
ver van het middelpunt van de gemeente woont. Ook hij kan het niet.
Bij zijn brief voegt Wesselman
een brief van beide assessoren, waarin zij dit ook erkennen. En, zo merkt
Wesselman op, als je kijkt naar de handtekening van Van Vegchel kun je zien dat
Jan zijn handtekening gezet heeft in een delirium intervallum en dat hij, Wesselman, niets
te veel heeft gezegd.
De Gouverneur neemt de
aanbeveling van Wesselman over en benoemt Cornelis van Kemenade als tijdelijke
burgemeester.
Dat Wesselman niet
helemaal ongelijk heeft als hij schrijft dat Jan steevast dronken is, kun je zelf ook
constateren als je de handtekening vergelijkt met 'n andere van Jan. Opvallend is
dat iemand anders zijn handtekening heeft overgetrokken, omdat het anders helemaal
onleesbaar zou zijn.
Handtekening in dronken
toestand
Handtekening als Jan nuchter is
In een eerder artikel[3]
schreef ik dat Jan van Vegchel in 1833 ontslag nam als raadslid en assessor van
ons dorp. Wellicht zou het voor Beek en Donk beter zijn geweest als hij dit al veel eerder zou hebben gedaan.
Bron: BHIC, Den Bosch, Ingangsnummer 17, Inventarisnummer
613

Geen opmerkingen:
Een reactie posten