Burgemeester
de Jong schrijft aan de Gouverneur dat een orkaan in de namiddag van 8 juli 1819
flink tekeer is gegaan en 19 boerenwoningen heeft getroffen. Van sommige is
niets overgebleven, bij de meeste zijn schuur en stal tegen de grond gegaan en
van de woning zijn het dak en schoorsteen afgewaaid. Bij twee boerderijen is de
orkaan dwars doorheen gegaan zodat aan beide zijden ’n stuk is blijven staan.
Ook zijn veel bomen, waaronder zware eiken, afgeknapt. Het is een akelig
gezicht.
Terwijl de
oogst voor de deur staat komt men handen tekort. De veldvruchten, vooral
boekweit, hebben veel schade geleden. In samenspraak met de pastoor heeft de
burgemeester de ingezetenen opgeroepen de helpende hand te bieden en zelfs op
zondag door te werken om de slachtoffers bij te staan.
Een ander
probleem wordt door de burgemeester naar voren gebracht en wel dat de Ontvanger
der Directe Belastingen executies uitvoert over onbetaalde lasten. Hij vraagt
enige maanden surseance van betaling (respijt), in ieder geval totdat de oogst
is binnengehaald en ter markt is gebracht.
De
Gouverneur toont geen compassie en antwoordt dat de schade niet bij alle
inwoners is opgetreden en daarom wijst hij surseance van betaling af.
In de
Leeuwarder Courant van 13 juli wordt nog vermeld dat het onweer in de regio
veel schade heeft aangericht. In Lieshout zijn veel bomen ontworteld, tien
huizen ingestort en van de korenwindmolen is het steenwerk afgerukt en
verbrijzeld:
Bronnen: Delpher, Leeuwarder
Courant 13 juli 1819
BHIC, Den Bosch, 17-185
Hagelbui teistert Donkersvoort
Op 7
augustus 1821 trok een geweldige onweersbui gepaard met zware hagel een spoor
van vernieling over Ginderdoor (Lieshout) en Donkersvoort (Beek en Donk). Grote
delen van de veldvruchten zijn vernietigd. Door het noodweer “zullen
verscheidene families in totale armoe gedompeld zijn”, schrijft
districtscommissaris Wesselman aan de Gouverneur van de Provincie. Wesselman
benoemt in de gemeentes twee experts die de schade opnemen. Het zijn de
assessoren die, samen met de schouten (wethouders en burgemeesters) en de heer
Versfeldt, Controleur der Directe Belastingen, deze taak zo snel mogelijk
moeten uitvoeren, omdat men al bezig is de rogge te maaien. Ook zouden de delen
van Gemert, de Deel, Esdonk en Pandelaar, door de hagel zijn getroffen.
De
Gouverneur geeft de Directeur der Directe Belastingen opdracht zijn Controleur
zonder uitstel aan het werk te zetten. Pas op 12 januari 1822 wordt door
Wesselman uitsluitsel gegeven over de schade (helaas worden geen cijfers
genoemd).
Bron: BHIC, Den Bosch,
17-237 en 17-247
Geen opmerkingen:
Een reactie posten