Geschiedenis

vrijdag 19 mei 2017

Orkaan in Beek en Donk

Burgemeester de Jong schrijft aan de Gouverneur dat een orkaan in de namiddag van 8 juli 1819 flink tekeer is gegaan en 19 boerenwoningen heeft getroffen. Van sommige is niets overgebleven, bij de meeste zijn schuur en stal tegen de grond gegaan en van de woning zijn het dak en schoorsteen afgewaaid. Bij twee boerderijen is de orkaan dwars doorheen gegaan zodat aan beide zijden ’n stuk is blijven staan. Ook zijn veel bomen, waaronder zware eiken, afgeknapt. Het is een akelig gezicht.

Terwijl de oogst voor de deur staat komt men handen tekort. De veldvruchten, vooral boekweit, hebben veel schade geleden. In samenspraak met de pastoor heeft de burgemeester de ingezetenen opgeroepen de helpende hand te bieden en zelfs op zondag door te werken om de slachtoffers bij te staan.

Een ander probleem wordt door de burgemeester naar voren gebracht en wel dat de Ontvanger der Directe Belastingen executies uitvoert over onbetaalde lasten. Hij vraagt enige maanden surseance van betaling (respijt), in ieder geval totdat de oogst is binnengehaald en ter markt is gebracht.
De Gouverneur toont geen compassie en antwoordt dat de schade niet bij alle inwoners is opgetreden en daarom wijst hij surseance van betaling af.

In de Leeuwarder Courant van 13 juli wordt nog vermeld dat het onweer in de regio veel schade heeft aangericht. In Lieshout zijn veel bomen ontworteld, tien huizen ingestort en van de korenwindmolen is het steenwerk afgerukt en verbrijzeld:

Bronnen: Delpher, Leeuwarder Courant 13 juli 1819
              BHIC, Den Bosch, 17-185

Hagelbui teistert Donkersvoort
Op 7 augustus 1821 trok een geweldige onweersbui gepaard met zware hagel een spoor van vernieling over Ginderdoor (Lieshout) en Donkersvoort (Beek en Donk). Grote delen van de veldvruchten zijn vernietigd. Door het noodweer “zullen verscheidene families in totale armoe gedompeld zijn”, schrijft districtscommissaris Wesselman aan de Gouverneur van de Provincie. Wesselman benoemt in de gemeentes twee experts die de schade opnemen. Het zijn de assessoren die, samen met de schouten (wethouders en burgemeesters) en de heer Versfeldt, Controleur der Directe Belastingen, deze taak zo snel mogelijk moeten uitvoeren, omdat men al bezig is de rogge te maaien. Ook zouden de delen van Gemert, de Deel, Esdonk en Pandelaar, door de hagel zijn getroffen.

De Gouverneur geeft de Directeur der Directe Belastingen opdracht zijn Controleur zonder uitstel aan het werk te zetten. Pas op 12 januari 1822 wordt door Wesselman uitsluitsel gegeven over de schade (helaas worden geen cijfers genoemd).

Bron: BHIC, Den Bosch, 17-237 en 17-247

Geen opmerkingen:

Een reactie posten