Geschiedenis

dinsdag 29 juli 2025

Janus timmert aan de weg

Nadat in het jaar 1880 de eerste huizen in de Vogelenzang voor de firma Van Thiel werden gebouwd, wilde Marianus (roepnaam Janus), mede-eigenaar bij de firma, de arbeiders zoveel mogelijk onderbrengen in woningen van de fabriek. De Leekerstraat -de huidige Mgr. Verhagenstraat- was daarvoor een geschikte locatie. Hij liet de Helmondse bouwkundige Josephus Swinkels een bestek met voorwaarden opstellen voor een rij van acht woningen. In zo’n bestek staan zaken als het soort stenen dat moet worden gebruikt, welke houtsoorten en andere materialen nodig zijn en waar de aannemer zich aan te houden heeft. Volgens de overlevering speelde Janus toneel en was muziekliefhebber en daarom wilde hij dat boven de middenwoningen of hoofdgebouw een concertzaal gebouwd werd. Dit was in het jaar 1896.

Liefst elf aannemers schreven zich in voor deze bouwopdracht. De prijsopgaven liepen uiteen van ƒ9.546 voor de laagste tot ƒ12.400 voor de hoogste inschrijver. Het is niet helemaal duidelijk wie van de elf aannemers de opdracht tot de bouw kreeg, maar het lijkt erop dat Janus koos voor twee aannemers. Namelijk de gebroeders De Vries uit Beek en Donk mochten de bovenzaal bouwen[1] en aannemer De Groot uit Demen bij Oss de overige woningen. Lambert en Graard de Vries waren via moeders kant familie van de Van Thiels en Gerardus Antonius de Groot had in het jaar 1895/’96 de villa van Janus’ broer Willem gebouwd. Dat was Leefdael waar tegenwoordig onder meer een Grieks restaurant gevestigd is.

Deze rij woningen kwam tegenover de Vogelenzang aan de andere zijde van de straat te staan. Bouwtekeningen van dit project zijn er niet, toch kan een vrij ruwe schets aan de hand van dit bestek gemaakt worden om een idee te krijgen. De totale lengte van het blok is ruim 43 meter lang, de middenwoningen onder de concertzaal zijn 15 meter diep.

 

Tekening gemaakt door oud-architect Piet van Wetten aan de hand van gegevens uit het bestekboekje uit 1896.

Een oude foto geeft een goed beeld van de sjieke uitstraling van vooral de eindwoningen en de concertzaal. Op onderstaande foto staan bouwvakkers die hier werkten met vooraan een man met ’n stuk papier in de hand, vermoedelijk de uitvoerder of aannemer. Helaas zijn geen namen bekend. Van een Arbowet had men in die tijd nog niet gehoord als je naar de steigers met de losse planken kijkt. En nieuwsgierigen konden gemakkelijk een kijkje komen nemen, de bouwplaats was niet afgezet.

De eindafwerking van het complex is in volle gang. Fotograaf L.J. Coolen uit Asten.
Fotocollectie BHIC, Den Bosch, nummer 1219-000056


Opvallend is het dak van de bovenzaal. De eerste paar meters zien we aan de voorzijde een spits dak om zo een geheel te vormen met de rest van de rij woningen om naar achter over te gaan in een plat zinken dak. In het bestek is geen elektra opgenomen en de privaten zijn, gebruikelijk in die tijd, buiten gesitueerd. Een ander detail is de vloer van de woningen. Het zijn plavuizen vloeren die in het zand liggen met uitzondering van beide voorkamers van het zogeheten hoofdgebouw onder de zaal. Deze hebben houten vloeren wat erop lijkt dat deze woningen een andere functie zouden krijgen dan de overige woningen.

In het oog springen de fraaie dakornamenten. De bovenzaal is te bereiken met een trap achter de deur die zich rechts naast het hoofdgebouw is. Het werk moest op 1 mei 1897 afgewerkt en goedgekeurd opgeleverd zijn volgens het bestek. Of deze datum daadwerkelijk gehaald is, vermeldt de geschiedenis ons niet.                          

De Zaal
Aan alle details voor de concertzaal is gedacht, want in het bestekboekje had vermoedelijk Janus plaatjes gedaan met daarop voorbeelden van stoelen en ’n tafel die in de zaal gebruikt zouden worden. De keuze viel op een tonnetstoel.

De concertzaal kreeg al snel de naam “De Zaal”. Deze had een podium -in het bestek is sprake van een tribune- met daarvoor een opstapje van twee treden, dus hoog was deze niet. Een diversiteit aan evenementen vond hier plaats. Het ging van toneelvoorstellingen tot muziekuitvoeringen door Sint Leonardus, de huisfanfare van de firma Van Thiel[2]. Natuurlijk toeterde ook harmonie O&U er nu en dan driftig op los. Zo geeft deze in februari 1905 een winterconcert. En wat te denken van het volgende krantenbericht in het Nieuws van de Week van 18 december 1900, waar door de plaatselijke fietsclub Wilhelmina in De Zaal langzaam wordt gereden, ring gestoken en figuur gereden wordt? Een soort kunstfietsen. Het toont wel aan dat deze groot genoeg was voor zo’n evenement mét bezoekers. Beide aannemer-broers De Vries waren trouwens lid van deze fietsclub[3].
Ook eigenaardig is het bericht in het twee keer per week verschijnende blad De Zuidwillemsvaart dat kruisboogschuttersvereniging Julius Caesar een concours houdt op 17 december 1905 in De Zaal waar Karel Dahmen dan het beheer heeft.





Het is niet altijd koek en ei geweest tussen Janus en zijn dorpsgenoten, want als in 1909/1910 een staking op de fabriek uitbreekt, weigert Janus de arbeiders toegang tot De Zaal om er hun vergaderingen te houden. Ook de huisfanfare stopt dan, waarvan Janus ongetwijfeld pijn in het hart heeft gehad. De doorstart van deze fanfare was pas twee jaar later en stopte definitief in 1914. De instrumenten werden door Janus verkocht aan … de kerkelijke harmonie St. Leonardus uit Hilvarenbeek[4]. Hoe toepasselijk!

Maar Janus leek in de loop der jaren milder te zijn geworden tegenover de arbeider, gezien een bericht in De Zuidwillemsvaart van 28 september 1918. Hij geeft De Zaal namelijk in bruikleen aan de pas opgerichte RK Werkliedenvereeniging, die ook nog gratis gebruik mag maken van de meubels en verlichting die op kosten van Janus nagekeken zal worden. Daar wordt de dag erna, zondag 29 september, een gecombineerde vergadering gehouden met de Drankbestrijdersvereeniging. Hoewel hierop nog een vergunning rust tot verkoop van alcoholhoudende drank anders dan sterke drank, zal de bar ongetwijfeld gesloten zijn en zal alleen koffie, thee en misschien aanmaaklimonade geserveerd zijn.

Het beheer van De Zaal is in verschillende handen geweest. Voordat de Werkliedenvereeniging de sleutel ervan in handen kreeg, waren Karel Dahmen en later zijn weduwe Wilhelmina van Heck de beheerders. Johanna Maria Korsten -roepnaam Anna-, weduwe van Franciscus Hanegraaf, kreeg in 1915 vergunning om in de zaal alcoholhoudende met uitzondering van sterke drank te verkopen tot juni 1919. Links onder de zaal was een winkel in koloniale waren gevestigd van de Eindhovense firma Notten. Daar was deze weduwe filiaalhoudster. Nadat Anna in 1926 verhuisde, nam de weduwe van Marinus Smits -Cornelia van Wanrooij- de winkel over. 

Wanneer het filiaal van Wed. A.A. Notten in ons dorp sloot is niet met zekerheid te zeggen, maar in 1928 was deze er nog, zoals blijkt uit een nieuwjaarswens in De Zuidwillemsvaart van 31 december 1928.

 

In latere jaren is de zaal nog in gebruik geweest als opslagruimte voor meubels. Een Eindhovense transportfirma kwam bijna wekelijks spullen halen en brengen.




Herinneringen aan mijn jeugd
In de loop van al die jaren zijn veel families in de rij woningen komen wonen. Een van de eerste was de familie van Wilhelmus Hermens, die getrouwd was met Cornelia van Hout. Ook boekhouder op de fabriek Carolus Franciscus Schoofs woonde er met zijn vrouw Martina Lammers. Hij trouwde haar op 22 september 1896. Carolus Dahmen -Karel- woonde met zijn vrouw Wilhelmina van Heck onder de zaal waar zij een café runden. Zij hadden ook het beheer van de zaal.

Ik groeide op tegenover deze rij woningen en een aantal namen van bewoners uit mijn tijd zijn mij bijgebleven. In de eerste woning vanaf de brug gezien, woonde Josephus Verschuren -roepnaam Jef- met zijn vrouw Martha. Hij was de koetsier van Janus van Thiel en later reed hij hem rond in diens dienstauto. Hij combineerde dat door bij Janus de tuin te onderhouden. Later werd hij zelfstandige en had een grote zwarte taxi waarmee hij zieken van en naar het ziekenhuis in Helmond bracht. Jef had in de voorste kamer van het huis een winkel in elektriciteitsspullen. Daar kon je terecht voor ’n lamp of draad, veel meer was toen nog niet te koop. Wilde men iets kopen, moest je achterom, want de voordeur was altijd op slot. Je bestelde, Jos ging het halen en je rekende dan contant af. Ik geloof niet dat iemand ooit voor in de winkel is geweest, je bleef in de keuken, verder kwam je niet.

Twee deuren verder woonde de weduwe van Petrus Smits -Piet-, Maria Geertruda Klomp, Trui genaamd. Zij was een tenger klein vrouwtje die gezegend was met De Gave. Rond mijn vijfde liet een oom per ongeluk een brandende sigaret op mijn hand vallen. Gillend van pijn bracht moeder mij naar haar. Trui nam mijn hand, bracht die tot vlakbij haar mond en prevelde er een gebed overheen. Daarna kon ik gaan en, oh wonder, bij het verlaten van haar huis stond ik buiten, geen pijn meer gevoeld! Nog decennia later kon je het ronde litteken op mijn hand zien. Trui overleefde haar man 39 jaar. Hij overleed aan leverkanker op 8 juni 1921, terwijl Trui op dezelfde dag 8 juni stierf, maar dan in het jaar 1960. Toeval of niet?

In de laatste woning was de schoenenzaak van Daniëls gevestigd. Wims vrouw Miep runde de winkel, waar de stellingen vol stonden met schoenendozen. Het merk dat hier veel werd verkocht was Robinson uit de schoenenfabriek in Nijmegen. (In de reclame koos Robinson, intussen vooral met schoenen voor vader en zoon, voor een nationalistische koers: de schoenen van Robinson waren ‘Hollandsche’ schoenen, gemaakt ‘door Hollandsche arbeiders’ en gedragen door ‘de Hollandsche Vader en Zoon’. Helpt elkaar, koopt Nederlandse waar; dat werk!)

Oerdegelijke stevige modellen, kleur zwart of bruin, meer keuze had je toen niet. Ging zo'n schoen toch kapot, liep je achterom naar de werkplaats waar vader Piet en zoon Wim naast elkaar ieder aan zijn eigen leest -schoenmaker blijf bij je leest- de schoenen repareerden. Trok je de deur open, kwam de lekkere lucht van leer en lijm je al tegemoet.

Wim en zijn vrouw Miep kwamen in het weekend vaak bij ons thuis om te kaarten. Ze hadden altijd dezelfde tafelschikking, Wim en vader tegenover elkaar, zo ook Miep en moeder. Ik kende de spelregels van het rikspel nog niet, maar ik vond het wél opvallend dat als Wim of vader goede kaarten hadden en een rik boden, de ander altijd maat was. En als Miep of moeder een rik in handen had, de maat ieder van de drie anderen kon zijn. Ik ben er nooit achter gekomen hoe Wim en vader het voor elkaar kregen steeds maat van elkaar te zijn. Je kon niets aan de stemmen horen, je zag hen geen geheime seintjes geven in de vorm van knipogen of handgebaren.

Sloop

De laatste bewoners van de rij woningen waren de echtparen Van de Molengraaf en Hoevenaars. Zij wilden op deze plaats twee vrijstaande woningen bouwen en vroegen aan het college van B&W vergunning voor de sloop van de rij. Deze werd hen op 7 mei 1974 verleend. Eerder al had Theo v.d. Vrande op de ondergrond van het rechterdeel van de rij een werkplaats gebouwd. Gelukkig heeft Jan van de Molengraaf het nodige gefotografeerd tijdens de sloop, waardoor leuke details van het complex zichtbaar werden.

De zaal met podium aan de straatzijde.
Foto Jan v.d. Molengraaf.

Het podium was aan de straatzijde en langs het podium waren twee kleine driehoekige kamertjes, die dienstdeden als coulissen. In die vertrekken bevonden zich ook grotebuitenramen. Het plafond boven het podium in de zaal had een houten tongewelf, de rest van de zaal had een recht plafond. Boven dit podium was een omhooggetrokken voordoek met daarachter een groot embleem van een harp met twee bazuinen. Vermoedelijk het beeldmerk van de in 1904 opgerichte fanfare Sint Leonardus.

Onder de rechter benedenwoning was een grote bierkelder met een halfrond plafond aan de straatzijde, terwijl bij de linker woning de kleinere kelder zich aan de achterzijde bevond. Een laatste weetje: tijdens de Tweede Wereldoorlog waren er Britse soldaten gelegerd. Bij de sloop van het podium kwamen er spullen uit die tijd tevoorschijn, brieven van een soldatenmoeder en lege sigarettenpakjes.

Zo kwam na 77 jaar een einde aan een markant gebouw met een eigen geschiedenis die velen nog niet kenden.



Diepe kelder in de rechterwoning onder de zaal. 
Aan de overzijde de Kroonwinkel waar de auteur opgroeide. 
Foto Jan v.d. Molengraaf.


Bronnen:
Giel van Hooff en Michiel Kruidenier, 2023, Architect Lambert de Vries (1875-1939)
Paul Begeijn SJ, Arthur van Thiel, “Van Thiel in vijf eeuwen, 1545-2003
Familieblad “Van Thiel Vandaag, Gister & Morgen”, redactie o.a. Arthur van Thiel
Boek “125 O&U in Beeld”, 2016
Brabants Historisch Informatie Centrum BHIC, Den Bosch, toegangsnummer 188, inventarisnummer 7, Bestek en voorwaarden voor bouwen woonhuizen met bovenzaal voor rekening van M.P. van Thiel, 1896
Regionaal Historisch Centrum RHCe, Eindhoven, Aantekenboekje Lambert de Vries (nog niet gearchiveerd)
RHCe, Bevolkingsregisters en Drankvergunningen van het gemeentebestuur Beek en Donk
Delpher, diverse historische krantenberichten
Met dank aan Arthur van Thiel, Giel van Hooff, Jan van de Molengraaf, Mariet Adriaans, Piet van Wetten



[1] In een aantekenboekje van Lambert de Vries staat vermeld dat de concertzaal is aangenomen voor een bedrag van ƒ3975,-

[2] Fanfare  St. Leonardus is volgens de statuten opgericht op 4 januari 1904. De eerste uitvoering vond op zondag 5 februari 1905 plaats in de Zaal en de leden hadden een jaar de tijd gehad te oefenen.

[4] In de Nieuwe Tilburgsche courant van 6 maart 1914 wordt vermeld dat het bestuur van deze kerkelijke harmonie op 4 februari een hele partij instrumenten heeft aangekocht in Beek en Donk. Hiermee wordt de stelling in het boek “Beek en Donk 100 Jaar O&U” op pagina 48 weerlegd, dat de instrumenten verkocht zouden zijn aan een pastoor in Gemonde.

 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten