De oorspronkelijke sluis op Donk werd in 1823 samen met de brug aanbesteed en voor een bedrag van ƒ69.400,- gebouwd. Aannemer van dit project was A. van Limbeek uit Schoonhoven.
Volgens de instructie hoefden sluiswachters de boten niet te schutten van een uur na zonsondergang tot een uur voor zonsopkomst. In 1825 werd al gevaren op de Zuid-Willemsvaart tussen Den Bosch en Helmond. De schippers moesten bij elke sluis passagegelden betalen, afhankelijk van het tonnage van het schip, 50 cent voor boten minder dan 10 ton als deze beladen waren en 25 cent onbeladen. Schippers van boten tussen 40 en 50 ton betaalden beladen ƒ2,75 en leeg ƒ1,12½. Deze tarieven werden in 1828 al fors aangepast. Bij de Donkse sluis betaalde de schipper 6 cent als deze stroomopwaarts voer, bij beladen boot. Onbeladen betaalde hij 3 cent. In het jaar 1828 passeerden 2121 boten de sluis met een gemiddelde tonnage 35 ton per boot. Ter vergelijking, in het jaar 1892 voeren 5517 boten door de sluis, waarvan 2050 stoomboten, en deze hadden gemiddeld 117 ton lading aan boord. Opvallend is dat deze stoomboten minder lading vervoerden dan de gewone boten.
De eerste sluiswachter werd Hendrik van Nieuwengiesse. Dit was vermoedelijk in juli 1825, want dan wordt Hendrik als sluiswachter bij de Hagoortse Sas overgeplaatst en aan genoemde sas vervangen door ene Verhoeven. Willem Burghout is zijn sluiswachtersknecht op Donk.
Toen in juli 1832 in Scheveningen een boot aankwam met daarin een aantal botersmokkelaars, die vanuit Engeland terug naar Nederland kwamen, brachten deze mannen de vreselijke ziekte cholera mee, die zich in rap tempo over het hele land verspreidde. Overal in ons land moesten lokalen aangewezen en ingericht worden als hospitaal, zo ook in ons dorp. Er stond geen gebouw leeg en het schoollokaal was te klein. Burgemeester De Munck dacht een oplossing gevonden te hebben door de sluiswachterswoning hiervoor te gebruiken, want deze werd bewoond door “een enkeld man”. Sluiswachter Hendrik zou dan bij de herberg van Swinkels aan de andere kant van het kanaal kunnen worden ondergebracht. Maar Hendrik was daartoe niet bereid. Bovendien was de woning eigendom van het gouvernement, dus daarvoor zou toestemming gegeven moeten worden. Hoe dit verder afliep, valt uit de stukken niet te achterhalen.
Bron:
BHIC Den Bosch: Rijkswaterstaat toegangsnummer 262, inventarisnummer 740
De Noord Brabanter van 13 juli 1844 Herstel aan de Donkse brug
Geen opmerkingen:
Een reactie posten