Voordat Jan
vertrok was er niks aan de hand, maar toen hij weer uit Brabant thuis kwam is
de dwaasheid begonnen. En het werd zo erg dat chirurgijn Berings uit Helmond
had geprobeerd hem van “zijn geckigheidt te redresseren.” Met grote moeite
lukte dat ’n beetje terwijl Jan tijdens de behandeling de nodige onzin
uitkraamde. Daarna had Berings het nog eens geprobeerd maar weer het lukte
niet. Enkele dagen hierna heeft zelfs medicine doctor Johan van Osch uit
Eindhoven Jan onderzocht. Hij schreef hem middelen voor die ertoe zouden kunnen
leiden dat “deze sinnelooshijt in rasernij kon veranderen.” Ook dat mocht
allemaal niet baten, zo luiden later enkele getuigenverklaringen.
Jan Eijken
is in Sint Oedenrode getrouwd met Honorina Teulings en zij komen naar hier,
omdat Jan molenaar is geworden op de Beekse molen. Eerst wonen zijn nog in bij
de weduwe van de vroegere gemeentesecretaris De Zeelandt die op het Heuvelplein
woont. Later bewonen zij een huis aan de Beeksestraat, de huidige Pater
Becanusstraat. Ze hebben drie kinderen en ook de broer van Jan, Willem, woont
bij hen en helpt mee op de molen. De krankzinnigheid van Jan neemt toe. Je zou
kunnen zeggen dat de molen door de vang was, ofwel er was geen houden meer aan
en dat vindt zijn dieptepunt op de vroege morgen van zondag 25 juli 1745 als
hij in opperste gekte zijn vrouw met een mes aanvalt en haar de hals
doorsnijdt. Hij vlucht naar de zolder en verstopt zich.
Er zijn geen
directe getuigen van het drama hoewel even tevoren Willem wel zijn naam hoorde
roepen. Toen hij ging kijken was het al te laat en zag Honorina met bebloed
lichaam in de keuken liggen. Bij de schepenen komen ook verklaringen van
Catharina van Sanden (van de Santvoort) die bij Jan en Honorina naaister is
geweest en van de dienstmeid Maria Gruijters. Beiden hebben die nacht in het
huis van Eijken geslapen en Maria is rond vijf uur ’s morgens door Honorina
geroepen, maar zij durfde niet op te staan om poolshoogte te nemen. Na de
steekpartij heeft Willem, geholpen door Willem Boxmeer en Jan van Waerden
(getrouwd met de zus van Jan Eijken), Jan op zolder vastgehouden maar hij wist
zich los te rukken, sprong uit het raam en vluchtte. Tegen de 15-jarige Hendrikus
van der Putten -die intussen ook was gekomen- had Willem nog gezegd: “Ga naar
de pastoor, want daar is haast over haast.” En toen deze Hendrikus buitenkwam
zag hij Jan uit het zolderraam springen “zonder hoed of muts, noch kousen of
schoenen aan.” Hij vluchtte weg langs het huis van Willem Dielis Gruijters.
Hierna werd de achtervolging ingezet door Piter van der Putten, Claas Jacobs
Verbakel, Paulus Janssen Canters, Jan Nicolaas Frunt, Johannes Hendrick
Gruijters en Dirk Cleene. Zij kregen hem niet te pakken. De dag erna wordt het
dode lichaam van Jan aangetroffen in Mierlo, gestorven aan de gevolgen van
“uijtsinnighijdt.” Honorina is nog door doctor Ignatius van den Dijck en
chirurgijn Petrus Schippers onderzocht en zij constateerden dat Honorina is
overleden aan een slagaderlijke bloeding.
Later
stellen de Beek en Donkse schepenen Henricus Teulings en Jan van der Waerden,
respectievelijk broer en schoonbroer van Honorina, aan als voogden van de drie
minderjarige kinderen. Zij maken een inventaris op van de roerende en
onroerende goederen. In Sint Oedenrode hadden Jan en Honorina hooibeemd en
teulland. Hier in Beek en Donk hadden zij de nodige grond en in huis waren
onder andere vier bedden, twee snaphanen, twaalf stropdassen, vier molenzeilen
en ƒ29 aan geld. Ook was er wat goud- en zilverwerk. Bovendien liep er ’n koe
en een varken rond. Op 14 december 1745 wordt het huis met land openbaar
verkocht aan Jan Willems Vermeulen die een bedrag van ƒ612 betaalt. De kinderen
van Jan Eijken worden nog enkele jaren door de plaatselijke Armentafel
financieel ondersteund. Zij krijgen een bedrag met het equivalent van vier
vaten rogge.
 |
Afschrift uit de Armentafel; de kinderen van Jan Eijken worden ondersteund.
|
Genealogische gegevens
Zoals vaak
in het verleden zie je namen van personen op veel verschillende manieren in de
archiefstukken geschreven. In dit artikel is Jan Eijken de hoofdpersoon, maar de volgende namen kom je ook
tegen: Yken, IJken, Eijk, Eijke, van der Eijk. Jan is de zoon van Arnoud en
Theresia van der Boer. Hij is gedoopt op 20 januari 1716 in Woensel.
Honorina Teulings kom je tegen als
Hendrina, Catarina, Catharina Honorina en de achternaam zie je als Teulling,
Teullings, Tulings, Tulinx opduiken. Zij is de dochter van Peter en Wilhelma
van Hoorn, gedoopt op 7 juli 1714 in Sint Oedenrode.
Jan en
Honorina trouwen in Sint Oedenrode rond 1741. Als zij in Beek en Donk wonen
worden de volgende kinderen geboren en gedoopt: Wilhelma op 10 september 1741,
Arnoldus op 14 januari 1743 en Petrus op 9 juli 1744.
Jan is op 4
november 1744 in Son doopgetuige bij Renerus Moonen, zoon van Petrus en Adriana
Teulinx en op 8 januari 1745 bij de doop van Theodorus, het zoontje van Jan
v.d. Weerden en Maria Eijken in Blaarthem, een wijk van Gestel.
Uit de
stukken wordt niet duidelijk waarop de eigenaardige verklaringen aan het begin
van dit artikel slaan, dat Jan gek zou zijn geworden toen hij uit Brabant kwam.
Vermoedelijk is dit een vergissing van schrijver Ludolph Ribbius, de
gemeentesecretaris, en wordt hier Blaarthem bedoeld waar Jan naar toe is
geweest.
Laat mij dit
treurige artikel eindigen met een toepasselijke sombere strofe uit het gedicht
MOLENLIED van Jaap Slingerland:
Buiten, binnen, boven, onder,
´t Is een beven een gedreun,
Een geloei, getier, gedonder,
Is ´t een ruisen, klagen zuchten,
Striemend zwiepend ongestoord,
Slaat de regen uit de luchten
En de wieken draaien voort.
Bronnen:
BHIC Den
Bosch, Raad van Brabant, toegangsnummer 19, inventarisnummer 466-278
RHC
Eindhoven, Oud Rechterlijk Archief Beek en Donk 52, 71 en 104
RHC
Eindhoven, Archief Beek en Donk 1300-1811, Inventaris 16-42
Internet: https://familysearch.org