Gemerts burgemeester
Rietman was ervan overtuigd dat één kandidaat het moest worden. Toen
veldwachter Egbert van den Hurk op 6 september 1833 overleed, wilden
twee personen hem opvolgen, de 51-jarige Cornelus(sic) Gerritsen en Jan Gijsbert Lagerweij,
32 jaar oud.
Cornelus was al eerder
veldwachter in Stiphout, later in Nuenen, Gerwen en Nederwetten en daarna in
Gemert waar hij in alle opzichten voldaan had. In 1828 werden hij en zijn vrouw
“vader en moeder” in het Roomsche weeshuis in Zwolle.
Het gemeentebestuur
drong er bij Cornelus op aan te solliciteren, wat hij deed.
In de
aanbevelingsbrief die burgemeester Rietman aan de Gouverneur van de provincie
schreef, gaf hij onomwonden zijn voorkeur weer voor Cornelus en vroeg hem Cornelus
te benoemen, omdat hij “uit vroegere
ondervinding een goed veldwachter is, en welke zich nooijd aan dronkenschap
pligtig maakt, het gene bij soortgelijke menschen iets zeldszaamst is, en
gemakkelijk voor den dienst.”
Bron: BHIC Den Bosch,
Provinciaal Bestuur 1810-1930, toegangsnummer 17, inventarisnummer 703
Geen opmerkingen:
Een reactie posten