Hendrik
Thijssen van Stiphout is op 19 januari 1772 getrouwd met Francisca Janse van
Dinther van de Donkse hei. Na ’n jaar betrekken zij met Pinksteren een eigen
huis op Donkersvoort. Om dat heuglijke feit te vieren hebben zij de maand erna,
op zondag 27 juni, buurtgenoten, familie en bekenden uitgenodigd voor ’n
biertje en jenevertje. De inwijding van hun huis, in de processtukken wordt het
“intrede” genoemd, wordt zodoende druk bezocht. Een van hen is Joseph Leendert
Josephs, de hoofdrolspeler in dit verhaal.
Vlakbij dit
feest is de herberg van Willem van Rooij waar de Erpse Noud Vervoort (Arnoldus
Willem) wat dronk, waarna hij naar het huis van Hendrik Peeter van der Heijden
trok waar hij ruzie kreeg met Jan Dirk Jansen. Vervolgens kreeg ie het bij de woning
van Noud Dirk van Stiphout weer aan de stok. Nu met Jan Janse Heesackers die
daar samen met genoemde Josephs even stond te kletsen nadat beiden van het
feest kwamen. Toen Noud zijn mes trok, weerde Jan zich met een schop, maar
Joseph pakte een eind hout en sloeg krachtig toe en raakte hem op het
achterhoofd. Noud stortte neer en bleef een tijd liggen. Daarna is ie door Jan
Dirk Jansen en Cornelis Willem Hendrik Peeters uit medelijden én omdat het
regende in de schuur van Noud van Stiphout zwaar gewond neergelegd. Terug in
Erp overlijdt hij op zes juli aan zijn verwondingen. Onderzoek door medicinae
doctor Van Baar uit Sint Oedenrode en meester chirurgijn Schippers uit Veghel
wijst uit dat Noud een doorgaande scheur bij de slaap heeft en een fragment van
de schedel is in de hersenen gekomen, veroorzaakt door de harde klap van
Joseph.
Proces en kosten
Er volgen
diepgaande onderzoeken door de schepenen van Beek en Donk. Verschillende mensen
worden verhoord omdat in eerste instantie niet duidelijk is wie wat heeft
gedaan. Uiteindelijk wordt aangetoond dat Josephs de dader is, die aangeklaagd
wordt wegens doodslag. Doordat hij uit het dorp is gevlucht wordt zijn proces
tot vier keer toe uitgesteld. Nadat een advies is gevraagd van twee
rechtsgeleerden wordt Joseph Leendert Josephs uiteindelijk op 4 december 1773
voor eeuwig uit ons dorp verbannen. Zo gauw hij toch ergens wordt gearresteerd,
volgt alsnog een proces zodat hij zijn gerechte straf niet zal ontlopen.
Een half
jaar later besluiten de schepenen dat de proceskosten verhaald worden uit de
publieke verkoop van de eigendommen van Josephs. Gemeentesecretaris Elardus
Albertus Rovers krijgt opdracht de onroerende goederen te inventariseren en de
openbare verkoop te leiden. Aangezien Joseph familie heeft zal zijn deel,
zijnde een vijfde deel van de opbrengst, bestemd zijn voor de proceskosten, de
rest is voor de familie: zus Geertruij (getrouwd met Claes Vermeulen en
woonachtig in Strijp), zus Maria (getrouwd met Antony van de Vorst, woonachtig
in Tongelre), zijn ongetrouwde zus Johanna uit Strijp en de ongetrouwde zus
Willemijna uit Tongelre. Op 18 juni en 2 juli 1774 vindt hier in het dorp de
openbare verkoop plaats. Schepen Peeter van Bragt koopt het huis en erf. Deze
is gelegen op Donkersvoort langs de woning van Uman Sterken. Hendrik Peeter van
der Heijden koopt een perceel hooi die gelegen is in Elsduijn aan de Weijstraat
alhier. Willem Hendrik Peeters koopt een halve camp land en groes (grasland)
aan de Mulse Heide; ook koopt hij een ander deel aan de Mulse Heide waarvan
naast de familie Josephs ook drie broers Van Beek (twee broers uit Woensel en
eentje uit Nuenen) mede-eigenaar zijn. De totale verkoop levert voor de
gemeente ongeveer 85 gulden op.
Gasten
Zoals gezegd
was het druk op het inwijdingsfeest bij Hendrik Thijssen van Stiphout. Uit de
stukken kun je 37 namen van gasten halen waarvan het overgrote deel op
Donkersvoort woont, waarbij aangetekend is dat Auwerstraat, Ooievaarsweg en
Donkersvoortsestraat tot dit buurtschap gerekend worden. Voor genealogen onder
de lezers volgen hier de namen.
Francis van Baarschot, Willem Paulus van
Bragt, Leendert van Dinther, Jan Janse Heesackers, Hendrina en Peeter en Jan
van Dirk Jansen, Joseph Leendert Josephs, Maria en Huijbert en Cornelis Peeters,
Johannes Dielis Peeters, Dirk Dirk Hendrik Peeters, Peeter Jansen van der
Putten, Peeter Willem van Rooij, Adriaen Antony Smits, Claas Peeters van
Stiphout, Jennemie Thijssen van Stiphout (zus van Hendrik), Jacobus Johannes
Verbaakel, Antony Janse Verbaakel, Johannes Johannes Teunis (Jan) Verbakel, Dirk
Tonis Verbakel, Peeter Jan Peeter Wilbers.
Uit de Karstraat waren aanwezig: Hendrik
van de Laer, Christiaan Hendrik Corstiaen Maas die later door zijn broer zou
worden omgebracht, en Lucia Johannes Teunis Verbakel.
Verder waren daar nog Hendricus de herder
van Jan Hendrikx van Dinther, Willemijna de dienstmeid van Jan van Dinther,
Margarita de dienstmeid van de weduwe van Hendrik Dirkx, Willem Goord van
Bragt, Francis Jansen van Leucken, Wouter Claessen van den Oever die familie is
van Hendrik, Maria Jan Bartels van de Reijt die aan de Capel woont, Thomas Hendrik
Slits, Claes Francis Verhallen, en de Lieshoutenaren Jan Janse Houts en Dries
Andries Laurens Maas.
Interessant
is dat je vaak hoort dat in vroeger tijden Beek groter was dan Donk. Waarop dit
is gebaseerd is niet te achterhalen, of het moet zijn dat men het heeft over
het inwonertal, wat moeilijk aantoonbaar is. Als het gaat over het aantal
bewoonde gebouwen in het jaar 1771 (dus twee jaar voordat dit verhaal zich
afspeelt) is Donk groter dan Beek: 112 tegen 82 woningen en boerderijtjes. Om
het niet nog erger te maken voor de “Beeksen” onder de lezers tel ik voor het
gemak Beekerheide tot Beek, hoewel een deel daarvan tot “Donks grondgebied”
gerekend mag worden. Op Donkersvoort waren 24 woningen, een groot buurtschap
dus. Het aantal inwoners in ons dorp rond die periode was iets minder dan 1100
mensen.
Bronnen
BHIC Den
Bosch, Raad van Brabant, toegangsnummr 19, inventarisnummer 466-0446
RHC
Eindhoven, Oud Rechterlijk Archief Beek en Donk, nummers 39, 42-4 en 56
Archief Beek en Donk
1300-1811, inventarisnummers 13-41 en 13-42 Hoofdgelden
Geen opmerkingen:
Een reactie posten