Margaretha
Willems van Bragt en Maria Dirck Coenen Verhoeven zijn getuige bij een
noodlottig ongeluk. Het is maandag 13 november 1747. Beiden zijn die morgen
rond tien uur bij Peter Willem Egelmeer aan het vlas swingen. Zij zien dat
Peter en Hendrick Claas Janssen met de riek mest uit de stal op de aardkar
laden. Op het moment dat Peter de mest heeft geladen, bukt hij zich en dan
slaat het noodlot toe. Hendrick brengt zijn riek met mest omhoog en meteen
roept Peter: “Jezus Maria, hoe steeckt gij mij daar.” Waarop Hendrick zegt: “Og
Willem, niet ick kan het niet gebeteren.” (Och Willem, ik kan er niets aan
doen.) En hij vraagt nog:”Waar heb je het in je oog?” Peter antwoordt: “Langs
mijn oog.” Daarop zien beide dames dat Peter zowel uit zijn oog als neus
bloedt, hij heeft een riektand bij zijn oog in het hoofd gekregen.
Zes dagen
later, zondag rond drie uur, togen president Jan van den Bogard en de schepenen
Jan Janssen Canters, Jan Thomas Strijbosch en Jan van Leucken vergezeld van
medicinae doctor Ignatius van den Deijck en chirurgijn Petrus Schippers naar de
Leekerstraat. Daar treffen zij het dode lichaam van Peter in zijn woning.
Petrus onderzoekt het lichaam en constateert, na lichting van de schedel
–afneminge des beckeneels-, dat de riektand door de hersenvliezen in de
hersenen is gekomen. De bloeding en natuurlijk ook het vuil van de mest hebben
de dood van Peter veroorzaakt. Je ziet, een ongeluk zit in een klein hoekje.
Geneesheren
Vroeger waren
er twee typen dokters, de medicinae doctor en de chirurgijn. De doctor had een
universitaire opleiding, vestigde zich meestal in een grotere plaats en had de
betere stand tot zijn klantenkring. De doctor scheef recepten en
behandelmethodes voor. Hij deed zelden zelf actief iets, maar liet dat doen
door de chirurgijn. In ons verhaal liet hij Petrus de schedellichting
verrichten. De plaatselijke overheid riep de doctor op bij het schouwen van
lijken; vandaar dat drossard Gisbert de Jong Ignatius naar de Leekerstraat liet
komen. De tegenhanger van de doctor was de chirurgijn. Deze studeerde niet aan
een universiteit, maar keeg zijn opleiding van een meester-chirurgijn. Hij
behandelde en verbond wonden, zette botbreuken, verwijderde gezwellen, trok
tanden en kiezen en deed vooral aderlating.
Personalia
Peter Willem
Egelmeer(s) sr. zoon van Willem Dirk. Geboren op 3 december 1696 en begraven op
21 november 1747. Trouwde in 1723 met Johanna Goorts. Zij krijgen 3 kinderen:
Maria Peter, Wilhelmina en Fransiscus. Peter was schepen van de heerlijkheid en
werd door zijn dood opgevolgd door Francis Jansen Claassen.
Ignatius van
den Deijck woonde in de Ruijsschenberghstraat -vroeger de Schoolstraat- in
Gemert. Hij was getrouwd met Anna Bijnen, de weduwe van Mathias Verhoffstadt.
Petrus
Schippers, chirurgijn, geboren in Haren gemeente Megen. Hij trouwde in Veghel
met Maria Barbara van Rijn uit Den Bosch. De vader van Maria was apotheker.
Bronnen:
BHIC Den Bosch, Raad van Brabant,
inventarisnr 466.0292
Hans van den Broek, “Koorts en Honger”
[1] vlas swingen = vlas braken

Geen opmerkingen:
Een reactie posten