Geschiedenis

zondag 17 december 2017

Hoe steeckt gij mij daar

Margaretha Willems van Bragt en Maria Dirck Coenen Verhoeven zijn getuige bij een noodlottig ongeluk. Het is maandag 13 november 1747. Beiden zijn die morgen rond tien uur bij Peter Willem Egelmeer aan het vlas swingen. Zij zien dat Peter en Hendrick Claas Janssen met de riek mest uit de stal op de aardkar laden. Op het moment dat Peter de mest heeft geladen, bukt hij zich en dan slaat het noodlot toe. Hendrick brengt zijn riek met mest omhoog en meteen roept Peter: “Jezus Maria, hoe steeckt gij mij daar.” Waarop Hendrick zegt: “Og Willem, niet ick kan het niet gebeteren.” (Och Willem, ik kan er niets aan doen.) En hij vraagt nog:”Waar heb je het in je oog?” Peter antwoordt: “Langs mijn oog.” Daarop zien beide dames dat Peter zowel uit zijn oog als neus bloedt, hij heeft een riektand bij zijn oog in het hoofd gekregen.
 
Zes dagen later, zondag rond drie uur, togen president Jan van den Bogard en de schepenen Jan Janssen Canters, Jan Thomas Strijbosch en Jan van Leucken vergezeld van medicinae doctor Ignatius van den Deijck en chirurgijn Petrus Schippers naar de Leekerstraat. Daar treffen zij het dode lichaam van Peter in zijn woning. Petrus onderzoekt het lichaam en constateert, na lichting van de schedel –afneminge des beckeneels-, dat de riektand door de hersenvliezen in de hersenen is gekomen. De bloeding en natuurlijk ook het vuil van de mest hebben de dood van Peter veroorzaakt. Je ziet, een ongeluk zit in een klein hoekje.

Geneesheren
Vroeger waren er twee typen dokters, de medicinae doctor en de chirurgijn. De doctor had een universitaire opleiding, vestigde zich meestal in een grotere plaats en had de betere stand tot zijn klantenkring. De doctor scheef recepten en behandelmethodes voor. Hij deed zelden zelf actief iets, maar liet dat doen door de chirurgijn. In ons verhaal liet hij Petrus de schedellichting verrichten. De plaatselijke overheid riep de doctor op bij het schouwen van lijken; vandaar dat drossard Gisbert de Jong Ignatius naar de Leekerstraat liet komen. De tegenhanger van de doctor was de chirurgijn. Deze studeerde niet aan een universiteit, maar keeg zijn opleiding van een meester-chirurgijn. Hij behandelde en verbond wonden, zette botbreuken, verwijderde gezwellen, trok tanden en kiezen en deed vooral aderlating.

Personalia
Peter Willem Egelmeer(s) sr. zoon van Willem Dirk. Geboren op 3 december 1696 en begraven op 21 november 1747. Trouwde in 1723 met Johanna Goorts. Zij krijgen 3 kinderen: Maria Peter, Wilhelmina en Fransiscus. Peter was schepen van de heerlijkheid en werd door zijn dood opgevolgd door Francis Jansen Claassen.

Ignatius van den Deijck woonde in de Ruijsschenberghstraat -vroeger de Schoolstraat- in Gemert. Hij was getrouwd met Anna Bijnen, de weduwe van Mathias Verhoffstadt.

Petrus Schippers, chirurgijn, geboren in Haren gemeente Megen. Hij trouwde in Veghel met Maria Barbara van Rijn uit Den Bosch. De vader van Maria was apotheker.

Bronnen:
BHIC Den Bosch, Raad van Brabant, inventarisnr 466.0292
Hans van den Broek, “Koorts en Honger”
[1] vlas swingen = vlas braken

Geen opmerkingen:

Een reactie posten