Gedeputeerde Staten benoemen Cornelis van Kemenade, 33 jaar oud, notaris op de Heuvel, het huidige Heuvelplein, tot raadslid van Beek en Donk. Normaal is dat de staten de voordracht van de raad overnemen, maar nu gebeurt dit niet. In plaats van Willem van Vegchel, bouwman op het Meulenveld, wordt notaris Van Kemenade op 2 januari 1832 gekozen. Op 9 januari wordt hij tevens door de Gouverneur des Konings benoemd tot waarnemend burgemeester bij diens afwezigheid.
Door het overlijden van secretaris en plaatselijk ontvanger Jan Francis Ribbius in maart 1833 wordt Van Kemenade op 1 april door de raad voorgedragen voor de post van secretaris; ook wordt hij tot oktober 1833 voorgedragen als plaatselijk ontvanger, omdat er zich geen kandidaten hebben aangediend. Op 31 mei benoemt de Minister van Binnenlandse Zaken hem tot secretaris; vanaf de raadsvergadering van 28 juni 1833 bekleedt hij deze functie.
Johannes De Munck, burgemeester alhier vanaf 1828, wordt aangesteld als notaris in Veghel; als opvolger benoemt de Gouverneur, bij besluit van 3 april 1838 en bij besluit van 21 maart 1838 van de Koning, Van Kemenade tot burgemeester van Beek en Donk. Normaal is dat de burgemeester ook ambtenaar van de burgerlijke stand is; hij wordt op 3 oktober 1838 door de raad gekozen. Het ambt van burgemeester is een bijbaan, hij blijft notaris.
In de periode 1838 tot en met 1851 is hij zowel burgemeester als secretaris van de gemeente, zijn hoofdbezigheid is notaris. In 1850 wordt hij nog herbenoemd als burgemeester. In de herbenoemingsstaat van de districtscommissaris aan de Gouverneur staat het volgende vermeld: Van Kemenade mag worden herbenoemd als burgemeester en secretaris, jaarwedde resp. ƒ125,- en ƒ175,-; hij is op dat moment 52 jaar en heeft 7 kinderen.
Op 22 december 1851 komt tijdens de raadsvergadering de missive van de Commissaris des Konings ter sprake, waarin gesteld wordt dat het notarisschap en burgemeestersfunctie niet langer verenigbaar zijn volgens de nieuwe gemeentewet van 1851. Eerder was hij gemachtigd beide functies te bekleden. Er moet een tijdelijke waarneming komen per 1 januari 1852; Leenders is oudste in jaren en hem wordt door de raad verzocht zich hiermee te belasten en Leenders neemt dit aan. De benoeming van de secretaris en plaatselijk ontvanger wordt, gegeven de omstandigheden, uitgesteld.
Van Kemenade moet dus het burgemeesterschap per 1 januari 1852 opgeven, maar blijft wel lid van de gemeenteraad. Tijdens de raadsvergadering van 15 maart 1852 zegt hij, dat hij ontslag neemt als raadslid en dat daardoor de betrekking van ambtenaar van de burgerlijke stand vervalt. Tijdens dezelfde vergadering moet een secretaris gekozen worden; hij stemt op zichzelf.
Tussen zeggen en doen zit een groot verschil, want hij blijft toch raadslid tot 19 juli 1852.
Intussen kandideert hij zich voor de post van plaatselijk ontvanger: op 19 maart 1852 wordt hij door de raad voorgedragen, maar hij heeft machtiging nodig om deze betrekking tegelijk met het notarisambt te verenigen, ingevolge artikel 63 van de gemeentewet. De machtiging komt er niet.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten