Acht personen bewapend met zware stokken, waren bij de kapel en Donkersvoort en vroegen daar aalmoezen aan de bewoners. Dit gebeurde in november 1845. Burgemeester Van Kemenade kwam dit ter ore en greep onmiddellijk in. Hij formeerde onder zijn leiding een groep van vijf manschappen om achter deze groep aan te gaan, en ordonneerde dat een tweede groep van twintig mannen hem zou komen ondersteunen.
Omdat de groep bedelaars een half uur voorsprong had, kreeg de burgemeester hen niet te pakken. Zij konden richting Lieshout ontsnappen. Bij navraag bleek dat de bedelaars bij verscheidene huizen om brood hadden gevraagd en enkele sneden hadden gekregen. Maar dat was in hun ogen niet genoeg. “Een bagatel helpt ons niet, geef ons een heel brood.”
Hierna heeft Van Kemenade de groep gesplitst en richting Beek getrokken om hen daar eventueel op te wachten. Bij de brug aangekomen bleek dat de groep bedelaars voorzien van stokken en zakken, een uur daarvoor, was gepasseerd. Ook hier hadden zij bij huizen aangeklopt en brood gevraagd. Daar hadden ze het smoesje verteld, dat zij arbeiders waren die van de Eindhovensche vaart[1] kwamen en vandaar richting Gemert verder trokken. De burgemeester en zijn patrouille heeft de rest van de nacht gewaakt zonder verdere bijzonderheden te ontdekken.
Bron:
BHIC, Den
Bosch, Archief De Jong toegangsnummer 317, inventarisnummer 1135
[1] Op 4 juli 1845 gaf de Minister na de nodige aanpassingen in het ontwerp van de vaarroute van het Eindhovensch Kanaal te hebben aangebracht, toestemming om met de aanleg te beginnen. Info: https://rdsstichting.wixsite.com/history/single-post/eindhovens-kanaal
Geen opmerkingen:
Een reactie posten