Nadat in het jaar 1880 de eerste huizen in de Vogelenzang
voor de firma Van Thiel werden gebouwd, wilde Marianus (roepnaam Janus),
mede-eigenaar bij de firma, de arbeiders zoveel mogelijk onderbrengen in
woningen van de fabriek. De Leekerstraat -de huidige Mgr. Verhagenstraat- was
daarvoor een geschikte locatie. Hij liet de Helmondse bouwkundige Josephus
Swinkels een bestek met voorwaarden opstellen voor een rij van acht woningen. In
zo’n bestek staan zaken als het soort stenen dat moet worden gebruikt, welke houtsoorten
en andere materialen nodig zijn en waar de aannemer zich aan te houden heeft.
Volgens de overlevering speelde Janus toneel en was muziekliefhebber en daarom
wilde hij dat boven de middenwoningen of hoofdgebouw een concertzaal gebouwd
werd. Dit was in het jaar 1896.
Liefst elf aannemers schreven zich in voor deze bouwopdracht.
De prijsopgaven liepen uiteen van ƒ9.546 voor de laagste tot ƒ12.400 voor de
hoogste inschrijver. Het is niet helemaal duidelijk wie van de elf aannemers de
opdracht tot de bouw kreeg, maar het lijkt erop dat Janus koos voor twee
aannemers. Namelijk de gebroeders De Vries uit Beek en Donk mochten de
bovenzaal bouwen[1]
en aannemer De Groot uit Demen bij Oss de overige woningen. Lambert en Graard
de Vries waren via moeders kant familie van de Van Thiels en Gerardus Antonius
de Groot had in het jaar 1895/’96 de villa van Janus’ broer Willem gebouwd. Dat
was Leefdael waar tegenwoordig onder meer een Grieks restaurant gevestigd is.
Deze rij woningen kwam tegenover de Vogelenzang aan de
andere zijde van de straat te staan. Bouwtekeningen van dit project zijn er niet,
toch kan een vrij ruwe schets aan de hand van dit bestek gemaakt worden om een
idee te krijgen. De totale lengte van het blok is ruim 43 meter lang, de
middenwoningen onder de concertzaal zijn 15 meter diep.

Tekening gemaakt door oud-architect Piet van Wetten aan de
hand van gegevens uit het bestekboekje uit 1896.
Een oude foto geeft een goed beeld van de sjieke uitstraling
van vooral de eindwoningen en de concertzaal. Op onderstaande foto staan
bouwvakkers die hier werkten met vooraan een man met ’n stuk papier in de hand,
vermoedelijk de uitvoerder of aannemer. Helaas zijn geen namen bekend. Van een Arbowet
had men in die tijd nog niet gehoord als je naar de steigers met de losse
planken kijkt. En nieuwsgierigen konden gemakkelijk een kijkje komen nemen, de
bouwplaats was niet afgezet.
 |
De eindafwerking van het complex is in volle gang.
Fotograaf L.J. Coolen uit Asten.
Fotocollectie BHIC, Den Bosch, nummer 1219-000056 |
Opvallend is het dak van de bovenzaal. De eerste paar meters
zien we aan de voorzijde een spits dak om zo een geheel te vormen met de rest
van de rij woningen om naar achter over te gaan in een plat zinken dak. In het
bestek is geen elektra opgenomen en de privaten zijn, gebruikelijk in die tijd,
buiten gesitueerd. Een ander detail is de vloer van de woningen. Het zijn
plavuizen vloeren die in het zand liggen met uitzondering van beide voorkamers
van het zogeheten hoofdgebouw onder de zaal. Deze
hebben houten vloeren wat erop lijkt dat deze woningen een andere functie
zouden krijgen dan de overige woningen.
In het oog springen de fraaie dakornamenten. De bovenzaal is
te bereiken met een trap achter de deur die zich rechts naast het hoofdgebouw is.
Het werk moest op 1 mei 1897 afgewerkt en goedgekeurd opgeleverd zijn volgens
het bestek. Of deze datum daadwerkelijk gehaald is, vermeldt de geschiedenis
ons niet.
De Zaal
Aan alle details voor de concertzaal is gedacht, want in het
bestekboekje had vermoedelijk Janus plaatjes gedaan met daarop voorbeelden van
stoelen en ’n tafel die in de zaal gebruikt zouden worden. De keuze viel op een
tonnetstoel.
De concertzaal kreeg al snel de naam “De Zaal”. Deze
had een podium -in het bestek is sprake van een tribune- met daarvoor een
opstapje van twee treden, dus hoog was deze niet. Een diversiteit aan evenementen
vond hier plaats. Het ging van toneelvoorstellingen tot muziekuitvoeringen door
Sint Leonardus, de huisfanfare van de firma Van Thiel[2].
Natuurlijk toeterde ook harmonie O&U er nu en dan driftig op los. Zo geeft
deze in februari 1905 een winterconcert. En wat te denken van het volgende
krantenbericht in het Nieuws van de Week van 18 december 1900, waar door
de plaatselijke fietsclub Wilhelmina in De Zaal langzaam wordt gereden, ring
gestoken en figuur gereden wordt? Een soort kunstfietsen. Het toont wel aan dat
deze groot genoeg was voor zo’n evenement mét bezoekers. Beide aannemer-broers
De Vries waren trouwens lid van deze fietsclub[3].
Ook eigenaardig is het bericht in het twee keer per week verschijnende blad De
Zuidwillemsvaart dat kruisboogschuttersvereniging Julius Caesar een
concours houdt op 17 december 1905 in De Zaal waar Karel Dahmen dan het beheer
heeft.

Het is niet altijd koek en ei geweest tussen Janus en zijn
dorpsgenoten, want als in 1909/1910 een staking op de fabriek uitbreekt,
weigert Janus de arbeiders toegang tot De Zaal om er hun vergaderingen te
houden. Ook de huisfanfare stopt dan, waarvan Janus ongetwijfeld pijn in het
hart heeft gehad. De doorstart van deze fanfare was pas twee jaar later en
stopte definitief in 1914. De instrumenten werden door Janus verkocht aan … de
kerkelijke harmonie St. Leonardus uit Hilvarenbeek[4].
Hoe toepasselijk!
Maar Janus leek in de loop der jaren milder te zijn geworden
tegenover de arbeider, gezien een bericht in De Zuidwillemsvaart van 28
september 1918. Hij geeft De Zaal namelijk in bruikleen aan de pas opgerichte RK
Werkliedenvereeniging, die ook nog gratis gebruik mag maken van de meubels
en verlichting die op kosten van Janus nagekeken zal worden. Daar wordt de dag
erna, zondag 29 september, een gecombineerde vergadering gehouden met de Drankbestrijdersvereeniging.
Hoewel hierop nog een vergunning rust tot verkoop van alcoholhoudende drank
anders dan sterke drank, zal de bar ongetwijfeld gesloten zijn en zal alleen
koffie, thee en misschien aanmaaklimonade geserveerd zijn.
Het beheer van De Zaal is in verschillende handen
geweest. Voordat de Werkliedenvereeniging de sleutel ervan
in handen kreeg, waren Karel Dahmen en later zijn weduwe Wilhelmina van Heck de
beheerders. Johanna Maria Korsten -roepnaam Anna-, weduwe van Franciscus
Hanegraaf, kreeg in 1915 vergunning om in de zaal alcoholhoudende met
uitzondering van sterke drank te verkopen tot juni 1919. Links onder de zaal
was een winkel in koloniale waren gevestigd van de Eindhovense firma Notten.
Daar was deze weduwe filiaalhoudster. Nadat Anna in 1926 verhuisde, nam de
weduwe van Marinus Smits -Cornelia van Wanrooij- de winkel over.
Wanneer het
filiaal van Wed. A.A. Notten in ons dorp sloot is niet met zekerheid te zeggen,
maar in 1928 was deze er nog, zoals blijkt uit een nieuwjaarswens in De
Zuidwillemsvaart van 31 december 1928.
In latere jaren is de zaal nog in gebruik geweest als
opslagruimte voor meubels. Een Eindhovense transportfirma kwam bijna wekelijks
spullen halen en brengen.
Herinneringen aan mijn jeugd
In de loop van al die jaren zijn veel families in de rij
woningen komen wonen. Een van de eerste was de familie van Wilhelmus Hermens,
die getrouwd was met Cornelia van Hout. Ook boekhouder op de fabriek Carolus
Franciscus Schoofs woonde er met zijn vrouw Martina Lammers. Hij trouwde haar
op 22 september 1896. Carolus Dahmen -Karel- woonde met zijn vrouw Wilhelmina
van Heck onder de zaal waar zij een café runden. Zij hadden ook het beheer van
de zaal.
Ik groeide op tegenover deze rij woningen en een aantal
namen van bewoners uit mijn tijd zijn mij bijgebleven. In de eerste woning
vanaf de brug gezien, woonde Josephus Verschuren -roepnaam Jef- met zijn vrouw
Martha. Hij was de koetsier van Janus van Thiel en later reed hij hem rond in
diens dienstauto. Hij combineerde dat door bij Janus de tuin te onderhouden. Later
werd hij zelfstandige en had een grote zwarte taxi waarmee hij zieken van en
naar het ziekenhuis in Helmond bracht. Jef had in de voorste kamer van het huis
een winkel in elektriciteitsspullen. Daar kon je terecht voor ’n lamp of draad,
veel meer was toen nog niet te koop. Wilde men iets kopen, moest je achterom,
want de voordeur was altijd op slot. Je bestelde, Jos ging het halen en je
rekende dan contant af. Ik geloof niet dat iemand ooit voor in de winkel is
geweest, je bleef in de keuken, verder kwam je niet.
Twee deuren verder woonde de weduwe van Petrus Smits -Piet-,
Maria Geertruda Klomp, Trui genaamd. Zij was een tenger klein vrouwtje die
gezegend was met De Gave. Rond mijn vijfde liet een oom per ongeluk een
brandende sigaret op mijn hand vallen. Gillend van pijn bracht moeder mij naar
haar. Trui nam mijn hand, bracht die tot vlakbij haar mond en prevelde er een
gebed overheen. Daarna kon ik gaan en, oh wonder, bij het verlaten van haar
huis stond ik buiten, geen pijn meer gevoeld! Nog decennia later kon je het
ronde litteken op mijn hand zien. Trui overleefde haar man 39 jaar. Hij
overleed aan leverkanker op 8 juni 1921, terwijl Trui op dezelfde dag 8 juni
stierf, maar dan in het jaar 1960. Toeval of niet?
In de laatste woning was de schoenenzaak van Daniëls
gevestigd. Wims vrouw Miep runde de winkel, waar de stellingen vol stonden met
schoenendozen. Het merk dat hier veel werd verkocht was Robinson uit de
schoenenfabriek in Nijmegen. (In de reclame koos Robinson, intussen vooral
met schoenen voor vader en zoon, voor een nationalistische koers: de schoenen
van Robinson waren ‘Hollandsche’ schoenen, gemaakt ‘door Hollandsche arbeiders’
en gedragen door ‘de Hollandsche Vader en Zoon’. Helpt elkaar, koopt
Nederlandse waar; dat werk!)
Oerdegelijke
stevige modellen, kleur zwart of bruin, meer keuze had je toen niet. Ging zo'n
schoen toch kapot, liep je achterom naar de werkplaats waar vader Piet en zoon
Wim naast elkaar ieder aan zijn eigen leest -schoenmaker blijf bij je leest- de
schoenen repareerden. Trok je de deur open, kwam de lekkere lucht van leer en
lijm je al tegemoet.
Wim en zijn vrouw Miep kwamen in het weekend vaak bij ons
thuis om te kaarten. Ze hadden altijd dezelfde tafelschikking, Wim en vader
tegenover elkaar, zo ook Miep en moeder. Ik kende de spelregels van het rikspel
nog niet, maar ik vond het wél opvallend dat als Wim of vader goede kaarten
hadden en een rik boden, de ander altijd maat was. En als Miep of moeder een
rik in handen had, de maat ieder van de drie anderen kon zijn. Ik ben er nooit
achter gekomen hoe Wim en vader het voor elkaar kregen steeds maat van elkaar
te zijn. Je kon niets aan de stemmen horen, je zag hen geen geheime seintjes
geven in de vorm van knipogen of handgebaren.
Sloop
De laatste bewoners van de rij woningen waren de echtparen
Van de Molengraaf en Hoevenaars. Zij wilden op deze plaats twee vrijstaande
woningen bouwen en vroegen aan het college van B&W vergunning voor de sloop
van de rij. Deze werd hen op 7 mei 1974 verleend. Eerder al had Theo v.d.
Vrande op de ondergrond van het rechterdeel van de rij een werkplaats gebouwd.
Gelukkig heeft Jan van de Molengraaf het nodige gefotografeerd tijdens de
sloop, waardoor leuke details van het complex zichtbaar werden.
 |
|
De zaal met podium aan de straatzijde.
Foto Jan v.d. Molengraaf.
|
Het podium was aan de straatzijde en langs het podium waren
twee kleine driehoekige kamertjes, die dienstdeden als coulissen. In die
vertrekken bevonden zich ook grotebuitenramen.
Het plafond boven het podium in de zaal had een houten tongewelf, de rest van
de zaal had een recht plafond. Boven dit podium was een omhooggetrokken voordoek
met daarachter een groot embleem van een harp met twee bazuinen. Vermoedelijk
het beeldmerk van de in 1904 opgerichte fanfare Sint Leonardus.
Onder de rechter benedenwoning was een grote bierkelder met
een halfrond plafond aan de straatzijde, terwijl bij de linker woning de
kleinere kelder zich aan de achterzijde bevond. Een laatste weetje: tijdens de
Tweede Wereldoorlog waren er Britse soldaten gelegerd. Bij de sloop van het
podium kwamen er spullen uit die tijd tevoorschijn, brieven van een
soldatenmoeder en lege sigarettenpakjes.
Zo kwam na 77 jaar een einde aan een markant gebouw met een
eigen geschiedenis die velen nog niet kenden.
 |
Diepe
kelder in de rechterwoning onder de zaal. Aan de overzijde de Kroonwinkel waar
de auteur opgroeide. Foto Jan v.d. Molengraaf. |
Bronnen:
Giel van
Hooff en Michiel Kruidenier, 2023, Architect Lambert de Vries (1875-1939)
Paul Begeijn
SJ, Arthur van Thiel, “Van Thiel in vijf eeuwen, 1545-2003”
Familieblad
“Van Thiel Vandaag, Gister & Morgen”, redactie o.a. Arthur van Thiel
Boek “125
O&U in Beeld”, 2016
Brabants Historisch
Informatie Centrum BHIC, Den Bosch, toegangsnummer 188, inventarisnummer 7, Bestek
en voorwaarden voor bouwen woonhuizen met bovenzaal voor rekening van M.P. van
Thiel, 1896
Regionaal Historisch
Centrum RHCe, Eindhoven, Aantekenboekje Lambert de Vries (nog niet
gearchiveerd)
RHCe, Bevolkingsregisters
en Drankvergunningen van het gemeentebestuur Beek en Donk
Delpher,
diverse historische krantenberichten
Met dank aan
Arthur van Thiel, Giel van Hooff, Jan van de Molengraaf, Mariet Adriaans, Piet
van Wetten
[1]
In een aantekenboekje van Lambert de Vries staat vermeld dat de concertzaal is
aangenomen voor een bedrag van ƒ3975,-
[2]
Fanfare St. Leonardus is volgens de
statuten opgericht op 4 januari 1904. De eerste uitvoering vond op zondag 5
februari 1905 plaats in de Zaal en de leden hadden een jaar de tijd gehad te
oefenen.
[4]
In de Nieuwe Tilburgsche courant van 6 maart 1914 wordt vermeld dat het bestuur
van deze kerkelijke harmonie op 4 februari een hele partij instrumenten heeft
aangekocht in Beek en Donk. Hiermee wordt de stelling in het boek “Beek en
Donk 100 Jaar O&U” op pagina 48 weerlegd, dat de instrumenten verkocht
zouden zijn aan een pastoor in Gemonde.