Geschiedenis

woensdag 17 november 2021

Even geen goede buren

De Beek en Donkse bestuurders zijn boos. Boos op die van Gemert en wel zo erg dat zij tegen de gang van zaken een boze brief schrijven.

Het geeft namelijk geen pas om plots Beek en Donkse kooplieden te belasten met weg-, tol- of bruggeld als zij met hun waren door Gemert trekken. Ook bij het verladen in Gemert zelf van manufacturen, vee of gewassen hebben zij nooit hoeven te betalen, of het zou heel misschien in het verre verleden met de invoering van weggeld geweest moeten zijn. En dan voor hooguit een of twee jaar, langer zeker niet. 

Gemertenaren mogen met hun negotie natuurlijk gewoon zonder te betalen over Beek en Donks grondgebied, want zoals inwoners uit de Meierij geen tol hoeven te betalen, zo worden die uit Gemert op dezelfde manier keurig netjes door ons behandeld. Zo doen we dat met buren! Eerlijke handel over en weer, zonder aantasting van de concurrentiepositie.

Maar Gemert ruikt geld, vraagt plots tol en daarom is het Beek en Donks gemeentebestuur in de pen geklommen om op hoge poten duidelijk te maken dat dit niet kan. Daarom hebben drossard Gerardus Deckers en de schepenen Adam Gerrits, Jan Pieters Roijackers en Willem Corstiaens op 22 januari 1697 geprotesteerd bij de Rentmeester-Generaal der Domeinen in Den Bosch.

Ondertekende deel van de getuigenis

Bron:

BHIC Den Bosch, Raad en Rentmeester-Generaal toegangsnummer 9, inventarisnummer 308

 

Begraven in de kerk

In het begeleidend redactioneel artikel van D’n Tesnuzzik, nummer vier 2012, is te lezen dat Jurianus Treffers als een van de laatsten in de oude St. Michaelkerk in de Beekse Akkers is begraven en dat kort daarna begraven in de kerk bij wet is verboden.

Hierop zijn enkele aanvullingen te geven.

1. Het was Napoleon die in het jaar 1804 kerkbegrafenissen verbood en toen de Fransen in 1813 uit ons land verdwenen, is dit verbod ongedaan gemaakt. Pas in 1829 is door koning Willem I opnieuw, en nu definitief, het verbod uitgevaardigd op het begraven in kerken.

2. Na Jurianus in 1763 zijn nog elf personen in ‘n kerk begraven.

3. In het volgend overzicht heb ik, voor zover dit valt na te gaan, de dorpsgenoten opgenomen die ooit in een kerk zijn begraven. Ik gebruik bewust de term “een kerk”, omdat uit deze gegevens niet valt te achterhalen over welke kerk het gaat. De gegevens zijn van “Extract uijt het dootboek”, het begraafboekje van de kosters Izaak Ente en Cornelis Vierhout en zijn op internet te vinden via www.genver.nl.

maand

jaar

naam

1 juni

1747

kind van Dirk de Kleene

30 dec

1749

zoon van Adam Blankart

13 okt

1750

kind van Jurianus Treffers

15 juli

1751

Jan Baptist Martens, pastoor

2 aug

1754

kind van Jurianus Treffers

26 apr

1755

vrouw van Isaak Ente; zij is gratis begraven

11 jan

1756

weduwe van J. de Bie

10 mei

1757

kind van Jurianus Treffers

9 mei

1763

Jurianus Treffers

13 mei

1773

kind van C.L. ter Horne

20 juni

1775

C.L. ter Horne

10 feb

1776

kind van weduwe C.L. ter Horne

14 jan

1777

schoolmeester Izaak Ente

1 mrt

1779

Gijsbert de Jong

3 mei

1780

gepensioneerd luitenant Arien de Liesse [Delisse]

18 feb

1783

kind van Huijbert Koole, tuinman van de Heer van Beek

30 sep

1788

kind van Boudewijn Besooijen

13 apr

1793

schoolmeester koster Cornelis Bernardus Vierhout

2 jan

1794

Catharina Wendelina van Flodorp, weduwe van Cornelis Vierhout

11 juni

1795

vrouw van Boudewijn van Besooijen

Lange tijd kostte het begraven van kinderen zeven stuivers, terwijl men voor volwassenen veertien stuivers betaalde. Mensen met weinig geld hoefden voor hun doden niets te betalen. Wilde men de overledene in de kerk laten begraven was het bedrag een gulden en tien stuivers, in een enkel geval drie gulden.

In 1886 ging het Beek en Donk financieel blijkbaar niet voor de wind, want inventief als mensen kunnen zijn, bedacht het gemeentebestuur een manier om enigszins te voorzien in de hoge kosten van onderhoud aan de toren. De mensen moesten vanaf 1 mei voortaan betalen als men bij een begrafenis de kerkklokken wilde laten luiden. De volgende tarieven golden: voor klasse een ƒ1,- voor klasse twee ƒ0,50 voor klasse drie ƒ0,25 en voor kinderen was men 10 cent kwijt, terwijl bij het begraven van armen de klokken konden worden geluid zonder betaling. Wie in welke klasse valt wordt niet verder gespecificeerd. Wel was er de eis dat de klokken pas geluid mochten worden als men met het lijk de kerk verliet. Deze regeling werd in de raadsvergadering van 24 maart met algemene stemmen goedgekeurd.                                                  

Tegelijk met de klokken zullen de raadsleden de kassa al hebben horen rinkelen!

 

Gijsberd de Jong wordt in de kerk begraven

[Bron: RHC Eindhoven, oud archief Beek en Donk 1811-1930, Inventarisnummer 3046-3]