Geschiedenis

dinsdag 16 november 2021

Moord aan de Leekse Steegd

“Soms kom je iets tegen waar je niet naar zocht”

Alexander Fleming, nobelprijswinnaar geneeskunde

In D’n Tesnuzzik nummer 3 van 2007 verscheen van de hand van Martin Philipsen de bewerking van het proces verbaal van de moord op Maria v.d.Biggelaar. Martin had nog vragen die hij niet kon beantwoorden. Ook ik stuitte pardoes op dit proces verbaal en ging op nader onderzoek uit. In onderstaand artikel wil ik aan de hand van een korte voor- en wat langere nageschiedenis een beter beeld schetsen van de gebeurtenissen rondom deze moordaanslag. Daarmee zijn misschien nog niet alle vragen beantwoord, maar in ieder geval wel de destijds door Martin gestelde. Ook hier geldt dat elk antwoord weer een nieuwe vraag oproept.

We schrijven 1816. Notaris Jacob Hendrik Rovers behandelt op 18 september de zaak van familie Van Rixtel. Door boedelscheiding verkrijgt Antony van Rixtel diverse stukken land en een “huis, hof en aangelag langs de Leekse Steegd” plus nog een klein huisje genaamd Bemmer op de hoek van de Bemmerstraat met deze Leekse Steegd. In totaal krijgt hij voor een waarde van ƒ1680,-. Jan van Rixtel krijgt ook een derde deel. Hij verkrijgt een huis en land, voornamelijk op de Hees, met een waarde van ƒ1550,-. terwijl Thomas, Antonetta en Anna Maria gezamenlijk het laatste derde part krijgen. Zij krijgen land ter waarde van ƒ1520,-.

 

Antony van Rixtel woont op dat moment nog met zijn hoogzwangere vrouw Maria van den Biggelaar aan de Heuvel hier in Beek en Donk. Daar wordt op 8 oktober zoontje Johannes geboren. Koopman / winkelier Johannes van de Rijdt en touwslager Antony Kluijtmans zijn buren van Antony en beiden zijn getuige bij de aangifte van het kind bij burgemeester Johan de Jong. Maar op 25 december van hetzelfde jaar slaat het noodlot toe als het zoontje overlijdt. 

Overlijdensakte zoontje van Antony en Maria

Proces Verbaal 

We maken nu een sprong in de tijd naar het jaar 1826. Antony en Maria wonen in het huis/boerderij dat zij eerder in 1816 verkregen hebben aan de Leekse Steegd, een zijstraat van de Bemmerstraat. Tegenwoordig heet deze weg Leekweg, hoewel het een zandpad is dat naar de landerijen voert. Op dinsdag 26 september steekt Antony zijn vrouw Maria met een mes in de hals en de verwondingen zijn zo ernstig dat zij een dag later hieraan overlijdt. Burgemeester Christianus Johannes de Jong, opvolger van Johan de Jong, legt dit afschuwelijk drama vast in een proces verbaal dat hij naar de officier van justitie bij de “rechtbank van eerste aanleg” in Eindhoven stuurt. Een kopie van dit proces verbaal gaat ook naar districtscommissaris Wesselman in Helmond, die van alle gebeurtenissen in de regiogemeenten op de hoogte gehouden wordt. 

“Godefridus van der Sanden, bouwman 63 jaar, verklaart tegenover de burgemeester het volgende; vanmiddag rond een uur werd hij geroepen door Peter van Lieshout om meteen naar het huis van zijn buurman Antony van Rixtel, bouwman 53 jaar, te komen. Godefridus zag dat Antony bezig was met een mes zijn vrouw Maria van de Biggelaar, 48 jaar, in de hals te snijden en haar al ’n verschrikkelijke wond had toegebracht.

Godefridus viel Antony meteen aan om hem het mes uit de handen te rukken en hem met  de hulp van Joseph van Thiel, bouwman 41 jaar ook buurman van Antony, en Petrus Verhoeven, bouwknecht van Antony, van het lichaam van Antony’s vrouw te rukken en zij hebben hem in de stal vastgebonden.

Vervolgens zijn wij weer direct naar het huis gegaan geassisteerd met de heer medici en dokter en chirurgijn Hermans, wonend te Lieshout, die ons verklaarde dat nadat de wond van Maria v.d.Biggelaar, toegebracht door Antony, te hebben geëxamineerd en aan haar alle mogelijke hulp en zorg te hebben verricht, dodelijk is. 

Vervolgens hebben wij Antony die op de stal van deszelfs woonhuizinge met handen gebonden was in een woedende en kwaadaardige omstandigheid bevonden en een zeer verwarde taal sprak doch tevens bekende dadelijk dat hij weet wist wat hij gedaan had zeggende: “Ik heb mijn vrouw de hals afgesneden.”

Vervolgens hebben we de marechaussees van Helmond gerequireerd waarna ook dadelijk de heer wachtmeester en twee manschappen zijn gekomen en hebben Antony in verzekering genomen. Hierna is dit proces verbaal opgesteld waarbij ook Johanna Pardoel [zvdl: Perdoel] als getuige vermeld is.”

Tot zover het proces verbaal. Antony wordt overgebracht naar de stadsgevangenis in Eindhoven. 

Mes

De officier bij de “rechtbank van eerste aanleg” stuurt nog diezelfde dag een brief naar de burgemeester waarin hij aangeeft de dag erna samen met de rechter met zijn griffier naar Beek en Donk te komen voor nader onderzoek. Over deze verrichtingen schrijft de officier een proces verbaal dat naar de Procureur Crimineel der Politie in Den Bosch wordt gestuurd. Opmerkelijk hierin is de volgende passage: “Van het mes waarmede hij zijne vrouw heeft om het leven gebragt, is geene melding gemaakt om dat de Heer burgemeester hetzelve onderweg verloren heeft en er toch overigens genoegzame bewijzen zijn.” Met andere woorden de burgemeester heeft dus na de bewuste daad het mes meegenomen maar heeft het onderweg verloren! Maar het geeft niet omdat er toch genoeg andere bewijzen zijn, volgens de officier. Daar zou je heden ten dage eens mee moeten aankomen: bewijsmateriaal dat verloren is geraakt. De Moskowiczen en Spongs zouden in hun vuistjes lachen bij zo’n blunder.

Naar aanleiding van het onderzoek van de officier van de rechtbank retourneert de Procureur Crimineel uit Den Bosch een brief, in kriebelig handschrift, met een achttal vragen die door de Beek en Donkse burgemeester beantwoord moeten worden. Een opmerkelijke vraag die de Procureur stelt, is of Antony reden had ontevreden te zijn over een boedelscheiding. Dat zou dan hebben moeten plaatsvinden nadat Wilhelmus v.d.Biggelaar op 8 februari 1826 in Beek en Donk was overleden. Dat was niet het geval, aldus Wim van den Biggelaar, huidig lid van de Heemkundekring. Hij onderzoekt de familiegeschiedenis van Van den Biggelaar en in die periode is er geen sprake van boedelscheiding.

Ook moet de vraag beantwoord worden of dienstmeid Johanna Perdoel of knecht Peter Verhoeven weten, gehoord of bemerkt hebben waarover de beklaagde Antony van ’s zondagsavonds tot dinsdagmorgen gesproken heeft en meer in het bijzonder of beiden weten waarom Maria van zondag op maandag gehuild had. Bovendien wil de procureur weten wat er plaatsvond op maandagavond op de stal tussen Antony en Maria. Omdat het proces verbaal van de officier van de rechtbank mij niet bekend is, zijn het vrij cryptische vragen die gesteld zijn door de Procureur Crimineel.

Maar antwoorden op de gestelde vragen hoeven er niet meer te komen, omdat de burgemeester ontslagen wordt van het onderzoek naar de toedracht. De reden hiervoor is dat Antony op dinsdag 3 oktober tussen 10 en 11 uur in de gevangenis overlijdt, nadat hij om acht uur ’s morgens nog wat heeft gedronken, aldus de officier van de rechtbank. Cipier der stadsgevangenis Francis Verhees en gevangenisknecht Andries Brouwers doen op 4 oktober officieel aangifte van zijn overlijden bij wethouder Arnoldus van de Moosdijk, tevens beambte van de burgerlijke stand in Eindhoven. Onze burgemeester moet de familie in kennis stellen en als men een fatsoenlijke begrafenis wil moet men zo snel mogelijk naar Eindhoven komen. 

Overlijdensakte van Antony

Potje met vet

Vrederechter Van Berckel uit Gemert is inmiddels op 27 september ook door onze burgemeester op de hoogte gebracht van de daad en is gevraagd het huis van Antony en wijlen Maria te verzegelen, hetgeen hij samen met zijn griffier Jan Corstens op 28 september doet. Schreef ik in een eerder Tesnuzzik-artikel wat voor bezittingen de boeren in onze provincie in zijn algemeen hadden, in het verslag van deze vrederechter staan alle voorwerpen die hij in de boerderij aantrof exact beschreven. Een gedetailleerde opsomming van de inboedel gaat hier natuurlijk te ver, hoewel ik toch de belangrijkste zaken wil noemen, geïnteresseerden kunnen eventueel contact met mij opnemen voor een zo goed als volledige lijst.

Allereerst de indeling van de boerderij van Antony en Maria aan de Leekse Steegd. Er is een vertrek genaamd keuken die via een glasraam uitzicht biedt op het “aangelag”. In deze keuken treft Van Berckel het dode lichaam van Maria aan dat op stro op de vloer ligt. Er zijn twee kleine kamertjes zonder raam en verder is er een kelder, zolder, stal, schuur, schop en een bakhuis.

In de keuken treft men onder meer tinnen lepels aan, borden en schotels, koperen ketels en twee koperen koffiepotten en aarden borden. Een ijzeren koekenpan, een tinnen mosterdpot en peperbus, een zoutdoos, een staande klok, een spiegel en twee spinnenwielen. Zes stukken spek, twee halve koppen en zes schoven vet. Ook zijn een snaphaan met kruithoorn aanwezig, terwijl er geen sprake is van kogels. Er staan acht stoelen, er is een veren bed met hoofdpeluw, een oorkussen, twee wollen dekens en twee bedlakens. Er hangen wollen gordijnen. Opvallend is de afwezigheid van een tafel. In zijn laatst verschenen boek van Bill Bryson kan wellicht een verklaring daarvoor gevonden worden, hoewel dit hier in Beek en Donk erg speculatief is: in vroeger tijden is in Engeland de eettafel in eenvoudige huizen een onbewerkte plank. Deze hangt aan de muur als het niet wordt gebruikt en ligt op de knieën van de eters als de maaltijd wordt opgediend.

In een kamertje zonder uitzicht staan een moeskuip, drie hooigaffels, ’n krabzeis, twee zwingels en 35 stenen vlas. Ook liggen er vier ongewassen hemden.

En in het andere kamertje zonder uitzicht staat een kistje zonder slot, twee aarden kannetjes, een effer en spanzaag. Ook zijn er ’n paar hoge en lage schoenen en er is een aks.

In de kelder treft Van Berckel twee gaartobben aan, een potje met vet, ’n koolton en boteremmer. Vier oliekruikjes, twee boterpotjes en een koperen roomzift.

In het Middelnederlands heette zolder: solder, solre, soller.  Interessant is ook hier de verklaring die Bryson geeft voor het woord zolder: het zou een verbastering zijn van solive, Frans voor bintbalk of dwarsbalk. ’n Zolder was een kamer die op bintbalken lag en vaak was het gewoon een soort voorraadkamer en dat klopt hier dus goed, want Van Berckel vindt op de zolder onder andere

rogge

4 mud, 5 maatjes [zvdl: ± 1210 liter]

boekweit

4 schepel, 4 kop, 5 maatjes

lijnzaad

1 mud, 1 schepel, 1 kop, 2 maatjes

sloorzaad

een half mud

raapzaad

5 kop, 5 maatjes

raapkoek

350 stuks

 

Voor de berekening zie de begrippenlijst met Bossche graanmaten.

Op de stal staan naast vier mestrieken en een mesthak, vijf schuppen (spade), een haam, zadel en halster ook een zwart ruin, vier koeien, drie malen, een os, twee varkens, vier hennen en een haan. Ook liggen er vier braken, drie eggen een ploeg, er staat een lage en hoge kar met ijzerbeslag en een kruiwagen.

In de schuur zijn aanwezig een snijbak met mes, een wan en kafmolen, vier vlegels, vier rieken en twee ladders. Verder ligt er 15.000 pond hooi, 36 vijmen ongedorste rogge, vijf vijmen ongedorste haver, zeven vijmen gerst en 500 pond stro.

In het bakhuis ligt niet veel: een trog, vier zeisen een houten kist en enige rommel.

Als laatste ligt er in de schop circa 25 karren turf en circa 600 mutserds.

Vrederechter Van Berckel heeft Peter Verhoeven en Johanna Perdoel de eed afgenomen dat zij niets hebben ontvreemd.

Uit dit overzicht mag blijken dat Antony en Maria niet onbemiddeld waren. 

Op 6 oktober is op verzoek van Jan van Rixtel, bouwman te Beek en Donk en Jan van Duijnhoven, bouwman te Erp de boerderij door de vrederechter weer ontzegeld.

Vredegerecht Kanton Gemert

Tijdens de Franse tijd wordt de rechterlijke organisatie verbeterd. Oost- en Midden Brabant vormt het “Departement des Bouches du Rhin” met Den Bosch als hoofdplaats. Dit departement wordt verdeeld in drie arrondissementen. Eindhoven is de hoofdplaats van een van deze arrondissementen waar een “rechtbank van eerste aanleg” is gevestigd. Elk arrondissement is weer onderverdeeld in zeven kantons waar vrederechters actief zijn. Gemert is hoofdplaats van zo’n kanton, waar onder andere Beek en Donk onder valt. De vrederechter in Gemert is in eerste instantie Johannes Franciscus Aelders, notaris en gemeentesecretaris in Gemert en vanaf 1814 wordt deze functie waargenomen door Petrus Cornelis van Berckel met zijn griffier de Gemertenaar Jan Corstens.

De vrederechter doet bagatelzaken en heeft als taak partijen vóór een proces bij de gewone rechter zo veel mogelijk tot een schikking te brengen. De bevoegdheden van de vrederechter liggen op het terrein van civiele zaken zoals schadevergoedingen, herstel en onderhoud van verhuurde huizen of hoeven, genoegdoening wegens belediging en berechting van overtredingen tot een maximum van vijf dagen hechtenis. Ook zijn er buitengerechtelijke taken als het verzegelen van boedels na overlijden en deelnemen aan beraadslagingen van familieraden over het benoemen van voogden over minderjarige kinderen. Op grond van deze bevoegdheden wordt hij dus bij de beschrijving van de inboedel van het huis van Antony en Maria ingeschakeld. 

Kadasterkaart Bemmerstraat met namen
 

Wie is wie

Maria van den Biggelaar
Gedoopt op 3 juni 1778 in Erp, overleden op 27 september 1826. Dochter van Wilhelmus Lucas Joseph Willems en en Margaretha van Roosmalen.
Getrouwd op 14 juni 1812 te Aarle-Rixtel met Antony van Rixtel

Antony van Rixtel
Geboren op 21 januari 1773 in Beek en Donk, gestorven op 3 oktober 1826 in Eindhoven. Zoon van Jan van Rixtel en Dorothea Vervoort

Johanna Perdoel
Gedoopt op 26 augustus 1803 in Beek en Donk, dochter van Henricus Perdoel [Pardoel] en Johanna van Beek.
Johanna was dienstmeid van Maria en Antony, zij is op 22 mei 1828 getrouwd met Petrus Verhoeven.
 

Petrus Verhoeven
Geboren op 31 juli 1790 in Beek en Donk. Zoon van Gerardus Joannis Verhoeven en Allegonda Antonii Verbakel.
Knecht bij Antony en Maria.
 


 

Bronnen:
BHIC Den Bosch

            Inventaris 21 nummer 759

            Inventaris 21 nummer 760


Regionaal Historisch Archief Eindhoven

            Oud Administratief Archief Beek en Donk

            Inventarisnummer 4-9

Archief Gemert
            Regesten op het Vredegerecht Kanton Gemert 1811-1838
            180 akte van verzegeling

            184 ontzegeling

Bill Bryson, “Een huis vol”

Wim v.d. Biggelaar: genealogie familie van den Biggelaar

Mariet Adriaans: kadastergegevens Bemmerstraat/Leekweg

Geen opmerkingen:

Een reactie posten