Tijdens afgelopen kermiszondag in september was in ‘t Oude Raadhuis een tentoonstelling, die daarna een vervolg kreeg in de heemkamer, over de gebouwen aan het Heuvelplein en de mensen die hierin gewoond en gewerkt hebben. Hierin was natuurlijk ook plaats ingericht voor foto’s en informatie over ‘t Oude Raadhuis zelf.
In dit artikel wordt uitgebreid ingegaan op de bouw van en de verschillende aanpassingen aan dit markante gebouw van ons dorp. Daarbij zijn vijf jaartallen van belang, namelijk 1739, 1777, 1867, 1929 en 1975. Eerder hebben artikelen over het raadhuis in D’n Tesnuzzik gestaan.[i]
Familiestamboom
Eerst enkele genealogische gegevens.
Johannes Hanewinckel is getrouwd met Christina Prouningh van Deventer en
zij hebben 15 kinderen, onder wie Jacobus en Emilia Louisa. Johannes is
predikant in Gemert, Mierlo en Stiphout.
Jacobus Hanewinckel trouwt met Ida van Ravenstein. Een van hun kinderen is Johan die bij ons substituut-schoolmeester is. Johan is getrouwd met Agneta de Zeelandt.[ii]
Emilia Louisa trouwt met kapitein in Spaanse dienst jonkheer Willem de Zeelandt. Zij krijgen drie kinderen, Agneta of Agnees/Angenes, Johan en Johanna Catharina.
- Agneta is getrouwd is met de eerder genoemde schoolmeester Johan
- Johan is van 1721 tot zijn dood op 2 oktober 1737 bij ons gemeentesecretaris
- Johanna Catharina, die getrouwd is met Jan van Riet, vorster in Erp. Zij hebben 5 kinderen. Johanna Catharina is dus zowel zwagerin als nicht van schoolmeester Johan.[iii]
Het oudste raadhuis
Het eigenlijke verhaal begint al in 1721 wanneer gemeentesecretaris Johan de Zeelandt van de in Helmond woonachtige Arnoldus Leemans een huis aan de Brandstraat koopt. Dit huis is schoolhuis en de gemeente mag dit nog zeventien jaren gebruiken.
Op 16 maart van het jaar 1739 erven Johanna Catharina en substituut-schoolmeester Johan hier een huis en hof aan de Heuvel, zoals het Heuvelplein toen werd genoemd. Dit huis is eigendom van Emilia Louisa[iv] en staat ongeveer op dezelfde plek waar nu Gall&Gall gevestigd is, schoolmeester Johan woont hier. Drossaard en schepenen van de heerlijkheid Beek en Donk, de tegenwoordige gemeenteraad, krijgen de mogelijkheid dit huis aan te kopen. Volgens oud-streekarchivaris Jansen zou er echter een voorwaarde aan deze koop verbonden zijn, namelijk dat de gemeente verplicht zou zijn ook een raadhuis ter plekke te bouwen.[v] Deze informatie is niet hard te maken. Wel wordt in een van de aktes beschreven dat een raadhuis op de grond van het aan te kopen huis en hof gebouwd zal worden en ook is vermeld dat “dit huijs volgens mondeling accoord door de regenten moet worden geappropieerd [geschikt gemaakt] tot een gemeentens schoolhuijs”.[vi]
Het gemeentebestuur heeft dus wel oren naar een eventuele koop, want tot dan vergaderen de bestuurders bij de secretaris thuis die hiervoor een vergoeding van ƒ13 ontvangt. [vii] Ook wordt jaarlijks een bedrag van ƒ30 voor huishuur betaald aan de schoolmeester en bovendien is de termijn van 17 jaar afgelopen dat de gemeente het schoolhuis mag gebruiken. Er is daarom sprake van een win-win-winsituatie zoals dat tegenwoordig heet: de gemeente is op jaarbasis minder geld kwijt, Johan Hanewinckels huis wordt fraai gerenoveerd én hij krijgt er nog geld bij ook en Johanna Catharina krijgt eenzelfde bedrag. Pikant detail bij deze laatste is dat Johanna dit huis wellicht móet verkopen, want al in 1742 moet zij in Erp bij de armenkas aankloppen, omdat zij inmiddels berooid is geworden.[viii]
De gemeente denkt een goede financiële deal te maken met deze koop van het huis en de bouw van een eigen raadhuis en zij vraagt aan de “raden van staete” toestemming voor deze koop. De Raad van State laat zich in dergelijke zaken informeren en adviseren door de Raad en Rentmeester-generaal der Domeinen, in dit geval die van Brabant Antonie Weveringh van Holij. Op 16 april 1739 stuurt Antonie zijn advies naar de Raad van State.[ix] Daarin gaat hij in op een tweetal belangrijke aspecten die hierbij een rol spelen. Schoolmeesters die door de dorpen zijn aangesteld, hebben vrije inwoning en daarom betaalt Beek en Donk elk jaar ƒ30 huur. Verder schrijft hij een bij eerste lezing eigenaardige zin: “dat men geene geregten in eenige herbergen zal houden, maer in eene andere bequame Plaetse, bij de Magistraten daer toe te approprieren.” Hier wordt natuurlijk niet bedoeld dat in herbergen geen culinaire hoogstandjes geserveerd mogen worden, maar dat er geen rechtspraak mag plaatsvinden, volgens wetgeving uit 1660. Het komt namelijk regelmatig voor dat de rechtspraak in dorpen zich afspeelt en voltrekt in herbergen en dat mag niet en alleen al daarom moet een gepaste plaats geschikt worden gemaakt. De Rentmeester-generaal gaat akkoord met de koop van het huis en de bouw van een raadhuis onder de volgende voorwaarden:
- het totaalbedrag is niet hoger dan de door de regenten van Beek en Donk aangegeven ƒ800
- de rente over het bedrag mag niet hoger zijn dan 3%
- het bedrag moet in acht jaar zijn afgelost, jaarlijks met een even groot gedeelte.
De Raad van State neemt dit advies over en op 16 juni 1739 wordt de gemeente hiervan op de hoogte gebracht.
Met de handtekening van Weveringh van Holij wordt groen licht gegeven voor de bouw van een raadhuis in 1739
Op 24 juli 1739 wordt huis en hof van Johanna cs. voor het bedrag van ƒ250 getransporteerd aan de gemeente. Gerard de Jong schiet dit bedrag voor en op maandag 26 oktober is de openbare aanbesteding. Men laat een apart schoollokaal in steen, kalk, hout en ijzerwerk bouwen, tegen het huis aan. Publiek aanbesteed en aangenomen door Jan Teunis Verbaekel voor de som van ƒ400. Ten laste van de heerlijkheid blijven nog “het geheel dack met den aencleve” evenals het leggen van een stenen put.
Christiaen van Mierlo is de aannemer van het nieuwe raadhuis en hij bouwt deze voor ƒ460. Meester timmerman Marten van Reijn is de opzichter die voor het opnemen van het raadhuis of alles volgens bestek is gemaakt, twee gulden en acht stuivers ontvangt.[x]
Marten van Reijn ontvangt geld voor zijn werk als opzichter
Uit de archiefstukken kan niet worden afgeleid hoe groot dit raadhuis is, omdat tekeningen en bestek ontbreken. Maar uit de vergroting van het raadhuis in 1777 en de borgemeestersrekeningen kunnen we ons toch een beeld vormen van het gebouw. Het bestaat uit één ruimte, de raadkamer, met daarlangs een gang. Ook ligt er een pannendak van Hollandse pannen op.
Ook weten we niet precies waar het heeft gestaan, maar volgens archeologe Antoinette Huijbers hebben mensen van gemeentewerken ooit restanten van een fundering gevonden op de plaats waar nu de lindeboom staat en dat zou, met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid, de plaats kunnen zijn. Het staat in ieder geval vlak naast het aangekochte schoolhuis en dicht bij de kerk. Kadastraal onderzoek van het Heuvelplein door enkele leden van de heemkundekring zal hier wellicht in de toekomst nog eens duidelijkheid over kunnen scheppen.
Uiteindelijk zijn de kosten voor de verbouw van het huis van de schoolmeester en de bouw van school en raadhuis in totaal ƒ750. Enkele uitgavenposten voor het raadhuis die in de verschillende borgemeestersrekeningen zijn terug te vinden, zijn onder andere de volgende. Goort Roijackers krijgt ƒ2 en 10 stuivers voor de levering van een bel voor het raadhuis. Voor licht en stookkosten wordt jaarlijks ƒ5 uitgetrokken. De tuin van schoolmeester Johan Hanewinckel wordt tijdens de bouw onder de voet gelopen en hij krijgt hiervoor een vergoeding van ƒ7. Bovendien worden aparte bedragen uitgetrokken voor het opnieuw in orde brengen van zijn tuin en de aanleg van een heg. Frederick van Empel ontvangt 3 gulden en 14 stuivers voor arbeidsloon en ijzerwerk.
![]() |
| Hendrik Dekkers ontvangt geld voor een kast in het raadhuis |
Dat het gebouw niet erg stormvast is gebouwd valt af te leiden uit de uitgaven in 1742 aan Hendrick Strijbosch die voor 2 gulden en 10 stuivers honderd Hollandse pannen levert en meester metselaar Jan Aalberts die ƒ1 en 8 stuivers ontvangt voor het opleggen der afgewaaide pannen.[xi] Ook de kappen van de schoorstenen, die door de felle wind er vanaf zijn gewaaid, moeten voor reparatie naar Helmond worden gebracht, waarvoor schepen Hendrick de Meter een gulden krijgt. Meester glazenmaker Gerit van Weijck ontvangt in 1743 18 stuivers voor het vernieuwen en repareren van de ruiten.
Verbouwing raadhuis 1777
Op 10 mei 1776 besluiten de schepenen op voorstel van drossaard Benjamin de Jong, het raadhuis in oostelijke richting met 15 voeten (4.30 meter[xii]) uit te bouwen. Op de plaats waar nu de raadkamer is komen twee kamertjes, waarvan eentje gaat dienen als secretarie en de ander als “practisijnscamer”. In het midden komt/blijft de gang en aan de andere kant komt de nieuwe raadkamer.[xiii] Deze uitbreiding kan op deze manier, omdat de grond al in 1739 in eigendom van de gemeente is gekomen. Deze wordt zolang door de schoolmeester gebruikt als tuin. Het duurt echter tot juli 1777 voordat de gemeenteraad daadwerkelijk besluit architect, tevens landmeter, Jan Francis van de Weijer uit Boxtel opdracht te geven bestekken te maken voor zowel uitbreiding van het raadhuis, alsook voor verbeteringen aan het huis van de schoolmeester én voor vergroting en vernieuwing van de school. Deze bestekken zijn in oktober gereed. Tekeningen van de verbouwingen ontbreken helaas in het archief, de bestekken zijn wel aanwezig. Beperken we ons tot het raadhuis dan beschrijft Jan Francis in 25 artikelen wat hieraan moet gebeuren.
De belangrijkste zaken zijn: zowel de hele zuidgevel, welke de voorkant van het raadhuis is, en de oostgevel worden afgebroken. De nieuwe voormuur wordt 45 voeten lang, bijna dertien meter. Aan de oostzijde komt de nieuwe raadkamer die 17 voeten 3 duimen lang is, omgerekend bijna 5 meter, deze is net zo breed als de oude raadkamer aan de linker zijde. Aan de voorzijde komen 4 schuiframen, ieder 7 voet 5 duim hoog en 4 voet 7 duim breed (215x135 cm), voorzien van blinden. Ieder glasraam heeft 3 ruitjes in de hoogte en 5 ruitjes in de breedte. De deur die uitkomt op de gang in het midden van het gebouw is 10 voet hoog en 4 voet 7 duim breed (288x135 cm). Boven de deur wordt “loffwerk off spinnekop” gemaakt.[xiv] In de huidige raadkamer wordt een middenmuur gemetseld. In de gang is een zoldertrap en daarachter een koker, waar de klot of turf vanaf de zolder naar beneden kan komen. Voor de ingang ligt een bordes van drie treden hoog. Op het dak liggen “Utregtze uitgeklonke pannen”. In het midden van het gebouw komt een klein torentje met kapje om het klokje in te hangen. Het lidwoord “het” is hier interessant, omdat daaruit blijkt dat er al een klokje aanwezig zou zijn in het oude gebouw, maar definitieve aanwijzingen hierover ben ik echter niet tegen gekomen. Of het zou moeten verwijzen naar de bel die destijds Goort Roijackers heeft gemaakt, wat op zich twijfelachtig is; gezien de grootte van het bedrag gaat het in 1739 om een kleine bel en geen klokje.
Bij de aanbesteding van deze restauratie heeft Van de Weijer zelf als laagste ingeschreven voor ƒ1185 en hij krijgt de opdracht het raadhuis te verbouwen. Ook het huis van de schoolmeester en de school worden door hem verbouwd voor het bedrag van ƒ1060. Opzichter van het hele werk is meester metselaar P. Verberne uit Eindhoven. Hij komt drie keer op het werk en ontvangt hiervoor ƒ9. Ook meester timmerman C. Braams uit Eindhoven krijgt voor opzichterwerk eenzelfde bedrag. Bovendien krijgt hij ƒ2 en 10 stuivers voor het maken van een tekening voor onder andere de eerder genoemde spinnekop boven de voordeur.[xv]
Bouw Nieuwer Oud Raadhuis
Tijdens de raadsvergadering van woensdag 5 september 1866 wordt met algemene stemmen besloten in 1867 een nieuw raadhuis te bouwen bij de nieuw gebouwde school. Zo snel mogelijk dient een bestek en begroting van de kosten te worden opgemaakt zodat vóór de winter de aanbesteding kan plaatsvinden. Ook besluit de raad dat een gedeelte van het oude raadhuis wordt afgebroken en van het materiaal wordt een armenhuisje gebouwd aan de Brandstraat.[xvi] Er wordt snel zaken gedaan, want Lambert Lamberts breekt al in deze zelfde maand september het raadhuis af en begint aan de bouw van het armenhuisje, terwijl de bouw nog niet officiel door Gedeputeerde Staten van Brabant is goedgekeurd! Want pas op 11 oktober stuurt burgemeester Van Will een brief met het verzoek om bij goedkeuring de tekening en bestek zo snel mogelijk terug te sturen, om over te gaan tot openbare aanbesteding. Zodoende kan een tweevoudig doel worden bereikt:
- de fundamenten kunnen al voor de winter worden gelegd
- profijt voor de aannemer omdat hij de wintertijd kan gebruiken voor het maken van ramen en kozijnen.[xvii]
| Advertentie van 13 nov.1866 uit "De Noordbrabanter" Staat- en Letterkundig dagblad, uitgegeven in Den Bosch |
![]() |
| Gunning van het werk aan Nicolaas de Groot |
Tijdens de raadsvergadering van 23 november 1866 zijn wethouder Antonie van de Ven en raadslid Hendricus Swinkels benoemd als toezichthouder bij het bouwen van het nieuwe raadhuis om alles te regelen met Hendricus Verhuijzen, timmerman te Gemert, die als opzichter wordt benoemd en aangesteld en daarvoor ƒ52,50 krijgt voor 35 dagen werk. In de begroting voor het jaar 1867 staat een bedrag van ƒ5000 begroot voor het afbreken en weer opbouwen van het raadhuis en uiteindelijk heeft het in totaal ƒ4673,28 gekost.
Opvallend is dat noch in Eindhoven waar het Beek en Donks archief ligt opgeslagen, noch in Den Bosch tekening en bestek van dit nieuwe raadhuis aanwezig zijn.
Nog enkele bedragen die je tegenkomt in de rekeningen:
- in juni 1867 krijgen Jan Bongers en vier anderen ƒ142,07½ voor het ophogen van het terrein
- Engelbert Dahmen ontvangt op 2 december 1868 ƒ9 voor de leverantie van een kachel
- horlogemaker F. v.d. Kerkhof uit Lieshout krijgt op 3 februari 1869 ƒ9,60 voor de levereing van een Duitse pendule
- in maart 1869 ontvangen de heren Petit en Fritsen uit Aarle-Rixtel ƒ41 voor het gieten van een klokje voor het raadhuis. Wat er gebeurd is met het eerste klokje wordt niet vermeld.
![]() |
| Het Gemeentehuis in 1927. Uit “Brabantse Illustratie” |
Verbouw raadhuis 1929
Tijdens zijn nieuwjaarstoespraak voor de gemeenteraad op 19 januari 1929 brengt burgemeester Van Nispen tot Pannerden twee redenen naar voren om het raadhuis te vergroten of om een nieuw gemeentehuis te bouwen:
- de bevolking is toegenomen tot 3078 inwoners en bij dat aantal hoort een gemeenteraad met elf leden. Tot dan waren er zeven raadsleden en dat betekent dat bij de volgende verkiezingen in 1932 vier nieuwe leden bij komen en dan is er onvoldoende ruimte in de huidige raadszaal
- gemeentesecretaris Theo Thijssens heeft te weinig ruimte om zijn werk naar behoren te doen
En in de raadsvergadering van april komen daar nog twee argumenten bij:
- de arrestantenlokalen voldoen niet aan de gestelde eisen
- en er is geen gelegenheid het archief brandvrij te bewaren
Daarom is gesproken met een architect -Roffelsen uit Helmond- over een verbouwing en geen nieuw gemeentehuis. De burgemeester biedt een voorlopige schets met de geraamde kosten aan. De nieuwe raadzaal komt aan de achterzijde en wordt over de bestaande beerput van de school gebouwd, waarvoor B&W overleg heeft gepleegd met het bestuur van de bijzondere jongensschool. Met caféhouder Martinus van den Elsen is overeen gekomen een strookje grond aan te kopen zodat de arrestantenlokalen en de raadzaal toegankelijk zijn. In de junivergadering komt in de raad het volledig uitgewerkte plan aan de orde en deze wordt unaniem aangenomen. Op 5 augustus stelt de Boerenleenbank Donk een kapitaal beschikbaar van ƒ8000 tegen een rente van 4½% met een jaarlijkse aflossing van ƒ1000 en op 22 augustus deelt de voorzitter mee dat de werkzaamheden al zo ver gevorderd zijn dat het hele gebouw tijdelijk ontruimd wordt en de secretariewerkzaamheden en raadsvergaderingen door kunnen gaan, doordat secretaris Thijssens twee kamers in zijn huis beschikbaar heeft gesteld.[xix] Hiervoor zou Thijssens als dank ƒ80 ontvangen.
Architect Roffelsen maakt tekening en bestek. Aannemer van deze klus is Antoon van Vijfeijken.
De kosten van de bouw zijn geraamd op ƒ6100 en daarnaast zijn voor de inrichting nog ƒ1000 nodig.
Op 23 december wordt het raadhuis weer in gebruik genomen en op 30 december wordt de nieuwe raadzaal officieel geopend; er zijn 20 flessen champagne -erewijn zoals het genoemd wordt- beschikbaar. De raad besluit in de raadsvergadering van 11 oktober om ƒ100 uit te trekken voor deze feestvergadering.
![]() |
| De burgemeester krijgt een fraai eikenhouten bureau ter waarde van ƒ136 |
![]() |
| Raadzaal met daarin het politiekantoor met 2 cellen |
![]() |
| Bovenverdieping met burgemeesterskamer |
Restauratie Raadhuis
Even ziet het ernaar uit dat Beek en Donk geen oud raadhuis meer zouden hebben gehad. Het College van B&W is van plan het raadhuis te slopen! Want tijdens een bespreking op het gemeentehuis op 13 november 1970 met de heren Van Dael en Van der Sterren van Stedenbouwkundig Adviesbureau Van Dael en Ruys uit Breda is “van de zijde der gemeente de vraag gesteld of al dan niet ware te bevorderen de instandhouding van het oude gemeenthuis en/of van de op de oude speelplaats staande lindeboom. Dhr. Van Dael achtte geen voldoende termen aanwezig om te streven naar behoud van het gemeentehuis. Wel was hij van oordeel, dat het zin had te streven naar behoud van de oude lindeboom.”[xx]
Bij deze bespreking zijn van de zijde van de gemeente aanwezig burgemeester Seelen, wethouder Verbakel en gemeentesecretaris Hugo Thijssens.
In feite vraagt het College een “bevestiging” voor sloop. B&W krijgt deze en neemt het standpunt van Van Dael over en in een brief van 18 december 1970 aan ditzelfde bureau, getekend door de burgemeester en secretaris namens het hele college van B&W, wordt de vraag gesteld welke eisen te stellen zijn aan een nieuwe bebouwing bij de afbraak van het oude gemeentehuis en de oude jongensschool. Er is namelijk belangstelling voor de aankoop van beide percelen van de kant van een spaar- en leenbank [de toenmalige Boerenleenbank].
Hierop stuurt het bureau een situatieschets met daarop aangegeven waar na sloop opnieuw gebouwd kan worden. De lindeboom blijft gehandhaafd en het is toch wel eigenaardig, dat het bureau per se deze boom wil bewaren en niet een ouder gebouw.
![]() |
| Situatieschets Van Dael en Ruys, december 1970 |
Gelukkig gaat de afbraak van het fraaie en munumentale pand niet door en komt B&W bijtijds bij zinnen en zet de slopershamer in de kast, want reeds tijdens de rondvraag van de raadsvergadering op 3 juni 1971 antwoordt de burgemeester op een vraag van Van de Vrande: “... dat bij de bestemming van het huidig gemeentehuis aan de heemkundekring gedacht zal worden. In de volgende vergadering zal een voorstel tot verhuur van de diverse vrijkomende ruimten aan de orde komen.” Op 24 juni ’71 komt het voorstel aan de orde om het oude gemeentehuis beschikbaar te stellen aan de Stichting Samenlevingsopbouw.[xxi]
En met een sprongetje in de tijd belanden we in het jaar 1974. De raad besluit in de vergadering van 31 oktober het oude raadhuis te bewaren voor het nageslacht met de volgende argumenten:
- het gebouw heeft een typisch karakter, is gelegen aan een even typisch driehoekig plein en is omgeven door nagenoeg alleen oudere gebouwen
- hierdoor blijft de oude kern Beek nagenoeg geheel bewaard
- veel Beek en Donkenaren hebben gevoelsmatig nog een relatie met dit gebouw, omdat het herinneringen oproept aan belangrijke momenten in hun leven
Op 19 december 1974 stelt B&W de raad voor een krediet voor de restauratie beschikbaar te stellen. Architectenbureau Rooijakkers uit de Nassaustraat heeft een restauratieplan met kostenbegroting opgesteld en ontvangt hiervoor een honorarium van ƒ12.000.
Aannemer van deze restauratie wordt H.H. Leenders uit de Kapelstraat.
De totaalkosten worden geraamd op ƒ300.000, waarbij de gemeente een zogeheten ACW‑subsidie voor loonkosten ter waarde van ƒ200.000 krijgt. De werkelijke kosten zijn uiteindelijk ƒ361.800 en de restauratie is in mei 1976 achter de rug.
[i] D’n Tesnuzzik 1983 nummer 1, artikel van oud-archivaris Jansen
D’n Tesnuzzik 1997 nummer 2, artikel van Ria Duitsman
[ii] Familie De Zeelandt/Van Zeeland wordt op verschillende manieren geschreven, ik houd De Zeelandt aan
[iii] http://www.genealogieonline.nl
[iv] RHC Eindhoven, Oud Rechterlijk Archief Beek en Donk, Inventarisnr. 70. Met dank aan Bert van Kaathoven
[v] D’n Tesnuzzik 1997 nummer 2, artikel van Ria Duitsman; informatie van oud-archivaris Jansen
[vi] RHC Eindhoven, Oud Rechterlijk Archief Beek en Donk, Inv. 52
[vii] Hele bedragen vermeld ik in dit artikel door bijv. ƒ25 in plaats van het gebruikelijke ƒ25,-
[viii] Schepenprotocollen Erp 1740-1746 toegangsnummer 7690, Inv. 74
[ix] Nationaal Archief Den Haag, Raad van State Toegangsnr 1.01.19, Inv. 838
[x] RHC Eindhoven, Oud Administratief Archief Beek en Donk 1300-1811, Borgemeestersrekening 12-46
[xi] RHC Eindhoven, Oud Administratief Archief Beek en Donk 1300-1811, Borgemeestersrekening 12-47
[xii] Bossche maten: 1 voet = 28,7 cm, 1 duim = 2,87 cm
[xiii] RHC Eindhoven, Oud Administratief Archief Beek en Donk 1300-1811, Inv. 4/4
[xiv] Versiering boven de deur zoals we dat nu ook nog dikwijls zien, vooral bij boerderijen
[xv] RHC Eindhoven, Oud Administratief Archief Beek en Donk 1300-1811, Borgemeestersrekening 12-83
[xvi] RHC Eindhoven, Administratief Archief Beek en Donk 1811-1930, Inv. 3
[xvii] BHIC Den Bosch, Toegangsnr. 17, Inv. 5977
[xviii] RHC Eindhoven, Administratief Archief Beek en Donk 1811-1930, Inv. 368
[xix] RHC Eindhoven, Administratief Archief Beek en Donk 1811-1930, Inv. 7
[xx] RHC Eindhoven, Administratief Archief Beek en Donk 1930-1979, Inv. B I-1885
[xxi] RHC Eindhoven, Administratief Archief Beek en Donk 1930-1979, Inv. B I-475









Geen opmerkingen:
Een reactie posten