Geschiedenis

woensdag 17 november 2021

Willem mag niet bouwen

Als men tegenwoordig een woning wil bouwen, is men aan allerlei regels gebonden. Er mag niet zomaar in de wilde weg ergens een huis neer gezet worden als er toestemming is. Bovendien moet worden voldaan aan de diverse bouwkundige regels. Maar ook de gemeente is niet vrij om haar inwoners zomaar te laten bouwen. Vroeger was dit precies zo; de gemeente kon alleen zaken regelen met toestemming óf van Provinciale Staten óf van de Raad van State, wat blijkt uit het volgende voorbeeld.

Ketellapper Willem van Bragt heeft in 1785 per brief de Raad van State verzocht een huisje of woning in ons dorp te mogen bouwen. De Raad van State beslist pas na inwinning van de nodige informatie en dus vraagt zij advies aan de provinciale Raad en Rentmeester-Generaal der Domeinen die op haar beurt te rade gaat bij het gemeentebestuur, de president en schepenen van Beek en Donk.

In een brief van 25 juni 1785 vraagt waarnemend Rentmeester-Generaal Willem Cornelis Ackersdijk of de bouw van het huis is toegestaan zonder dat er sprake is van nadeel voor de gemeente of iemand anders en áls het mogelijk is, vraagt hij waar dit huisje gebouwd mag worden en hoe groot het perceel moet zijn. Deze brief wordt in de vergadering van woensdag 6 juli besproken en naar aanleiding hiervan wordt in een uitgebreide brief ingegaan waarom Willem géén huisje mag bouwen. Er worden enkele curieuze argumenten naar voren gebracht die tegenwoordig zeker aanleiding zouden zijn voor twee processen, eentje wegens discriminatie van Willem en de ander wegens smaad jegens een buurgemeente.

Het begint onschuldig door te schrijven dat als men aan dit verzoek zou worden voldaan, dit precedentwerking heeft: het gemeentebestuur zou telkens weer overvallen worden met zulke aanvragen. Het gevolg zou zijn dat de gemeente werd opgescheept met een toename van “gemeen en arm volk”, waardoor een aanmerkelijke schade aan de Armenkas zou ontstaan.

Als zou worden toegestaan dat dergelijke hutten of woningen gebouwd mogen worden voor een dergelijk slag lieden [bedoeld wordt dus Willem!], zouden deze dienen als schuilplaats voor landlopers en gauwdieven en tot grote schade voor de gemeente in het algemeen en voor de naaste goede buren in het bijzonder leiden.

Dergelijke woningen zouden als een magneet deze lieden aantrekken uit de omliggende gehuchten zoals uit het vreemd territoir als Gemert, een plaats “fertiel van een aantal gemeen en slecht volk”, een plaats die dikwijls als toevluchtsoord wordt beschouwd voor personen die zich elders door hun “misdrijf onveilig achten”.

Een andere niet relevante reden om het verzoek af te wijzen was, dat de verzoeker een huisvrouw heeft die buiten de heerlijkheid is geboren en dat Willem weliswaar inwoner en inboorling [dus hier geboren] van dit dorp is, maar ondergetekenden van de brief kunnen niet verzwijgen dat zijn geboorte een obscuriteit is. Want Willem draagt de naam van zijn moeder, omdat hij die van zijn vader niet kent. Het gerucht ging namelijk dat Willem verwekt is door een Hannoveraanse soldaat die op de Opstal in Aarle-Rixtel was gelegerd.

Gedeelte uit het Armenregister van 1785

 

Een steekhoudende reden om het verzoek af te wijzen was dat de schepenen verschillende toekomstige buren hadden gehoord en zij zijn allen erop tegen.

Tot slot nog een eigenaardig argument: de Armenkas werd flink aangetast door Willem en zijn groot aantal kinderen en Willem had nu en dan contact en omgang met mensen die door hun misdaden verbannen zijn of door een “quaad geweten gedreven zig met de klugt geret hebben.”

Tot zover de brief van het gemeentebestuur. Willem woont in 1781, volgens de lijst van het Hoofdgeld die in het Beek en Donks archief in Eindhoven wordt bewaard, nog op nummer 36B op Donkersvoort als  “eigenaar bewoonder”. Op de lijst van 1786, dus één jaar na het verzoek van Willem, is dit huis afgebroken en niet meer opgebouwd en zijn naam komt verder op deze lijst niet meer voor. In 1792 duikt zijn naam op wanneer Johannes Heesakkers een stuk grond koopt op het Heitselaar. Dit stuk grond grenst aan die van Willem en hoort tot de zogenoemde Nieuwe Erven op de Lage Broekkant. Hij woont op de hoek van wat nu nog Pater van der Burgtweg - Bijenweg is.

Het is hem dus uiteindelijk toch gelukt te verhuizen richting Gemert, misschien wel noodgedwongen want zoals door het bestuur beschreven, had Willem geen penning te makken en moest hij aankloppen bij de armenkas. Daar kreeg hij voor zijn gezin in 1785 in drie giften aan contant geld een gulden en 10 stuivers en 4 vaten rogge (totaal 90 liter), waar hij brood van kon bakken.

Op de hoek Bijenweg - Pater v.d.Burgtweg (middenboven) heeft Willem met zijn gezin gewoond


Bronnen:

BHIC Den Bosch,

Raad en Rentmeester-Generaal der Domeinen, toegangsnummer 9 inventarisnr 45

Leen en Tolkamer, toegangsnummer 8 inventarisnummer 148

RHC Eindhoven,

Archief Beek en Donk 1300-1811, inventarisnummers 4-5,  13-43 en 13-44, 13-31,16-87

Boek “18 eeuwen Meten en Wegen in de Lage landen”, G.J.C. Nipper, pag 210 Beek en Donk

Willem van Bragt

Wilhelmus Griete (Margareta) van Bragt geboren op 07-06-1749 te Beek en Donk, overleden op 17-11-1830 om 10.00 uur te Beek en Donk op 81-jarige leeftijd.

Gehuwd op 27-jarige leeftijd op 02-02-1777 te Beek en Donk met Maria Goordse van der Putten, 23 jaar oud). 13 kinderen.

Gehuwd op 75-jarige leeftijd op 22-01-1825 te Beek en Donk met Catharina van den Brand, 59 jaar oud.


Regenten van Beek en Donk in 1785

President: Cornelis Bernardus Vierhout, koster en schoolmeester, woont in Beek

Schepenen:
Johannes van Vegchel, loco-dossard, woont in Beek
Jan Piet van der Putten, woont in Beek
Willem Jansen van den Bogard, woont in Beek
Gijsbert Swinkels, woont op Donkersvoort

Lourens Dries Maas, woont op Donk

Antony van der Aa, woont op Donk

Het is lange tijd gebruik geweest dat de helft van de schepenen werd benoemd uit mensen van Beek en de andere helft woonden op Donk. Deze ongeschreven regel is later na de Franse Tijd, toen sprake was van wethouders verder gegaan, dat één wethouder op Donk woonde en de andere in Beek. Dit om onevenwichtige besluiten tegen te gaan ten nadele van het ene of andere deel van de gemeente.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten