Geschiedenis

zaterdag 6 november 2021

Dansen verboden

Kan iemand die in geen dertig jaar kermis heeft gevierd een artikel schrijven over dit volksfeest? De vraag stellen is haar beantwoorden. Het ligt er aan vanuit welke invalshoek de schrijver het onderwerp benadert, zwierend vanuit schommels, zweefmolen of reuzenrad de Beek en Donkse situatie overziend, of vanuit de gemakkelijke stoel thuis. De eerste mogelijkheid vervalt zogezegd voor mij, dus duik ik vanachter de pc de geschiedenis in. 

Van 1836 tot 1839 is in Beek en Donk sprake geweest van twee kermissen per jaar. Deze worden gehouden in de week volgende op de zondag voor de feestdag van de aartsengel Michael(1) en na de feestdag van St.Leonardus op 6 november. Als je bedenkt dat dit zowel in Beek als op Donk gehouden wordt, zou je kunnen zeggen dat men in die jaren vier keer kermis kon vieren, een dolle boel! Veel stelt zo’n kermis niet voor, maar toch… Er wordt in de loop van ruim een eeuw verschillende keren over gedebatteerd zowel in de raad als daarbuiten. 

Eén kermis

Op verzoek van pastoor Van Abeelen en op voorstel van burgemeester Van Kemenade wordt tijdens de gemeenteraadsvergadering van 5 juni 1839 een resolutie aangenomen dat de kermis tot één enkele beperkt zal worden en wel op de zondag volgende op 14 juni, de datum waarop in 1836 de Waterstaatskerk wordt gewijd.

“De Gemeente Raad van Beek en Donk, Provincie Noord Braband, in aanmerking nemende dat de kerkwijding alhier steeds kerkelijk gevierd geworden is, jaarlijks op zondag na den 30 September en opgevolgd door de zoogenaamde kermis, alleenlijk bestaande in het houden van danspartijen, vogelschieten enz.”(2) 

“Dit gezegd Kerkelijk feest, ten gevolge van het betrekken van den nieuwen kerk, als nu gevierd wordt op zondag na den 14 Junij. Dat alzoo wel om de kermis daarmede verenigd te houden als om reden gezegd tijdstip invalt in een zeer aangenaam saizoen, het den geuitten wensch van een groot aantal  ingezetenen is, ook Burgerlijk de Kermis als dan te mogen houden. En dat er bij ons geene redenen bekend zijn, het accorderen dezer verandering in den weg staande.”

“Heeft goedgevonden dezer zijds toestemmende in voorvermelde verandering, de vereischte autorisatie te provoceren, ten einde de kermis alhier voortaan ingaande met den jare 1840, te mogen houden in de week volgende op den eersten zondag na den 14 junij; zullende te dien einde afschrift der tegenwoordige resolutie worden ingezonden aan Edel Groot Achtbare Heeren Gedeputeerde Staten dezer provincie, bij geleidende missive.”

De raad vindt dat de kermis verenigd moet blijven met deze kerkwijding én vanwege het aangename seizoen in juni én vanwege de geuite wens van een groot aantal ingezetenen.

In de vergadering van 23 september van datzelfde jaar wordt een missive van GS en een resolutie van het Ministerie van Binnenlandse Zaken, getekend door minister De Kock, van 31 augustus 1839 “houdende magtiging om de zoogenaamde kermis alhier voortaan ingaande met den jare 1840, te doen houden in de week volgende op den eersten zondag na den 14 Junij” besproken. De pastoor moet van deze verandering in kennis worden gesteld middels een kopie van deze resolutie en de inhoud ervan moet opgenomen worden in de notulen van de raadsvergadering.

 
Oogsttijd is feesttijd
Voortaan is er nog maar één datum waarop de kermis in Beek en in Donk gehouden wordt. Er is echter weinig bijval onder de bevolking; bijna algemeen wenst men de kermis te houden na het inzamelen van de oogst. Toch duurt het nog tot 1848 voor hierin verandering komt. Een verzoek van de gildenbroeders van de twee hier bestaande gilden en van een aantal ingezetenen om de kermis voortaan gelijk te stellen met Lieshout en Aarle Rixtel en te mogen houden “den tweeden Zondag der maand September” wordt door B&W ondersteund en aangezien de vorige verandering tot stand is gekomen met medewerking van de pastoor, vraagt B&W ook deze keer zijn medewerking. Tijdens de vergadering van 24 juni 1848 wordt in de raad de resolutie van de Minister van Binnenlandse Zaken van augustus 1839 besproken, alsmede het voorstel van het College van B&W om de datum van de kermis aan te passen.

De raad vindt dat de kermis op een ander tijdstip moet worden gehouden, omdat de bevolking bijna geheel bestaat uit mensen van de boerenstand en voor hen de junimaand ongunstig is en daarom is het beter de kermis te verplaatsen tot na de oogst. De raad besluit om met ingang van datzelfde jaar de kermis te houden in de week volgend op de tweede zondag van september. Bij de raad zijn geen redenen bekend “het accorderen der gezegden verandering indenweg staande.” Daarom wordt verzocht aan pastoor Waltherus van Abeelen de verandering bekend te maken en tot medewerking te verzoeken ter vermijding van eventuele botsingen. De raad gaat met het collegevoorstel akkoord en zal in duplo afschrift zenden aan Gedeputeerde Staten met het verzoek om de vereiste autorisatie van de Minister van Binnenlandse Zaken.

Van Gedeputeerde Staten komt een verzegeld pakket binnen aan het adres van het gemeentebestuur, te openen in de vergadering, waarbij ook de pastoor aanwezig moet zijn.  De voorzitter, burgemeester en notaris Cornelis van Kemenade, deelt  tijdens de raadsvergadering van 1 juli 1848 mee deze vordering van GS ongepast te vinden, doch hij wil hieraan wel voldoen vanwege de eerbiedwaardige stand van de afzender. In het pakket staat vermeld dat nadere deliberatie van GS volgt, GS stelt een definitief besluit dus even uit. Intussen is een brief van de pastoor binnengekomen, waarin hij stelt niet akkoord te gaan met een andere datum voor de kermis(3). Deze brief wordt besproken in de vergadering van 21 juli 1848 en vijf van de zeven aanwezige raadsleden nemen de brief voor kennisgeving aan: Swinkels, van beroep tapper, bierbrouwer Van Will, landbouwer Van Hout, bouwman Vereijken, en burgemeester en tevens  gewoon raadslid Van Kemenade. De andere twee raadsleden, te weten landbouwer Kanters, en bouwman Van den Oever stellen zich op achter de pastoor en willen niet meewerken aan de verandering van de kermisdatum. 

Het besluit van de tijdelijke Minister van Binnenlandse Zaken, J.C.Rijk, van 14 augustus 1848 is binnengekomen met de goedkeuring voor het verzetten van de kermisdatum “in de week volgende op de tweeden zondag in September”

Hierbij zit een begeleidende brief van Gedeputeerde Staten. Beide worden besproken en vastgesteld in de vergadering van 31 augustus van dat jaar.

Even lijkt het erop dat de kermis alsnog verschoven gaat worden. Met vier stemmen vóór (Van Will, Hendriks, Swinkels en Van Empel) wordt tijdens de raadsvergadering  van 3 september 1867 bepaald "dat de kermis alhier even als vroeger kan gehouden worden aangezien dezelve van geringe betekenis is, terwijl de drie overige leden (Van de Ven, Van Dommelen, Verkuijlen) zich buiten stemming hebben gehouden om reden dat onderwerp huns inziens niet tijdig genoeg behandeld is." Van wie het idee kwam  om de kermis te verzetten is niet uit de stukken af te leiden. Alles blijft dus bij het oude, ook veel later als in 1937 de discussie weer kort oplaait. B&W wil de kermis vervroegen tot de voorlaatste zondag van juli, maar wordt tegengehouden door de raad, die hiervan niet wil weten. 

Dansen kan niet

Tijdens de raadsvergadering van 5 september 1911 komt burgemeester Verhaak in aanvaring met de raad. Raadslid Martinus v.d.Leemputten zet de aanval op hem in door te vragen of de burgemeester vorig jaar voor de kermis vergunning heeft gegeven in sommige cafés te laten dansen, terwijl dit toch bij politieverordening verboden is. Verhaak antwoordt dat hij dit niet gedaan heeft, doch dat hij het dansen stilzwijgend heeft toegelaten om “aan het volk met die dagen eene uitspanning te gunnen, die naar zijne meening de jongelieden terughield van bijeenkomsten op afgelegen plaatsen met minder goede bedoelingen.”

Van de Leemputten repliceert dat de kermis toch alleen maar in naam bestaat, dat geen nieuwe gebruiken als het dansen moeten worden ingevoerd en dat bekend is dat de geestelijkheid het dansen streng afkeurt; hij vindt dat het gemeentebestuur met de geestelijkheid moet samenwerken. Hij krijgt steun van de rest van de raad. Omdat er geen tijd meer is de politieverordening te wijzigen, zegt Verhaak uitdrukkelijk toe ervoor zorg te dragen dat met de komende kermis alles in de beste orde zal verlopen.

De burgemeester wordt teruggefloten in de vergadering van 13 oktober; Van de Leemputten komt er op  terug en wil artikel 12 zodanig wijzigen, dat in herbergen, tapperijen, tenten, tuinen en dergelijke voor het publiek opengestelde plaatsen geen dansmuziek mag worden gemaakt of danspartijen worden gegeven en aan de houders van die plaatsen dit toe te laten.(4) Behalve raadslid Crooijmans neemt de rest van de raad dit voorstel over. 

Zuurkraam

De kermis van 1935 vindt niet meer plaats rondom de oude kerk in Beek, maar in Sportpark De Koppelen. Naast het voetbalveld van Sparta ’25 wordt een terrein geschikt gemaakt, een waterput wordt geboord. In een advertentie in vakblad De Komeet worden exploitanten opgeroepen zich voor de kermis in te schrijven en op zondag 8 september start deze met diverse attracties: luchtschommels, draaimolen, vissporttent, schiettent, viskraam, suikergoed- en fruittent, vliegbommensport, oliebollenkraam, en een gebakkraam. Beek en Donkenaar J.v.d.Laarschot staat er met twee ijscowagens en een andere inwoner, M.v.d.Wassenberg, met een snoepgoedkraam.

Ook wordt aan ingezetenen vergunning verleend om met een zogeheten zuurkraam in het dorp te staan om hun waren -eieren, vis en ingelegde augurkjes- aan de man te brengen. Zo staat J.van Schijndel bij café Heinsbergen, F.van Leuken bij café Hoefnagels, A.van Veghel bij café J.v.d.Laarschot, M.v.d.Wassenberg bij café Goossens, J.v.d.Boogaard bij café M.Lammers en G.Bouwmans bij het woonhuis van raadslid M.J.v.d.Elsen.

Traditiegetrouw opent gilde St. Antonius op zaterdag de kermis met een rondwandeling door het dorp. Tijdens de kermis treedt orkest De Kort op in café Den Handboog van Fr.Janssen en zijn er in de harmonietuin kinderfeesten voor de Donkse schooljeugd. De kermis wordt volgens streekblad De Zuidwillemsvaart een succes. Het is in de avonduren druk in de cafés en ook de kermisexploitanten zijn tevreden met het financieel resultaat. De kermis is ordelijk en netjes verlopen, ondanks de diefstal van twee fietsen op zondag. Er is dus niks nieuws onder de zon.

 

Om en om

Burgemeester Van Nispen tot Pannerden kondigt tijdens de vergadering van 29 juni 1946 aan dat dit jaar de kermis gehouden wordt op Donk; hij is altijd van mening geweest dat de kermis in Beek thuishoort, omdat deze altijd in het centrum van Beek wordt gehouden. Men heeft geprobeerd de kermis in de Koppelen te laten plaatsvinden maar de proef is niet geslaagd, wat misschien wel het geval zou zijn geweest als er een café naast het terrein zou zijn gebouwd, aldus de burgemeester. In de loop van 1945 heeft het toen zittende college besloten, zowel in Beek als Donk staanplaatsen voor kermisvermakelijkheden toe te wijzen. Daarbij is de ervaring opgedaan dat bij het tegelijk houden van twee kermissen, te weten op twee plaatsen, de kermisexploitanten terugschrikken om staanplaatsen te pachten. Zij zijn van oordeel dat bij het tegelijk houden van de kermis op twee dicht op elkaar gelegen plaatsen niet de minste zekerheid bestaat, dat de kermis op de hun toebedeelde plaats zal slagen. In 1945 is daarom reeds besloten de kermis niet meer tegelijk in de beide kommen te houden, aldus de burgemeester.

Er is vergunning om op de kanaaldijk aan de Pater de Leeuwstraat, vanaf de villa van Herman van Thiel tot die van Jan van Thiel, de vermakelijkheden te plaatsen. Bij toewijzing van die attracties blijkt echter, dat ook op dat terrein een grote inrichting niet geplaatst kan worden. Uitgezien wordt daarom naar een ander terrein. Gepacht kan worden het terrein van de heer H.L. van der Heijden, gelegen tussen de Goorloop en het pand van de heer Couwenberg langs de Kapelstraat. Het voorstel van het College van B&W is de kermis voortaan om en om in Beek en in Donk te houden, waarmee de raad unaniem akkoord gaat. Er  wordt niet vastgelegd waar precies de kermis zal worden geplaatst.

Andere dagen

Interessant is verder nog het voorstel van Burgemeester en Wethouders tijdens de raadsvergadering van 22 februari 1962 om als gevolg van de vijfdaagse werkweek de kermis voortaan niet meer op zondag, maandag en dinsdag te houden, maar op zaterdag, zondag en maandag. De raad neemt dit voorstel over en eind 1963 wordt dit weer terug gedraaid.

In de raadsvergadering van 20 december 1979 wordt besloten om in 1980 met de kermis uit te wijken naar Beek in verband met de verdere afbouw van het Piet van Thielplein. Ook wordt hier opgemerkt dat in 1946 is besloten om op de oneven jaren de kermis in Beek en op de even jaren op Donk te houden. 

Tot slot dit aardige artikel in De Zuidwillemsvaart van 13 september 1911. De schrijver werd niet vermeld, de tekst is letterlijk overgenomen. Tot lering en vermaak. “Zondagmiddag kregen er op de Donksche kermis een paar kwestie, met het gevolg, dat zekere v. O. uit  Helmond hevig aan het hoofd bloedend naar Dr. Timmers moest fietsen, waar zijne wonden verbonden werden. Toen de echtgenoote haar toegetakelden man naar Beek zag wegrijden, uitte zij haar weergalooze smart in de volgende bewoordingen: “ik wou dat zij hem helemaal kapot geslagen hadden dan was ik er af.”

Ja, Vondel had wel degelijk gelijk toen hij dichtte:

“Waar werd oprechter trouw
“Dan tussen man en vrouw
“Ter wereld ooit gevonden.”

En sommige sikkeneurige menschen mogen zeggen wat zij willen, maar ik vind onze kermissen echte gemoedelijke feesten, die wij in eere moeten houden. Wee den ontaarden Brabanter, die den staf durft breken, over onze hartverheffende kermissen. Wat beteekent een kapotte kop bij zooveel schoons en nuttigs, als onze kermissen aanbieden. Men zegt wel eens: er wordt op de kermissen gevochten en gemoord, maar dat doen de kermisbezoekers toch in lang niet allemaal, is het wel?”

(1) het Concilie van Mainz in 813 stelt op 29 september een feestdag voor de aartsengel Michael en alle andere engelen in; voor deze datum wordt gekozen omdat op 29 september 493 een basiliek bij Rome is gewijd op de plaats waar de aartsengel enkele maanden eerder zou zijn verschenen

(2) opgemerkt kan worden dat de raad spreekt over 30 in plaats van 29 september; Noord Brabant werd toen met een d geschreven 

(3) de brief van de pastoor is niet aanwezig bij het HIC Helmond 

(4) vergeten wordt gemakshalve dat onder dit artikel vermeld is, dat de burgemeester ontheffing kan verlenen

Bronnen:

Archief Beek en Donk, Historisch Informatie Centrum, Helmond:Brief van het College aan de pastoor; Inventarisnummer 24, pag. 61 van het register correspondentie B&W

Diverse Notulenboeken van de raad

Plaatsingsnummer 1600: Kermis


www.beleven.org/verhalen/feesten/herfst.html#mic

 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten