De Beek en Donkse bestuurders zijn boos. Boos op die van Gemert en wel zo erg dat zij tegen de gang van zaken een boze brief schrijven.
Het geeft namelijk geen pas om plots Beek en Donkse kooplieden te belasten met weg-, tol- of bruggeld als zij met hun waren door Gemert trekken. Ook bij het verladen in Gemert zelf van manufacturen, vee of gewassen hebben zij nooit hoeven te betalen, of het zou heel misschien in het verre verleden met de invoering van weggeld geweest moeten zijn. En dan voor hooguit een of twee jaar, langer zeker niet.
Gemertenaren mogen met hun negotie natuurlijk gewoon zonder te betalen over Beek en Donks grondgebied, want zoals inwoners uit de Meierij geen tol hoeven te betalen, zo worden die uit Gemert op dezelfde manier keurig netjes door ons behandeld. Zo doen we dat met buren! Eerlijke handel over en weer, zonder aantasting van de concurrentiepositie.
Maar Gemert ruikt geld, vraagt plots tol en daarom is het Beek en Donks gemeentebestuur in de pen geklommen om op hoge poten duidelijk te maken dat dit niet kan. Daarom hebben drossard Gerardus Deckers en de schepenen Adam Gerrits, Jan Pieters Roijackers en Willem Corstiaens op 22 januari 1697 geprotesteerd bij de Rentmeester-Generaal der Domeinen in Den Bosch.

Ondertekende deel van de getuigenis
Bron:
BHIC Den Bosch, Raad en Rentmeester-Generaal toegangsnummer 9, inventarisnummer 308
Geen opmerkingen:
Een reactie posten