Of in dit artikel ... een boompje neerhakken. In vroeger tijden stonden in ons dorp veel eikenbomen. Het hout werd hier voor allerlei toepassingen gebruikt, zoals voor de balken bij de bouw van boerderijen, het maken van gereedschap, kuipen en meubels en de schors werd gebruikt in de leerlooierij. Het hout werd regelmatig verkocht. Zo kwam ik tijdens ’n digitale speurtocht bij de Koninklijke Bibliotheek de volgende advertenties tegen.
In “De Noord-Brabander” van 17 september 1844 worden 1200 eiken te koop aangeboden. De Noord-Brabander werd uitgegeven in ’s-Hertogenbosch en verscheen drie keer per week.
En onderstaande advertentie is geplaatst in De Noord-Brabander van 13 maart 1845.
Geblekt wil zeggen dat de bomen van de schors zijn ontdaan. De lengte is ongeveer 5 meter en 74 cm (de Bossche voet is 28,7 cm). Belangstellenden kunnen ook hier terecht bij herbergier, koopman en assessor (tegenwoordig spreken we van wethouder) Hendricus Swinkels die een café bestierde bij de sluis op Donk.
Eerder vinden natuurlijk ook al openbare verkopen van eikenbomen plaats. In de Beek en Donkse archiefstukken vinden we bijvoorbeeld dat schout en schepenen (de toenmalige gemeenteraad) op 17 juli 1766 besluiten, dat daags na Sint Andriesdag, 30 november, er een openbare verkoop in het raadhuis is, waar een partij opgaande eikenbomen aan de Brandstraat verkocht wordt. In totaal worden 156 bomen in 61 afzonderlijke kopen verkocht en het levert de gemeente 211 gulden en tien stuivers op. De kopers moeten per gulden ook twee stuivers aan Jan van der Ven betalen die pachter is van de houtschat.
Kaalslag op de Donk
Op vrijdag 30 september 1768 vindt een vergadering plaats van drossard en schepenen van de heerlijkheid van Beek en Donk. Aanwezig zijn drossard Gisbert de Jong, gemeentesecretaris Leonard de Lang en de schepenen Jan van den Bogard, Johannes van Vegchel, Claas van den Oever en Antony van Hout. Afwezig zijn de schepenen Jan Teunis Verbakel, Jan Thomas Strijbosch en Pieter van der Putten.
Besloten wordt de borgemeesters Jan Wouters en Dirk Smits opdracht te geven in het raadhuis een openbare verkoop te organiseren, waar een aantal eiken verkocht gaat worden en de opbrengsten hiervan in de gemeenterekening op te nemen. Het is een behoorlijke partij van 391 bomen en interessant is de vraag waar deze eiken gestaan kunnen hebben. Jammer is dat je dat uit de stukken niet kunt opmaken, want het staat vaag beschreven: “Eenige Eicke Boomen, staande op de Donk”. Als deze ergens langs ‘n weg zouden staan, zou deze ook zo benoemd zijn zoals het geval is bij de Brandstraat. Daarom vallen de belangrijkste straten op de Donk, namelijk de “Lekkerstraat”, Karstraat, Donkersvoort en Herendijk af, evenals het Leek, omdat dit gebied te nat is voor eiken. Het zal er in ieder geval na het rooien van de eiken behoorlijk kaal hebben uitgezien.
Op maandag tien oktober is het bomvol in het kleine raadhuis aan de Heuvel. Beide borgemeesters leiden de verkoop en loco drossard, tevens president, Van den Bogard en de schepenen Van Vegchel en Van Hout zijn getuigen. Het gaat om 93 afzonderlijke kopen en er zijn maar liefst 53 potentiële kopers op afgekomen. Zes personen komen uit onze directe omgeving, de anderen zijn inwoners van ons dorp. Zo koopt smid Christ van Beek vijf bomen, waarvoor hij veertien gulden en acht stuivers betaalt. Ook moet hij vijf slagen afrekenen á raison van 15 stuivers, bovendien betaalt hij Hendrik Wagemans uit Aarle-Rixtel voor de houtschat nog eens 28 stuivers. Een grootopkoper is Thomas Ketelaars met 21 bomen waarvoor hij in totaal 64 gulden en 8 stuivers betaalt.
Maar Claas van Rixtel spant de kroon met 89 eiken. Hij betaalt hiervoor tachtig gulden en 11 stuivers, exclusief de verplichte houtschat. Claas of Nicolaas Thomas is in 1747 getrouwd met Jenneke Jacobs van Duijn en later in 1766 met Gertrudis Frederix. Hij is hoogstwaarschijnlijk koopman/handelaar. Harde bewijzen zijn in de archiefstukken niet gevonden, maar gezien de grote partij opgekochte bomen die nooit voor eigen gebruik kunnen zgeweest zijn én het feit dat hij in januari 1782 ’n huis aan de Peperstraat kooptvoor ƒ152,- en deze later in april van datzelfde jaar weer verkoopt voor ƒ200,- trek ik toch deze voorzichtige conclusie.
Deze openbare verkoop levert de gemeente 559 gulden en 10 stuivers op. En Hendrik Wagemans krijgt ruim 52 gulden, omdat hij de pacht van de houtschat heeft.
Openbare verkoop
Er zijn enkele regels die vroeger in ons dorp steeds bij een openbare verkoping van toepassing zijn:
- Bij iedere koop begint men met het aansteken van een kaars, het zogenoemde Hoogsel. Zodra de kaars is aangestoken, kan het bieden beginnen, wie met het doven van de kaars laatste bieder is, wordt de aankoper.
- De hoogste inzetter heeft het recht van “voormijnen”.
- De inzetter of mijnder moet minstens twee slagen slaan, als een soort vastlegging van de koop; deze twee slagen kosten ieder drie stuivers, ofwel “iederen slag zes stuivers halff en halff”.
- De koper is verplicht om bij het uitgaan van het Hoogsel twee inwoners aan te stellen als borgen, die in feite garant staan voor het doorgaan van de koop en voor betaling van de koopsom.
- De koper of mijnder betaalt de aangeschafte spullen én de houtschat op Lichtmis die op 2 februari is.
|
Borgemeester De borgemeester is de beheerder van de financiën. Hij assisteert daarmee de schout of drossardin zijn bestuurstaken. De naam van het latere hoofd van het gemeentebestuur, de burgemeester, is hiervan afgeleid. Het takenpakket is echter totaal verschillend. Gedurende een jaar draagt de borgemeester zorg voor de tijdige betaling van de renten en belastingen, en voor de inkomsten en uitgaven van de gemeente. Dit hele jaar loopt van Bamis tot Bamis: Sint Baafsmis op 1 oktober. De borgemeester behoort in de regel tot de meest draagkrachtigen van het dorp, omdat hij het risico loopt schulden uit eigen zak te moeten betalen. Daarom is dit baantje niet geliefd. Hij staat als het ware "borg" voor de dorpsfinanciën, vandaar borgemeester. |
|
Houtschat Het recht van de houtschat is het heerlijke recht om belasting te heffen op de productie van hout. Er is binnen Beek en Donk verscheidene malen geprobeerd om aan te tonen dat dit recht van oudsher niet toepasbaar was voor Beek en Donk. De plaatselijke heer stelt een collecteur aan die zorgdraagt voor de inning van de houtschat. Soms gebeurt zo'n aanstelling via een publieke verpachting (Jan van der Ven en Hendrik Wagemans) van het baantje. Wie hout wil vervoeren moet vooraf de houtschat betalen, doet men dat niet dan riskeert men een hoge boete. (Info Deurnewiki en Frans Leenders, met dank) |
Bronnen:
Regionaal Historisch Centrum Eindhoven, Oud Administratief Archief Beek en Donk 4-4 en 12-73
Koninklijke Bibliotheek, Historische kranten


Geen opmerkingen:
Een reactie posten