Dat de verhoudingen tussen Beek en Donk en Gemert niet altijd vriendschappelijk van aard waren, is al eens beschreven door Simon: ruzie over onderhoud van een gracht leidde tot een grensconflict die honderden jaren standhield.
Er zijn meer voorbeelden uit het verleden te noemen waaruit blijkt dat we elkaar soms even niet lagen.
Begin 1697
De Beek en Donkse bestuurders zijn boos. Boos op die van Gemert en wel zo erg dat zij tegen de gang van zaken een boze brief schrijven.
Het geeft namelijk geen pas om plots Beek en Donkse kooplieden te belasten met weg-, tol- of bruggeld als zij met hun waren door Gemert trekken. Ook bij het verladen in Gemert zelf van manufacturen, vee of gewassen hebben zij nooit hoeven te betalen, of het zou heel misschien in het verre verleden met de invoering van weggeld geweest moeten zijn. En dan nog voor hooguit een of twee jaar, langer zeker niet.
Gemertenaren mogen met hun negotie natuurlijk gewoon zonder te betalen over Beek en Donks grondgebied, want zoals inwoners uit de Meierij geen tol hoeven te betalen, zo worden die uit Gemert op dezelfde manier keurig netjes door ons behandeld. Zo doen we dat met buren! Eerlijke handel over en weer, zonder aantasting van de concurrentiepositie.
Maar Gemert ruikt geld, vraagt plots tol en daarom is het Beek en Donks gemeentebestuur in de pen geklommen om op hoge poten duidelijk te maken dat dit niet kan. Daarom hebben drossard Gerardus Deckers en de schepenen Adam Gerrits, Jan Pieters Roijackers en Willem Corstiaens op 22 januari 1697 geprotesteerd bij de Rentmeester-Generaal der Domeinen in Den Bosch.
1785
Ketellapper Willem van Bragt vraagt toestemming een huisjein Beek en Donk te mogen bouwen. Zijn gemeentebestuur is er fel op tegen, want stel je voor wat het gevolg zal zijn …
De schepenen weten dat Willem spreekt en omgang heeft met mensen die door hun forfaiten [misdaden] verbannen zijn of door een slecht geweten zich door klucht gered hebben.
Beek en Donk zal worden overstroomd met dezelfde verzoeken van arm volk, lieden die een aanslag zullen plegen op de armenkas.
En deze huisjes zullen als een magneet werken op gauwdieven en landlopers uit de aanliggende gehuchten. Vooral het vreemd territoir Gemert dat bekend staat als een plaats “fertiel van slecht volk”, een plaats die dikwijls een toevluchtsoord is voor personen die zich elders door hun misdrijf onveilig voelen. En die moeten we in ons nette Beek en Donk niet hebben, denken de bestuurders …
Geen opmerkingen:
Een reactie posten