Geschiedenis

donderdag 9 maart 2023

Cold Case 1741

Hij was nog zo gewaarschuwd: “Blijf van die snaphaan af.” Hij deed het toch, de trekker ging over, het schot viel.

Het was druk in de herberg van Peeter Janssen van der Putten op zondag 12 november van het jaar 1741. Een vijfentwintigtal plaatsgenoten en volk uit Lieshout dronk die middag een borrel of pint daar op Donkersvoort. In het werkhuis, via een deur verbonden met de herberg, speelde Francis samen met enkele andere kinderen. Tegelijkertijd met de Lieshoutse schepen Hendrik van Duijnhoven en zijn vrouw zou een jongeman van ’n jaar of twaalf mee zijn gekomen, althans dat werd achteraf beweerd. Deze jongeman was in de herberg met de snaphaan[1] van Francis Tony Franssen aan het spelen. Ondanks de waarschuwing dit niet te doen, stak hij even later toch het geweer door de op een kier staande deur richting het werkhuis en schoot. Hij dacht dat het geweer, ondanks dat het geladen was niet zou afgaan, beweerde later.

 

'n Snaphaan
Dodelijk getroffen stortte Francis, het tienjarig zoontje van Dirk Peters op de grond. Even later stierf hij aan zijn verwondingen en werd hij naar buiten gedragen door Bastiaan van der Speck die hem onder de lindenboom voor de herberg legde. De dader was intussen gevlucht, maar werd teruggehaald door Jan Hendriks, de oom van Francis.

Het was in die dagen gebruik dat een dokter en ‘n chirurgijn het dode lichaam moesten onderzoeken om te achterhalen wat de doodsoorzaak was. Daar waren ook altijd drie schepenen[2] van dorp of stad bij. In het geval van de dood van Francis waren dat medicine docter Ignatius van Dijck en chirurgijn Philippus Bartholomeus Douvens uit Gemert die constateerden dat de kogel in het rechter oog en via de hersenen door het bekkeneel (de schedel) was gevlogen. De schepenen Hendrik Strijbos, Jan Peters en Peter Verhallen van ons dorp waren getuige.

Was het een ongeluk of moord? Onderzoek zou misschien uitkomst bieden. Daartoe werden getuigen door de schepenen gehoord. Hier werden op 25 november vijf dorpsgenoten onder ede ondervraagd naar het gebeuren. Op de belangrijke vraag of de getuigen gezien hadden of Hendrik van Duijnhoven met zijn vrouw een jongeman bij zich hadden, verklaarde Paulus Peeters van der Putten en Jacomijn Bertrams van Roy, de “dienstmaagd” van herbergier Peeter Janssen van der Putten, dat dit daadwerkelijk zo was. Getuige Hendrik Peeters zag alleen Hendrik maar niet zijn vrouw of jongeman, terwijl Willem Michiel Houts Hendrik wel had gehoord, maar niet gezien, noch zijn vrouw of de jongeman. En getuige Jan Driessen had geen van drieën gezien.

Bizar was het getuigenverhoor in Lieshout. In eerste instantie waren zes mensen opgeroepen om een verklaring onder ede af te leggen in de secretarie van dat dorp. Dat was op 28 november waarop de zes weigerden te komen. Pas een maand later, op 28 december, kwamen zij hun verklaringen afgeven ten overstaan van drossard van de baronie Johan de Jong en de schepenen Eijndhouts, Royackers, Jansse. Ook schepen Hendrik van Duijnhoven was hier bij, toch een belangrijk persoon bij het ongeluk/moord! Geen van de getuigen hadden gezien dat Hendrik van Duijnhoven en vrouw een jongeman bij zich hadden toen zij naar de herberg kwamen. Wie de jongen was, hoe hij heette en wie de ouders waren, werd door de getuigen glashard beweerd van niets te weten. Ook hadden de Lieshoutenaren niet gezien dat de jongen een snaphaan pakte, noch hadden zij gehoord dat de jongen gewaarschuwd was deze weg te zetten. Zij wisten van niks toen werd gevraagd of deze jongen de snaphaan door de deur richting het werkhuis richtte en het schot loste. Het enige wat deze getuigen gezien hadden was, dat Francis zwaar gewond was geraakt aan het hoofd en in het werkhuis lag.

Namen van de Lieshoutse getuigen
 

De Lieshoutse Getuigen
 
Het lijkt er verdacht veel op dat hier sprake is van Lieshoutse omerta of zwijgplicht. Zouden de getuigen zijn omgekocht hun mond te houden, vraag je je af bij het lezen van de verklaringen. Of waren zij bang in het bijzijn van schepen Hendrik van Duijnhoven iets te zeggen wat hem niet beviel? Was hier sprake van ons kent ons?
In ieder geval kwam het niet tot een rechtszaak en veroordeling van de jongeman. Ook al zou het een dramatisch ongeluk zijn geweest waardoor geen rechtszaak nodig was geweest, dan nog was het zeer raar dat de naam van de blonde jongeman van 12 of 13 jaar oud niet bekend werd. Zou het toch het zoontje van Hendrik van Duijnhoven hebben kunnen zijn die de trekker overhaalde? We zullen het nooit weten, feit is wél dat Van Duijnhoven op het moment van de moord een zoon van tien jaar oud had, Arnoldus geheten…
Er zijn nog de nodige vragen te beantwoorden, zodat deze cold case nog niet is opgelost.
 
Bronnen:
BHIC, Den Bosch, Toegangsnummer 19 Raad van Brabant 1586 - 1811, Inventarisnummer 466.0244 (Zelf)moorden en doodslag.
RCHe, Eindhoven, Toegangsnummer 13063 Schepenbank Lieshout 1572 - 1810, Inventarisnummer 44 schepenprotocollen.


[1] Een snaphaan, vuursteengeweer of vuursteenmusket is een gladloops voorlaadgeweer.

[2] De schepen was een lid (ambtenaar) van een college van oordeelvoorstellers (oordeelvinders) die op rechtszittingen van het volksgerecht (ding) hun oordeel uitspraken.

 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten