Tramongelukken? Hier in ons dorp? U
vraagt zich misschien af of met bovenstaande titel een fout gemaakt is. Nee
hoor, wij hebben vroeger een tramlijn gehad waarop dagelijks ’n zevental trams
van Den Bosch naar Helmond en terug reed, waar veel personen gebruik van
gemaakt hebben en waarmee ook goederen vervoerd werden. Deze tram heeft van
1883 tot eind 1935 gereden. Lezers die al langer op D’n Tesnuzzik zijn
geabonneerd weten dit, want in 1983 zijn enkele artikelen hierover verschenen. Daarom
gaat dit artikel over andere, nog niet beschreven zaken. Met name zal duidelijk
worden waarom de tram ook in Beek en Donk de terechte bijnaam “De Goede
Moordenaar” heeft gekregen, met de nadruk op het laatste woord.
Het begint ermee dat de Rotterdamse
koopman J van Hasselt op 30 september 1880 aan de gemeenteraad vergunning vraagt
om een tramlijn aan te leggen op Beek en Donks grondgebied; hij vermeldt in
zijn brief dat de gemeente gebaat is met deze tramverbinding. Er zal weinig
hinder en luttel gevaar voor het andere wegverkeer zijn; de locomotieven bewegen
zich zonder geraas voort, werpen geen vonken of as uit, stoten geen rook uit en
zijn voorzien van remtoestellen die snel tot stilstand komen. Niks aan de hand,
vooruit met de welvaart. De praktijk zal echter een andere zijn. Tijdens de
vergadering van vrijdag 11 maart 1881 verleent de gemeenteraad hem vergunning
tot de aanleg ervan. Ook andere gemeenten verlenen zo’n concessie en in november
wordt de Stoomtramweg-Maatschappij ‘s-Hertogenbosch-Helmond (SBH) opgericht.
Op 23 augustus 1882 begint men hier bij
de brug voor het zuidelijk gedeelte van de lijn met het leggen van het spoor in
twee richtingen. De tram loopt aan de oostzijde van het kanaal naar
Aarle-Rixtel en maakt bij de Beekse brug een scherpe bocht om verder naar
Gemert te gaan. Het café aan de Beekse brug wordt een halteplaats waar
kastelein A. v.d. Boogaard in 1882 als eerste als stationschef dienst gaat doen
Op 18 februari 1883 is de feestelijke opening van de tramlijn. Jarenlang gaat
het goed met de maatschappij totdat de eerste financiële problemen ontstaan. In
1914 klopt de maatschappij onder andere bij onze gemeente aan met het verzoek
voor een bijdrage van ƒ5000,- in de vorm van een renteloos voorschot óf een
bedrag van ƒ300,- gedurende 25 jaar voor de instandhouding van de lijn. De raad
wijst dit verzoek met algemene stemmen af.
![]() |
De tram arriveert vanuit Aarle-Rixtel bij café Oomens. Let ook op het jaagpad, dat tussen het kanaal en de brugwachterswoning loopt. De foto is genomen rond 1900, met toestemming van Johanna Vogels. |
Door de Eerste Wereldoorlog is bij de
trammaatschappij de situatie verder verslechterd; er is steeds met verlies
gewerkt, de lijn verkeert in een slechte toestand en er zijn moeilijkheden met
de aanschaf van materieel. Daarom besluit een Commissie van Liquidatie de
exploitatie van de tram per 15 september 1918 te stoppen. Gezien het belang van
de lijn voor de aangesloten gemeenten probeert men dit op initiatief van de
burgemeester van Veghel te voorkomen. Voorgesteld wordt de lijnen Den
Bosch-Helmond en Veghel-Oss door de betrokken gemeenten over te nemen en dat
zou voor Beek en Donk een bijdrage van ongeveer ƒ5000,- inhouden. De raad komt
op 28 september bijeen om hierover te spreken en ondanks dat er vier moties
zijn binnengekomen om de tram te behouden (Middenstandvereniging Hanze, de
Coöperatieve Stoomzuivelfabriek, de Tuinbouwvereniging en de RK Werkliedenvereniging
hebben deze ondertekend) is de gemeenteraad unaniem van mening dat het risico
te groot is en het offer te zwaar. Op 4 oktober is een spoedeisende vergadering
over hetzelfde onderwerp, waarbij de leden Schoofs en wethouder Martinus
Vereijken vóór behoud van de tramlijn stemmen maar wethouder v.d. Leemputten en
de raadsleden Jansen, Van Hoof, Marianus Vereijken en Rooijakkers blijven
tegen. Weer wordt over de tram een vergadering belegd en op 4 november gaat de
raad toch overstag en nu met algemene stemmen, nadat de provincie een bijdrage
toezegt van ƒ250.000,- in de aankoop en herstel van de lijn. Op voorspraak van
raadslid Jansen zou het bedrag vermoedelijk tegen ”een matige rente” bij de
Boerenleenbank geleend kunnen worden, hetgeen daadwerkelijk zo is: tegen 4%
leent de gemeente een bedrag van ƒ4700,-

Bewijs van aandeel. De gemeente Beek en Donk was aandeelhouder bij de nieuwe trammaatschappij
Tramlijn
naar Eindhoven
Voor we de hoofdlijn van dit verhaal
vervolgen, stappen we even over op een –niet bestaand hebbend– zijspoor. Het is
minder bekend, maar in de loop der tijd is ook nog sprake geweest van de aanleg
van een tramlijn tussen ons dorp en Eindhoven. Reeds in 1897 probeert eerder
genoemde maatschappij SBH bij de gemeenteraad een concessie te krijgen voor de
aanleg daarvan. Op 29 december beraadslaagt de raad lang hierover en komt tot
het volgende besluit: de vergunning te verlenen onder de voorwaarden dat deze
via de Kerkstraat loopt én dat deze binnen drie jaar voor het publiek open is.
Daarna horen we niets meer, totdat op 25
juli 1913 burgemeester Verhaak met een verzoek bij de raad komt om te
investeren in een tramlijn naar Eindhoven. Het zou een mooie gelegenheid zijn
om deze via Donk te laten lopen zodat ook dit deel van de gemeente kan profiteren
van een tramverbinding. Op zijn initiatief heeft hij hiervoor concessie
(vergunning) bij de “Hooge Regeering” aangevraagd. De kosten worden op
ƒ425.000,- geraamd, waarbij het Rijk voor ⅓ deel bijdraagt. Volgens hem zijn
alle aanliggende gemeenten akkoord en hangt het nu van Beek en Donk af of deze
doorgaat. Als de lijn via Donk loopt is een investering van ƒ8000,- nodig en
via Beek kost het de gemeente ƒ5000,-. De wethouders hebben eerder in een
bespreking met de firma P. van Thiel & Zn. te horen gekregen dat deze
bereid is ƒ3000,- bij te dragen. Tijdens deze raadsvergadering gebeurt iets
uitzonderlijks. Marianus van Thiel is dan aanwezig en krijgt de gelegenheid de
raad toe te spreken om een en ander te verduidelijken, iets wat nooit eerder
gebeurd is: een burger die het woord krijgt tijdens een raadsvergadering! Hij
bevestigt de toezegging van het bedrag mits de tram via Donk gaat rijden. De
raad is niet helemaal overtuigd. De raadsleden Crooijmans, Schoofs en Martinus
Vereijken zijn vóór een bijdrage en de aanleg, lid v.d. Leemputten is tegen en
de leden Van Hoof, Marianus Vereijken en Rooijakkers willen dit punt aanhouden
tot een volgende vergadering, hetgeen gebeurt. Op 4 augustus wordt de discussie
voortgezet, dit keer zonder Van Thiel, maar er komt geen meerderheid voor een
subsidie van ƒ5000,- zodat de tramlijn afketst.
De regionale krant De Zuidwillemsvaart
vermeldt in augustus 1916 tenslotte nog dat in onze gemeente een ingenieur zich
tijdelijk heeft gevestigd, onder wiens leiding de opmetingen gedaan worden voor
de tram Beek en Donk-Eindhoven. Maar alle pogingen leden schipbreuk… de lijn zou
nooit worden aangelegd.

Tarieven 2e klas van 1920. Een kaartje van hier naar Helmond kostte toen 30 cent en naar Veghel 75 cent.
|
|
Terug naar de hoofdlijn van ons verhaal.
Hoe de tram aan deze lugubere bijnaam kwam, zal aan de hand van de volgende
voorvallen duidelijk worden. Woensdag 2 mei 1883 was het al zover, de eerste dode
met de tram viel in Veghel te betreuren en velen zouden nog volgen. Uit
krantenberichten en documenten in het gemeentearchief kunnen we ook voor ons
dorp een lijst samenstellen van ernstige persoonlijke ongelukken die hier
hebben plaats gehad, vaak met dodelijke afloop. Inwoners en buitendorpsen die nog
niet goed overweg konden met het nieuwerwetse fenomeen stoomtram en de dupe van
deze vooruitgang werden, want velen werden slachtoffer van hun eigen
onvoorzichtigheid. Helaas is het geen vrolijk verhaal.
13
aug. 1883 Het begon hier allemaal met een roddelachtig
stukje in “De Standaard”, een krant uitgegeven in Amsterdam. Daarin werd gemeld
dat de toen net wegens herhaalde dronkenschap ontslagen brievengaarder V. op de
tram wilde springen met het ongelukkig gevolg dat hij er onder raakte, zodat
een been er helemaal werd afgesneden. “Misbruik van sterke drank moet oorzaak
van het ongeval zijn”, werd nog tactloos opgemerkt. In “Het Nieuws van de Week”
dat in onze regio uitkwam, stond dat het zou gaan om J. Vogels die, zonder de
machinist of conducteur te waarschuwen, tussen Aarle-Rixtel en Beek en Donk op
de tram wilde springen, misgreep, vervolgens nog eens probeerde, misstapte en
‘n wagen over zijn been kreeg die verbrijzeld werd, terwijl zijn borst ook nog in
aanraking kwam met het voorste deel van de wagen. “Naar wij vernemen verkeert
den lijder in zeer bedenkelijken toestand.” Hij overleefde het ongeluk.
6
jun. 1884 De vijftienjarige Jozef Waaijers uit
Helmond lag in het hoge gras langs het kanaal in Beek te slapen. Wat hem ertoe
bracht uitgerekend daar te gaan liggen is de vraag. Hij was werkeloos,
misschien had hij in ons dorp gesolliciteerd, wie zal het zeggen, feit is dat hij
van de herrie van de langskomende tram wakker schrok, probeerde op te staan,
werd gegrepen door de loopplank van ’n wagon en daardoor onder de laatste wagon
kwam en totaal werd vermorzeld. “Oogenblikkelijk was de ongelukkige een lijk”,
volgens het Rotterdamsch Nieuwsblad.
15
sep. 1895 “Tussen Beek en Aarle-Rixtel is op zondagavond
de jongeman J.H. uit Helmond door de laatste tram vanuit Den Bosch naar Helmond
overreden. Hij wilde op de in volle vaart zijnde tram springen en was
onmiddellijk dood. Dezelfde tram reed bij Rosmalen een meisje beide benen af;
ook zij is dezelfde avond gestorven.” Dit bericht stond in Het Nieuws van den
Dag. Meer informatie is te vinden in “Het Nieuws van de Week”. Joh. Hermans,
een 23 jarige koopman uit Helmond, wilde in Gemert op de tram stappen om naar
huis te gaan, maar kreeg woordenwisseling met de conducteur over het betalen
van een kaartje. Hij mocht niet mee, waarna hij aanwandelde. Hij liep al langs
het kanaal op weg naar Aarle-Rixtel toen de tram hem voorbij reed. Hij wilde
erop springen en kwam onder de tweede wagon terecht. De machinist stopte
meteen, doch het was al te laat, want “de ongelukkige lag geheel ontzield
tusschen de tramlijn. Het bovengedeelte van het hoofd was totaal verbrijzeld,
het rechterbeen hing nog slechts met een velletje aan het lichaam en de
rechterhand was platgedrukt. Verder had hij nog een vreselijke wonde aan het
midden van het lichaam, zodat het lijk totaal verminkt was. Meteen werd hij in
de tram gedragen en naar Aarle-Rixtel in het lijkenhuisje getranporteerd."
|
|
16
aug. 1896 Tussen “De Drie Ossen” en Beek viel een
onbekende Eindhovense man van het balkon. Hij brak een arm die ook nog helemaal
“ontvleesd” was. Hij is in het Liefdehuis in Helmond opgenomen, waar later zou
worden besloten of de arm al dan niet afgezet moest worden.
5
aug. 1897 Een zekere P.O. raakte tussen het
Tramstation in Beek en de halte “De Drie Ossen” onder de in volle vaart zijnde
tram. De ongelukkige kreeg de wielen over beide benen, bij de ene was het been
boven, bij de andere onder de knie afgereden. Hij werd overgebracht naar het
Liefdehuis in Beek, waar de volgende dag zijn beide benen werden geamputeerd.
13
sep. 1898 Uit de berichtgeving wordt niet duidelijk
waar het volgende ongeval precies plaatsvond: “Gisteren is de heer M. uit Assen
op de hoogte van Beek en Donk uit de stoomtram ’s-Hertogenbosch-Helmond
gevallen, tengevolge waarvan hij onmiddellijk gedood werd,” aldus de Leeuwarder
Courant van 14 september. Het gaat hier om de 24-jarige koopman Johannes
Mikkers uit Asten (en niet uit Assen) en in “Het Nieuws van de Week” werd
gemeld dat dit ongeluk zich in Gemert afspeelde, waar hij door een draai die de
tram maakte van het balkon geslingerd werd en met zijn hoofd onder de wielen
terecht kwam. Het overlijden werd in ieder geval bij de burgerlijke stand in
Gemert opgetekend.
11
feb. 1899 Catharina Meulendijks, 32 jaar oud en
getrouwd met winkelier en spekslager Adrianus van Hulten, ging naar Helmond om
op de markt haar vleeswaren aan te bieden. Voordat de tram stilstond wilde zij
al uitstappen en kwam eronder. Twee wagons reden over haar heen, zodat beide
benen haast van haar lichaam werden gesneden. Zwaar gewond kwam zij om tien uur
weer in Beek en Donk, waar in het Sint Josephgesticht haar benen werden
geamputeerd. Maar het mocht niet meer baten, zij overleed ’s middags om half
vier. “Men kan zich de toestand van haar bedroefde echtgenoot voorstellen, die
zelf sedert een paar dagen ziek te bed ligt. De ongelukkige vrouw had voor haar
dood herhaalde malen verklaard, dat haar ongeluk niet te wijten was aan het
personeel van de tram, maar alleen aan haar eigen onvoorzichtigheid.” Zo viel
te lezen in de Nieuwe Tilburgsche Courant.
11
nov. 1900 Adrianus van Balkom, zoon van de
gemeentelijke veldwachter Antonie, was samen met andere kinderen aan het spelen
op het rangeerterrein van de stoomtram. Zij duwden een lege goederenwagon
vooruit, waar Adrianus in zat. Hij viel uit de wagon en kreeg zodoende de
wielen over zijn borst. Hij overleed op 14-jarige leeftijd aan de verwondingen.
13
jun. 1911 Antonia van den Broek is het elfjarige
dochtertje van koopman Hubertus (Bert) die getrouwd is met winkelierster Jacoba
van den Einden. Antonia moest al om 7 uur die morgen naar catechismus. Bij de
korte draai bij de brug wilde zij nog vóór de tram oversteken, kwam eronder en
werd inwendig zo zwaar getroffen dat bloed uit neus en mond stroomde. Het kind
overleed ’n half uur later aan haar verwondingen. “Naar men verneemt kon het
personeel het ongeluk niet voorkomen en geheel aan de waaghalzerij van het kind
hebben gelegen, een waarschuwing voor vele anderen om toch de tram eerst te
laten passeeren.” (Nieuwsblad van Helmond)
4
sep. 1911 De vijftienjarige Adolf was met zijn vader,
koopman Petrus Colen, naar Gemert gefietst om aan familie en vrienden een
afscheidsbezoek te brengen. Hij was namelijk pas afgestudeerd en zou naar
Rotterdam gaan voor een praktijkopleiding in de handel. Na het passeren van de
tram die de Beekse processie huiswaarts voerde, reed hij samen met een paar
makkers van “De Drie Ossen” naar Beek om
daar de processie nog eens te kunnen zien. Onderweg op de hoogte van café Engels
op de Beekse dijk was de jongen van de trappers geschoten en naast de tram
terecht gekomen. Een van de loopplanken sloeg hem onder de wielen, waardoor een
been vanaf de knie was verpletterd en van het andere de voet verbrijzeld. Het
gebeurde rond zes uur ’s middags en toen vader Colen na ’n kwartier kwam aangefietst
zag hij zijn zoon badend in het bloed liggen. Adolf werd onmiddellijk naar
Helmond vervoerd, waar hij diezelfde avond om acht uur overleed.
14
okt. 1917 Op zondagavond kwam schoenmakersknecht Arie
Aarts uit Geldrop van de Gemertse kermis en kwam onder de tram waardoor zijn
been werd afgereden. Hij werd overgebracht naar het Liefdehuis in Beek, maar sterft
in de nacht van zondag op maandag om
twee uur. Hij is de 25-jarige zoon van de gestorven Catharina Aarts.
![]() |
| Henschel locomotief die op de tramlijn gebruikt werd |
5 dec. 1923 Op weg naar Helmond vond tussen café “De Drie Ossen” en café Engels het volgende ongeluk plaats. Adrianus van Uden was samen met stiefzoon Johannes van Hooft uit Erp met een kar met biggen op weg naar de markt. Het was half zeven in de morgen en omdat hij koude voeten had was hij van de kar gegaan en liep hij tussen de tramrails. De tram uit Gemert kwam achterop gereden en door de zware mist gaf de machinist voortdurend signalen ter beveiliging. Daarop was Adrianus uitgeweken, gestruikeld en gevallen, waarop hij geraakt werd en van de dijk rolde. We volgen het verslag van de Nieuwe Tilburgsche Courant van 17 december: “Toen de tram tot stilstand was gebracht werden de lantaarns van de machine genomen en werd met behulp van het trampersoneel, alsmede met de zich toevallig in de tram bevindende ploegarbeiders, de omgeving afgezocht. Men vond toen Van Uden hevig bloedende in de sloot liggen, een voet missende. Zoo goed en zoo kwaad als het ging werd den verongelukte alle mogelijke hulp verleend en werd hij in een der tramrijtuigen naar Beek en Donk vervoerd. Daar aangekomen werd hem verdere geestelijke en geneeskundige hulp verleend. In het tramstation werden hem de laatste H.H. Sacramenten toegediend, waar hij twee uur na het ongeval omstreeks half negen aan zijn verwondingen bezweek.” In de brief die directeur Van Son van maatschappij HHVO naar burgemeester Van Nispen tot Pannerden stuurde staat nog te lezen dat de gewonde in het eersteklas rijtuig werd vervoerd naar het tramstation/café van Oomens waar dokter Timmers hulp bood. Rijksveldwachter Ivens en de gemeente-veldwachter Van Balkom waren eveneens gekomen en hebben de volgende getuigen gehoord: stiefzoon Van Hooft uit Erp en ploegwerker Wilhelmus Waals, Maria v.d. Sanden en betonwerker Hendrikus van Eindhoven, allen uit Veghel. Ivens heeft de Officier van Justitie in Roermond van het ongeval op de hoogte gebracht en later aan de directeur meegedeeld dat het personeel geen enkele schuld had. De tram (in de brief is sprake van trein) werd gereden door machinist W. Cortjens, stoker Joh. Bezemer en conducteur H. Korsten en de tram bestond uit machine, bagagewagen, 2 eerste klasse en 3 tweede klasse rijtuigen. Ook werd nog opgemerkt dat het Liefdehuis in Beek en Donk de getroffene niet kon opnemen, maar waarom dit het geval was werd niet meegedeeld.
27
mei 1925 Weer moest directeur Van Son een ongeval
melden aan eerder genoemde burgemeester. Nu was het de tienjarige Theo Konings
die even na half acht ’s avonds zijn moeder ging afhalen bij het tramstation.
Hij liep de tram tegemoet en wilde op het achterste personenrijtuig springen,
maar was tussen het rijtuig en de bagagewagon terechtgekomen, met het gevolg
dat zijn rechterbeen onder de knie werd afgereden. Na eerste hulp in het
tramstation, was hij per auto naar het Gasthuis in Helmond vervoerd waar zijn
been werd geamputeerd. Getuigen van het ongeluk waren Jacobus van Schijndel en
Albertus Gijbers beiden uit Gemert. Zij bevonden zich in het laatste
personenrijtuig. Tram no.16 werd gereden door machinist W. van Lee en
conducteur H. v.d. Burgt.
Uit al deze beschreven voorvallen kan de
conclusie getrokken worden, dat steeds sprake was van onoplettendheid of
onvoorzichtigheid bij de slachtoffers. Feit blijft dat de ongelukken voor zowel
slachtoffers, familie als óók voor het trampersoneel zeer nare gebeurtenissen
zijn geweest.
Laten we dit verhaal niet in mineur
eindigen, maar afsluiten met een vrolijke anekdote uit de krant.
Postzak
Het was ‘n gezellig groepje, onze
arbeiders uit Beek en Donk en Gemert. Ze hadden altijd veel lol als ze na het
werk in Helmond op de tram naar huis stapten. Er werden de nodige grapjes
verteld en zo schoot de reis goed op. Nog plezieriger was het als ook het
schoolmenneke, zoals zij hem noemden, op dezelfde tram stapte. Dan hadden ze
nog meer plezier, want ze namen hem vaak in het ootje en elke keer trapte het
menneke er ochèrm in, want ’t was ’n onnozelaartje.
Zo kon het gebeuren dat hij op ’n
donderdagavond in mei ook op de tram van half acht instapte. Ook nu waren de grappenmakers in een olijke bui en
vlak voordat ze bij de Beekse brug waren, pakten ze het menneke beet, stopten
hem in een grote lege zak die in de tram lag en bonden de zak dicht. Aangekomen
bij de halte zetten ze de zak buiten, waar de postbode al klaar stond om zijn
postzak naar het postkantoor te brengen. Hij nam hem op zijn schouder en vond
dat ie deze keer toch wel erg zwaar was. Plots begon de zak op zijn rug te
spartelen en verschrikt liet ie deze op de grond vallen, waar hij opensprong.
Tot zijn verbazing kroop het menneke schielijk uit de zak, rende terug en kon
nog net op tijd op de rijdende tram springen. Want hij moest natuurlijk wel
weer op tijd in Gemert zijn, waar ie woonde.
Uit mijn duim gezogen? Nee hoor, ik las
het bericht in de Tilburgsche Courant van zondag 14 mei 1905.
Bronnen:
D’n Tesnuzzik, jaargang 1983
BHIC Den Bosch, archief BBA
RHC Eindhoven, archief Lieshout
1811-1928, inv. 547
RCH Eindhoven, archief Aarle-Rixtel
1811-1932, inv. 528
RHC Eindhoven, archief Beek en Donk
1811-1930, inv. 5, 671 t.m. 675
Boek “Gemerts Nieuws 1881-1900”, Peter
Lathouwers
Bibliotheek Helmond,
microfiches regionale kranten
Koninklijke Bibliotheek
Den Haag, www.KB.nl Historische kranten



Geen opmerkingen:
Een reactie posten