Geschiedenis

donderdag 9 maart 2023

Gemerts burgemeester Rietman

Niet nuchter oordeel
Gemerts burgemeester Rietman was ervan overtuigd dat één kandidaat het moest worden. Toen veldwachter Egbert van den Hurk op 6 september 1833 overleed, wilden twee personen hem opvolgen, de 51-jarige Cornelus (sic) Gerritsen en Jan Gijsbert Lagerweij, 32 jaar oud.
Cornelus was al eerder veldwachter in Stiphout, later in Nuenen, Gerwen en Nederwetten en daarna in Gemert waar hij in alle opzichten voldaan had. In 1828 werden hij en zijn vrouw “vader en moeder” in het Roomsche weeshuis in Zwolle.
Het gemeentebestuur drong er bij Cornelus op aan te solliciteren, wat hij deed.
In de aanbevelingsbrief die burgemeester Rietman aan de Gouverneur van de provincie schreef, gaf hij onomwonden zijn voorkeur weer voor Cornelus en vroeg hem Cornelus te benoemen, omdat hij “uit vroegere ondervinding een goed veldwachter is, en welke zich nooijd aan dronkenschap pligtig maakt, het gene bij soortgelijke menschen iets zeldszaamst is, en gemakkelijk voor den dienst.

 

Bron:
BHIC Den Bosch, Provinciaal Bestuur 1810-1930, toegangsnummer 17, inventarisnummer 703

Oordeel over burgemeester Rietman en de assessoren

Brief van 1825 van de districtscommissaris van Helmond aan de Gouverneur des Konings van Noord Brabant:
“Gemert: de thans twee en zeventigjarige burgemeester Rietman heeft zich nooit door bijzondere geschiktheid onderscheiden en zijne klimmende jaren dragen het hunne bij om die geschiktheid te verminderen. Zwakheid is de hoofdtrek in zijn karakter, niet genoegzaam doordrongen van het gewigt zijner ambtsbetrekkingen is hij te toegewend en laat zich overbluffen, voor het overige is hij een goed braaf man, die zijne functien met ijver naar zijn beste kennis en wetenschap waarneemt. De assessoren Mathijs van den Biggelaar en Simon van den Einde zijn mij voorgekomen weinig geschiktheid te hebben om als burgemeester op te treden althans hiertoe veel minder dan twee andere raadsleden namelijk Johannes Appers (Oppers?) en Hendrik van der Willigen, de eerste is tevens plaatselijke ontvanger, van welke betrekking hij, tot burgemeester benoemd wordende, zoude moeten afzien.”
 
Bron:
BHIC, Den Bosch, Toegangsnummer 17 Provinciaal Bestuur, Plaatsingsnummer 4759
 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten