Op 17 november 1790 legt
Andries Haubraken, oud omtrent 80 jaar, in de raadkamer een verklaring af voor
president en loco officier E.A. Rovers en de schepenen H. de Ruijter en A.
Swinkels. Andries wordt bijgestaan door zijn schoonzoon, Hendrik Louwerens
Verbakel, oud ongeveer 50 jaar. Deze woont in Beek.
Andries beweert begin van
de maand drie of vier keer te zijn bestolen en dat hij de volgende spullen is
kwijtgeraakt: ’n paar witte broden, een bonte neusdoek, ’n zwartbruine zijden
neusdoek, een paar roggebroden, een kniep en een ander mes. Als hij deze morgen
17 november thuiskomt, merkt hij dat de deur van binnenuit op slot zit en nadat
hij een glasruit verwijderde kon hij naar binnen. Hier ziet hij de kelderdeur
openstaan, er ontbraken twee sleutels van de kamerkasten en een tarwemikje die
daar lagen. In de openstaande kasten ontbraken verder nog twee tarwemikjes.
Andries vermoedt dat de
dief nog in huis is, waarop hij zijn schoonzoon Hendrik laat halen, die in de
Aarlese Akker aan het mesten is. Hendrik is vervolgens op de zolderschelft
gekropen en ontdekt hier de jonge Johannes Janssen. Schepen H. de Ruijter heeft
hem gearresteerd en naar de raadkamer opgebracht.
Daarna wordt hij
overgebracht naar de gevangenpoort in Den Bosch waar hij op 30 november wordt
verhoord. Johannes zegt 17 jaar oud en van beroep schoenmaker te zijn. Hij
heeft geen ouders meer, maar wel een zus de tienjarige Anna. Hij bekent drie
weken eerder bij Andries Haubraken door de achterdeur van de voorstal in huis
te zijn geslopen en een wit en een roggebrood te hebben gestolen. Deze heeft
hij meegenomen naar Anne Mie, de weduwe van Aard Kuijpers waar hij deze broden
heeft opgegeten. Hij ontkent andere spullen te hebben gestolen.
Op 17 november verschaft
hij zich weer toegang tot de woning, sluit de deur om niet verrast te worden en
heeft in de kelder twee kastsleutels en een tarwemikje gestolen. Hij wil weer
gaan, maar hoort gerucht en vlucht naar de hooizolder, waar hij uiteindelijk
gevonden wordt. Hij vraagt vergiffenis en geeft beide sleutels terug. Dan wordt
hij gearresteerd. Op de vraag waarom hij heeft gestolen, komt een simpel
antwoord: hij heeft honger!
De gerechtsdienaren
kennen geen medelijden en vinden dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan
dieverijen die niet getolereerd kunnen worden. Hij moet daarom gestraft worden
“ter exempel en afschrik”. Er wordt een gevangenisstraf geĆ«ist van acht dagen …
op water en brood. Heeft ie even geen honger meer!
Genealogische
gegevens
Johannes Simons Janssen,
gedoopt op 8 juni 1774 in Aarle-Rixtel. Vader Nicolaas Simons, moeder Ida Jois
Swolfs (Nederduits gereformeerd). Peter is Simeon Jansse, meter is Maria Jois
Swolf.
Op 28 juni 1779 is in
Aarle-Rixtel Leonardus Janssens gedoopt, broer van Johannes.
Op 18 april 1781 is in het
Belgische Oostham Agnes Janssens geboren, het zusje Anna waarvan Johannes zegt
dat zij het enige familielid is.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten