Geschiedenis

dinsdag 7 maart 2023

De Beekse Toren

Reparaties

In de raadsvergadering van 29 februari 1840 wordt het besluit genomen tot verkoop van 10 bunders broek- en weigrond onder Bakel en Milheeze, waarvan Beek en Donk voor 1/8 deel mede-eigenaar is. De opbrengst hiervan komt goed van pas, omdat het gemeentekerkhof in orde moet worden gebracht en enkele noodzakelijke reparaties aan de toren moeten worden verricht. Daarna blijkt tijdens de raadsvergadering van 5 december dat ook de assen, klepels en pannen der 3-tons klokken aan vernieuwing toe zijn. Op 27 maart 1841 wordt een begroting ingediend waaruit blijkt dat de totale kosten ƒ470,- bedragen: aan te kopen plantsoen en heesters ter ontruiming ƒ20,-; poort ƒ75,-; arbeid bij de gelijkmaking ƒ25,-; torenspits-vernieuwing (“lood, leijen, planken, speijkers”) ƒ200,-; 6 nieuwe metalen pannen voor de klokken, en verdere reparatie aan het Belfort ƒ150,-

Klokkenist

In de raadsvergadering van 18 november 1884 moet het gemeentebestuur ƒ75,- uittrekken voor de reparatie van het gemeente-uurwerk. Dit is noodzakelijk geworden, omdat klokkenist Hendrik de Bruin “de boel zoo slecht behandelde”, aldus de reparateur. Het zou beter zijn De Bruin te ontslaan, hetgeen daadwerkelijk geschiedde. Op 12 februari 1885 wijst de raad het verzoek van De Bruin af om weer tot klokkenist te worden benoemd, en benoemt Martinus van de Evertuin, tevens veldwachter, om gedurende 1885 de torenklok “op te draaijen en zaterdags om 12 uur te luiden” voor een bedrag van ƒ25,- voor dat jaar.

Tegelijk werd een instructie voor de klokkenist van kracht:

1. eens per maand moet hij de tappen van het uurwerk smeren

2. eens per week moeten de tanden worden gesmeerd, na ze eerst te hebben afgepoetst en daarbij dient hij zo weinig mogelijk olie te gebruiken

3. eens per 24 uren moet de klok worden opgewonden, zoveel mogelijk op dezelfde tijd

4. hij moet alles vast maken wat soms los mocht raken en steeds dient hij te zorgen dat hamer en nijptang aanwezig zijn

5. “de geheele kast, die het uurwerk omsluit, wekelijks uit te stoffen en van spinnewebben te zuiveren”

6. de klokkenist is belast zaterdags alleen om 12 uur te luiden.

Tijdens de vergadering van 24 maart 1886 wordt met algemene stemmen besloten om in de grote kosten van het onderhoud van de toren enigszins tegemoet te komen door “zeker regt te heffen om met de klokken te mogen luiden bij het begraven van lijken, aanvang nemende 1 mei 1886 en wel volgens klassen waarin zij kerkelijk begraven worden.” Voor de 1ste klasse te heffen ƒ1,-; voor de 2e klasse ƒ0,50; voor de 3e klasse ƒ0,25; voor kinderen ƒ0,10 terwijl bij het begraven van armen de klokken kunnen worden geluid zonder betaling.

Bron:
Archief Beek en Donk 1811-1930, archiefnummer 3046, Notulenboek 1 en 3,
Historisch Informatie Centrum, Helmond

Geen opmerkingen:

Een reactie posten