Geschiedenis

woensdag 8 maart 2023

De Donkse Jongensschool

Opgegroeid op Donk en voor een stukje gevormd in de jongensschool in de Kapelstraat werd mijn belangstelling vele jaren later gewekt naar de bouw van deze school; wanneer en door wie werd deze gebouwd? Op zoek naar die informatie kwam ik erachter dat het niet zonder slag of stoot tot stand is gekomen. De raad heeft lange tijd de boot afgehouden om deze te realiseren. Dreigementen van de provincie moesten er aan te pas komen om de raad zover te krijgen. Na raadpleging van de nodige bronnen om een duidelijk beeld te krijgen volgt hier een reconstructie van die eerste jaren.

Piet van Thiel
Het begint allemaal in 1864. In november besluit de gemeenteraad Gedeputeerde Staten (GS) toestemming te vragen voor de nieuwbouw van een school in Beek, omdat de oude te klein is geworden door de bevolkingsaanwas. Ook kan de bestaande school niet uitgebouwd worden, omdat deze ingeklemd is tussen de onderwijzerswoning en het raadhuis. Ter illustratie: op 15 oktober van dat jaar zitten er 56 jongens en 52 meisjes in 2 klassen, die les krijgen van Franciscus Cornelis de Bie samen met een hulponderwijzer. Je kunt je afvragen of er met zoveel leerlingen in de klas nog wel goed onderwijs gegeven kan worden.

De nieuwbouw van de school komt ter ore van Piet van Thiel, oprichter van de bekende spijkerfabriek. Hij is het hiermee niet eens en schrijft begin december GS een brief met de vraag of het niet verstandiger is om een bijschool met hulponderwijzer op Donk te realiseren. Zodoende hoeft in Beek geen nieuwbouw te worden gepleegd en, wat belangrijker is, op Donk kunnen dan meer kinderen in staat worden gesteld onderwijs te volgen. De Donkse kinderen hoeven dan niet meer een half uur heen en terug te lopen; ook wijst hij er op dat Donk groter dan Beek is geworden (sinds de groei van de fabriek in de voorbije jaren).

Gedeelte van de brief van Piet van Thiel

GS stuurt deze brief met enkele statistische gegevens over Beek en Donk naar het college van burgemeester en wethouders (B&W) die dit voorlegt aan de raad in de decembervergadering. De raad besluit dat het nodeloos is op Donk een school tot stand te brengen, met alleen de stem van Antonie van Empel als voorstander van zo'n school. Zij gaat geheel voorbij aan de meegestuurde cijfers waaruit blijkt dat Donk in feite recht heeft op een school. In Beek wonen 106 huisgezinnen met 474 bewoners, op Donk zijn 136 huisgezinnen met 650 bewoners, waarbij de Broekkant met 38 gezinnen en 178 bewoners niet is meegenomen

Halverwege 1865 geeft GS burgemeester en wethouders in overweging om de nieuw te bouwen school tussen de kapel bij het gehucht Donk en de Heuvel op het gehucht Beek te bouwen. Ook nu weer wenst de raad hier niet aan te voldoen en besluit deze te bouwen in Beek bij de kerk, even achter de al bestaande. Van Empel staat ook nu alleen als hij voorstelt deze op de Hees te plaatsen. Daarmee is voorlopig de kous af. Voor de bouw van deze school wordt een strookje tuin van bakker Nicolaas van de Rijdt aangekocht, gelegen achter de tuin van hoofdonderwijzer De Bie.

Petitie

 
Verzoekschrift bewoners Donk

Het duurt tot 11 oktober 1881 voordat er echt schot in de zaak komt. Honderdelf Donkse personen tekenen een verzoekschrift aan de raad om een nieuwe school op Donk te realiseren. Weer gaat de raad hier niet op in en stelt de zaak uit. Eigenaardig is dat timmerman Johannes van Thiel wel al twee stukken grond heeft verkocht onder de voorwaarde dat indien de school niet zal doorgaan de koop zal worden vernietigd. Het ophalen van handtekeningen blijft natuurlijk niet geheim, B&W krijgt er lucht van. Het college schrijft op 17 oktober aan het kerkbestuur dat deze een subsidie van ƒ5000.- krijgt als het een katholieke bewaarschool wil bouwen, zodat een nieuwe openbare school overbodig wordt. De raad ondersteunt het college hierin. Op zondag 27 november bericht het kerkbestuur echter, dat het geen liefdesgesticht (bewaarschool annex meisjesschool) zal bouwen, zodat de raad in het nauw komt.

In januari 1882 beveelt GS dat een 2e school moet worden opgericht en wel op Donk. Uit de stukken blijkt dat burgemeester Switzar al vanaf het begin voorstander is van zo'n Donkse school. Er zijn daar al meerdere gronden aangekocht en de raad besluit de zaak te traineren door aan GS over te laten, welke percelen geschikt zijn voor de school. Telkens wordt benadrukt dat de raad vergroting van de Beekse school wil, omdat het minder kostbaar is. De raad gaat daardoor geheel voorbij aan het rechtmatige streven van het dorpsdeel Donk.

GS schakelt hierop de districtsschoolopziener in. In maart 1882 besluit de raad geen antwoord aan GS te sturen, omdat het verslag van deze schoolopziener niet juist zou zijn én hij zou een perceel, toebehorend aan A.v.d.Ven, niet hebben bekeken; ook begrijpt de raad niet dat men een terrein kan afkeuren waar arbeiderswoningen tegenover liggen, waar zich toch de meeste kinderen bevinden. De door de opziener aanbevolen terreinen zijn ook nog de hoogste in prijs. De raad blijft daarom volhouden aan de vergroting van de openbare gemeenteschool in Beek met alleen raadslid Egidius Maas -tevens een van de ondertekenaars- tegen.

Druk

GS berust hier niet in en verwacht vóór 20 mei een positief raadsbesluit. GS schrijft dat een nieuwe gemeenteschool gebouwd moet worden op de terreinen van P. Rooijakkers, J. van Thiel of van Frans Slits. De voorzitter brengt als eerste het terrein van Rooijakkers ter sprake: C. van Will is tegen, omdat het te kostbaar is en te ver uit het middelpunt, L. Verbakel is tegen om dezelfde redenen, A. v.d. Ven is tegen "omrede het voordeeligste zoude zijn de gemeenteschool te verbouwen om de afstand tot de Catechismus", V.d. Leemputten, H. Verbakel en A. v.d. Boogaard waren om dezelfde redenen tegen, Maas is voor. Het tweede en derde terrein worden om dezelfde redenen afgestemd met 6 tegen 1 (Maas). De raad neemt het volgende voorstel aan: "De gedeputeerde staten te verzoeken de gemeenteschool te vergrooten, om de grote kosten te sparen, verbonden aan den bouw eener tweede school." (niet vermeld is of Maas voor of tegen is) De raad heeft lak aan het bevel van GS.

GS pikt dit niet en dreigt met toepassing van artikel 126 en 127 van de gemeentewet, wat inhoudt dat uitvoering gegeven moet worden aan een besluit van GS en dat de kosten ervan op de nalatigen verhaald zullen worden. Het college van B&W is hiermee natuurlijk behoorlijk onder druk gezet en besluit in juli 1882 de Helmondse architect Jan Willem van der Putten opdracht te geven tot het maken van bestek en tekening voor de school en onderwijzerswoning, gedeeltelijk gelegen op gemeentegrond en de rest op het gekochte van J. v. Thiel, in totaal 1360 m2.

Verrassenderwijs keurt de raad de aankoop van grond in augustus met vier tegen één stem niet goed, omdat deze nog steeds volhardt in haar streven de Beekse school uit te breiden; wethouder Leendert Verbakel had op 7 augustus bedankt als raadslid (maar wordt in oktober weer gekozen!) en wethouder Christianus van Will hield zich wijselijk buiten de stemming, Maas was vóór. Het toont de lafheid van de wethouders: in juli wordt tijdens de collegevergadering ingestemd met de bouw en nu durft de ene dit niet toe te geven in een openbare raadsvergadering en de ander heeft zijn biezen gepakt

GS verzoekt de raad om het geraamde bedrag van ƒ12.500,- voor de bouw van de school op de begroting uit te trekken. De raad weigert, evenals de ƒ700.- voor de aankoop van de grond.  Als reactie hierop keurt GS de begroting voor het jaar 1883 niet goed, zodat de raad nog maar voor de helft van de geraamde uitgaven in dat jaar mag doen; ook besluit GS zélf het bedrag voor de bouw gewoon op de begroting te zetten, waarbij de raad de middelen tot dekking ervan moet aanwijzen. Nu gaat de raad een stap verder en tart GS door het bedrag dat nodig is voor aanpassing van de Beekse school te verhogen van ƒ2000,- naar ƒ5000,- om zodoende deze uit te breiden; ook besluit zij niet mee te werken aan het door GS geëiste bedrag voor de Donkse school. Weer is alleen raadslid Maas als enige tegen. De burgemeester moet nu in Den Bosch bij de Commissaris op het matje komen voor tekst en uitleg. Hij krijgt er te horen dat het bedrag op de raadsleden verhaald zal worden, maar de raad geeft weer geen krimp.

Intussen gaat architect Van der Putten toch gewoon verder met zijn opdracht en wil op 13 of 20 maart 1883 de aanbesteding laten plaatsvinden, maar dat gaat B&W te ver. Bij GS is de maat vol en op 1 maart 1883 schrijft zij aan B&W onder andere: "Aangezien bij verdere weigering de wet ten koste der nalatigen ingevolge art. 127 der gemeentewet zal worden uitgevoerd, verzoeken wij mededeeling te ontvangen van de namen der leden van het gemeentebestuur, die weigeren tot de uitvoering mede te werken." De zaak wordt zodoende op scherp gezet.

Juridisch advies

Maart 1883 besluit de raad in een ultieme poging de bouw tegen te houden, om advies in te winnen bij advocaat Jac. W. van den Biesen, die daarop op 19 maart schrijf, dat de zaak overziende, niets anders overblijft dan tot de bouw van de school over te gaan. Nadat dit advies in de vergadering van 21 maart aan de orde is geweest stelt burgemeester Switzar de volgende vraag: "Wil de raad terugkomen op de besluiten vroeger genomen en overgaan tot het bouwen eener tweede school?" Hierop antwoorden de beide wethouders Van Will en Verbakel en raadslid Maas bevestigend en wordt ontkennend geantwoord door de anderen. Het drama bereikt zijn climax.

B&W trekt zich schielijk terug van het slagveld en is  "niet langer onwillig om mede te werken tot het bouwen der tweede school", aldus de B&W-notulen van 21 maart. Op 4 april schrijft GS aan B&W dat zij blij is dat de raad thans genegen is tot uitvoering van het besluit van GS van 15 maart, waarbij de begroting is gewijzigd en vastgesteld; GS maakt hier een duidelijke interpretatiefout, want dit klopt niet, de raad blijft tegen!

Ondanks dat, vindt op 10 april 1883 de aanbesteding van de school plaats; deze valt tegen, want het laagste bedrag is ƒ17.941,- en dat is ƒ6.000,- boven de raming van de districtsschoolopziener. B&W wil een tweede aanbesteding, die op 9 mei plaatsvindt. Weer zijn de bedragen te hoog en GS wil dat het bestek aangepast wordt en dat het werk nogmaals in het openbaar aanbesteed wordt. Op 26 juni 1883 komt aannemer Coolen uit Tongelre met ƒ15.910,- als laagste van de tien inschrijvingen uit de bus, waarop B&W half juli aan GS meedeelt de bouw van de school niet te gunnen, omdat de aanbestedingsprijs in haar ogen nog veel te hoog voorkomt, de tijd van het jaar te ver verstreken is én omdat de ophoging van het terrein en de funderingen zoveel tijd zullen kosten dat men er beter aandoet, te wachten tot volgend jaar, en dan misschien voor een mindere prijs kan worden aanbesteed.

GS is des duivels en antwoordt dat als er vóór 31 juli door B&W niet is besloten tot gunning er direct wordt overgegaan tot de bouw en dat zal worden ingegrepen door de Commissaris van de Koning.

Brief aan de Minister

Intussen heeft de raad in mei een brief geschreven naar de Minister van Binnenlandse Zaken met het verzoek tussenbeide te komen, omdat het de raad onmogelijk is het besluit van de provincie te ontduiken en zij doet een beroep op de belangen van de gemeente en van het Rijk. In de conceptbrief in klad, die aanwezig is, staan "argumenten" als:


-   de bouw is uitgelokt door een verzoekschrift van 20 van de 100 kiezers voor de gemeenteraad

-   driekwart van de bevolking is tegen de bouw

-   zes van de zeven raadsleden hebben met alle macht tegen gewerkt

-   de raad heeft uit onwetendheid geen beroep aangetekend tegen het besluit van GS

-   GS heeft B&W gedwongen om haar medewerking te verlenen

-   de burgemeester, iemand uit Amsterdam, is vóór het bouwen van die school, dat hij echter de belangen van de gemeente niet schijnt te kennen en niet te behartigen.

De raad deinst er dus zelfs niet voor terug de burgemeester frontaal aan te vallen en af te katten, maar het mag niet meer baten.

Aannemer Coolen krijgt de opdracht als hij voldoende borg kan stellen, wat niet het geval is. Er komen van alle kanten klachten binnen dat hij slecht werk aflevert, redenen voor B&W om het werk te gunnen aan aannemer Frans Oliviers uit Gemert voor het bedrag van ƒ15.910,- en niet voor het door hem ingeschreven bedrag van ƒ15.941,-. Oliviers gaat hiermee akkoord. Verder wordt besloten Bert Lammers uit Boerdonk te benoemen tot dagelijks opzichter voor het bedrag van ƒ13,- per week en architect Van der Putten tot algeheel opzichter.

Rekening voor de bestektekeningen door architect Van der Putten

Begin bouw

Eindelijk kan dan in augustus 1883 de schop in de grond en wordt een aanvang genomen met het werk. Het wordt een fraai complex van schoolgebouw, overdekte en open speelplaats en onderwijzerswoning. Het schoolgebouw is onderverdeeld in drie klassen. De aannemer levert hierbij ook 50 schoolbanken voor 100 kinderen, 3 lessenaars, 6 borden van glad lindehout en een telraam met 200 gedraaide houten balletjes.

In oktober richt B&W zich tot GS met de mededeling dat er geen geld meer in de gemeentekas is, dat de aannemer recht heeft op een flink deel van de aanneemsom en dat als het Rijk meteen het subsidiebedrag uitkeert er toch nog een tekort blijft van bijna ƒ2.500,-. Omdat de bouw op order van GS heeft plaatsgehad en het bij dit college bekend is dat de som niet voorhanden is, hoopt B&W dat GS met een oplossing komt. Waarop GS met het simpele antwoord komt dat het bedrag op de begroting verhoogd dient te worden, in de raadsnotulen dient de stemming hierover duidelijk beschreven te worden met de namen van de voor- en tegenstemmers; in geval de raad dit voorstel verwerpt kan de aannemer de gemeente in rechten aanspreken en dus verzoekt GS de raadsleden er met nadruk op te wijzen wat de gevolgen van verwerping zullen zijn. Verder wijst GS erop dat de gemeente in aanmerking kan komen voor extra rijkssubsidie. De raad gaat hiermee akkoord en vraagt rijkssubsidie aan.

 

Plattegrond van school en onderwijzerswoning

In november 1884 keurt de schoolopziener de school goed en geeft de raad in overweging de sollicitatieprocedure op te starten en een schoolhoofd te benoemen met een jaarwedde van ƒ800,-.

In de raadsvergadering van 12 februari 1885 wordt Augustus Franciscus Hamelynck als eerste hoofd van de school benoemd en hij wordt op 11 april ingehuldigd. Per 1 mei komt H.J. de Bie hem als gewoon onderwijzer versterken en zijn er dus twee klassen met zowel jongens als meisjes in de klassen. Het is zoals in Beek een openbare school. De naam St. Jozefschool krijgt deze pas vele jaren later, nadat het is overgedragen aan het katholiek kerkbestuur van Donk. Het gebouw ziet er ook anders uit dan wat men zich ervan zal herinneren. Drie lokalen met vanaf de speelplaats de ingang; geen gang en kolenhok aan de achterzijde en ook geen twee verdiepingen tellend gebouw er tegenaan geplakt. Dat alles kwam pas in 1923.

Bronnen:
HIC Helmond: Archief gemeente Beek en Donk 1811-1930, Inventarisnummers:
3, Registers van notulen van de raad 1855-1896

9, Register van notulen van de vergaderingen van Burgemeester en Wethouders, (genaamd deliberatiën en besluiten)

27, Correspondentieregister B&W

28, Extract uit het register van besluiten en deliberatiën van B&W

780, brief Kerkbestuur aan de gemeenteraad

784, Stukken betreffende de bouw op de Donk van een 2e L.O. school in de gemeente, 1881-1885

BHIC, Den Bosch archief 17, nummer 5921 ingekomen en uitgaande stukken GS
 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten