Geschiedenis

vrijdag 10 maart 2023

Broedermoord

Maar liefst vijf keer hebben de schepenen getuigen gehoord in de zaak, vier keer hier in de raadkamer en Gemertse schepenen hebben twee drinkmaten uit hun dorp verklaringen laten afleggen. In totaal zijn 38 personen verhoord met weinig meer als resultaat dan “van horen zeggen”, “ik heb niets gezien”, “daar was ik niet bij” en dus geen eensluidend bewijs. Toch kwam er later een veroordeling, want er was wel degelijk het nodige gebeurd.
 
Een reconstructie
Het is zondag 18 november 1781. ’s Middags is Christiaan Maas[i] tot zes uur in de herberg van Peeter Dekkers geweest en van daaruit ging hij naar de kroeg van boer/herbergier Gerrit van der Cruijs. Zijn jongere broer Claas is diezelfde dag van ’s middags twee tot negen in de herberg van Bartel van den Bogard, drinkt ’n pintje en kaart met de knecht van Hendrik van Will, Peeter Swinkels en Joseph Leenders. Later op de avond treffen Claas en Christiaan elkaar in de herberg van Willem Goord van Bragt. Van daaruit zijn zij rond half twaalf, na nog even buiten de deur met de twee Gemertse maten[ii] gepraat te hebben, richting huiswaarts gewandeld. Wat er hierna precies is voorgevallen is niet helemaal duidelijk.
 
Uit de getuigenverklaringen blijkt dat beide broers “konnen samen nie wel accorderen”, zij hadden in het verleden op jonge leeftijd al regelmatig ruzie en de laatste tijd ging het er steeds om dat het Christiaan niet zinde dat Claas een oogje had op een zus van Willem Goord van Bragt, de herbergier.
Johannes Dirk van den Bogard en Johannes Mathijs Swinkels komen die avond volgens hun verklaringen om twaalf uur van Ginderdoor aan in de Auwerstraat toen zij bij het huis van Hendrik Corstiaan Maas horen roepen: “Lieven Heere Jesus wat is mij overkomen?” Zij weten alleen niet wie wat heeft gedaan.
Peter Jansen van der Putten verklaart dat Laurens van Grotel, bijnaam van Laurens van Kuijk, hem vertelde dat het gerucht ging dat Claas om twee uur diezelfde nacht naar zijn oom Michiel van Heertum in Aarle is gegaan en hem het “begaane fait” heeft opgebiecht, waarop Michiel hem de raad gaf zich van kant te maken of om te vluchten. Laurens heeft dit weer van anderen gehoord. Mocht dit het geval zijn, is het eigenaardig dat deze Michiel van Heertum niet gehoord is, althans er zit geen verklaring van hem in het dossier.
Een van de buurtgenoten van de familie Maas, Francis Hendrikx van der Heijden, is in de bewuste nacht tussen twaalf en een uur door Jan Peter Willem Martens uit bed geroepen, omdat Christiaan met een messteek is thuisgekomen. Zij zijn naar Maas gegaan en Francis zag dat het al te laat was.
Een aantal getuigen wordt verhoord op 23 november 1781

 
Op maandag 19 november gaan de schepenen Johannes van Vegchel, Peeter Jansen van der Putten en Nicolaas (Claas) Verhallen zich, samen met medicine doctor Jacobus Teesing uit Erp en meester-chirurgijn Jacob de Fost uit Gemert, naar het huis van Hendrik Corstiaan Maas. Daar treffen zij het dode lichaam van zijn zoon Christiaan. Hij is overleden aan de verwondingen, door messteken in de buik.
 
Op 22, 24 en 27 november gaat vorster Johannes van Heemert samen met schutter en dienaar van justitie Adriaan Simons naar het huis van Hendrik Maas om de verdachte van de steekpartij Claas, op te halen voor ondervraging. Hij is niet aanwezig en het blijkt dat hij nog steeds op de vlucht is. En op 28 november schrijft drossaard Johan de Jong aan de Raad van Brabant dat broer Claas de vermoedelijke dader is.
 
Veroordeling
Enkele maanden later, op 20 februari 1782, geven de vier Donkse schepenen Jan v.d. Oever, Gerrit Gruijters, Nicolaas Verhallen en Peeter Jan v.d. Putten te kennen om als rechters in de zaak tegen Claas Maas te worden vervangen. Dit vanwege bloedverwantschap met de familie Maas[iii]. Dit wordt ingewilligd en de Donkenaren Jan Piet v.d. Putten, Willem Jansen v.d. Bogard, Gijsbert Swinkels [Donkersvoort] en Louwrens Dries Maas vervangen hen en treden op als rechters in dit familiedrama. Doordat Claas voortvluchtig blijft en dus niet aanwezig is, moet de rechtszaak tot vijf keer toe worden uitgesteld. Pas op 19 augustus kunnen de schepenen van Beek en Donk rechtspreken, na advieswerk van de advocaten T. Santvoort en Willem Corn. Ackersdijck uit Den Bosch[iv].
Claas Hendrik Maas wordt op 19 augustus 1782 bij verstek veroordeeld tot levenslange verbanning uit onze heerlijkheid. Mocht hij alsnog in handen van justitie vallen, zal hij alsnog worden gevonnist.
 
De vier schepenen laten zich in het proces vervangen

Bronnen:
BHIC Den Bosch, Inventaris Raad van Brabant, inventarisnummer 466-575

RHC Eindhoven, Archief Beek en Donk 1607-1811, jaarrekening 12-87 en registers van resolutiƫn 4-5



[i] Christianus (Christiaan) Maas, geboren 22 december 1752, oudste zoon van Hendrik Corstiaan Maas. Hendrik is getrouwd met Maria Petri Claassen van den Oever en woonachtig in de Karstraat. Nicolaas (Claas) is het tweede kind van Hendrik en Maria, geboren op 14 november 1754.

[ii] Jan de Willem Tony van Kessel en Willem Willems Nol van de Vondervoort, uit de Groenendaal, hebben bij hun Gemertse schepenen verklaringen over die avond afgelegd.

[iii] In de jaarrekening wordt de term maagschap gebruikt voor familiebetrekkingen, bloedverwantschap.

[iv] Zij ontvangen hiervoor 28 gulden en 3 stuivers.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten