Geschiedenis

vrijdag 10 maart 2023

Hengstig

Tot twee keer toe had hij Peter gevraagd of de mensen het al wisten. Tot zijn opluchting was beide keren het antwoord ontkennend. Deze daad moest onder de pet blijven, zouden wij tegenwoordig zeggen. De pregnante zaak werd uiteindelijk voorgelegd aan de schepenen van Den Bosch die er een oordeel over moesten vellen[1]. Het is ruim 260 jaar stilgehouden tot het dossier mij onder ogen kwam. Alsnog kunnen we hem nu aan de nieuw opgerichte schandpaal nagelen.
 
Crispinus (Crispijn) Hoekwater was lid van de “Regering” in Waalwijk en getrouwd met Margarita van Helmont. Toen zij stierf leerde hij Catharina Kloek kennen, waarmee hij trouwde. Samen met haar zus Agnes had zij in deze plaats een winkel en de jonge Petronella (Pieternel) Quirijns was bij hen dienstmeid. Toen Crispijn gemeentesecretaris in Beek en Donk werd, gingen hij en zijn vrouw Catharina in Aarle wonen, omdat er in Beek en Donk geen woning gevonden werd. Lang zou hij hier niet blijven[2]. Ook Pieternel ging bij hen als dienstmeid aan de slag, tot zij al in mei 1749 ging werken bij de bekende oud-schepen van Den Bosch, Mr. Johan Hendrik van Heurn. Onnozel als zij was, kwam zij er pas later achter dat zij zwanger was. Van zes op zeven januari 1750 beviel Pieternel van een dochter. Tijdens de barensnood verklaarde zij in eerste instantie aan vroedvrouw Lijsbeth Claas Schippers dat de Aarlese Toon Smits de vader was, maar toen het kind gedoopt zou worden bekende zij dat Crispijn “vleeselijk met haar heeft geconverseerd.” Dat gebeurde’s avonds verschillende keren in het achterhuis bij het voeren van het paard, maar ook gewoon ín huis als de hoogzwangere Catharina al in bed lag. Zelfs toen Pieternel in Den Bosch werkte, kwam Crispijn tot twee keer toe op bezoek om met haar “thee te drinken.”
 
De Kaak op het Heuvelplein

Hij werd aangeklaagd bij de schepenen van Den Bosch en verschillende verklaringen werden afgelegd. Zo vertelde Peter, de vader van Pieternel, dat hij -nadat hij was ingelicht dat zij bevallen was- naar Aarle was geweest en tegen Hoekwater had gezegd dat hij de vader was. Uiteraard ontkende Crispijn waar zijn vrouw bij aanwezig was, maar eenmaal buitenshuis vroeg hij Peter of er ruchtbaarheid aan gegeven was. Hij beloofde naar Den Bosch te komen om te bespreken hoe de zaak het beste in stilte te schikken zou zijn. Op het afgesproken tijdstip echter verscheen Hoekwater niet, maar Peter vond hem én zijn vrouw in herberg “De Tarton” in de Hinthamerstraat. En weer vroeg Crispijn hem of de zaak stilgehouden was en ook nu antwoordde hij dat niemand het wist.
 
Op 16 februari schreef Crispijn een brief aan de schepenen in Den Bosch, waarin hij aangaf dat hij uit losse geruchten vernomen had dat Pieternel bevallen was. Op aandringen van de vroedvrouw had zij Crispijn genoemd als vader en hij voelde zich “van zodanig lelijk feijt sig gansch onschuldig” en hij wilde dat de schepenen deze vroedvrouw onder ede  zouden ondervragen. Ook schreef hij dat Pieternel in barensnood verklaarde dat Toon Smits de vader zou zijn. Toon was knecht die vlakbij Crispijn woonde en hij heeft menigmaal deze Toon met Pieternel “dartelende en stoeiende gevonden.” Met andere woorden, deze Toon zou wel eens de aanstichter van de zwangerschap kunnen zijn en niet hij, volgens onze secretaris.
 
In het dossier zit verder een brief van advocaat Juijn aan de schepenen. Hem kennen we als een van de advocaten die betrokken waren bij de terechtstelling van Peter van Neerstraten, alias Keugelkens Peter in 1755 hier ter plaatse. Volgens Juijn was de zaak van Pieternel duidelijk. Hoekwater had zich schuldig gemaakt  aan het bezwangeren van Pieternel en derhalve aan “crimen adulterii”, ofwel overspel. En volgens artikel 80 van het Echt-Reglement uit 1656 zou hij daarvoor een boete van honderd gulden moeten betalen[3].
 
Het is niet duidelijk of de schepenen de eis van Juijn hebben overgenomen en Hoekwater bestraft is, of dat de zaak in der minne is geschikt om maar eens ‘n toepasselijke uitdrukking te gebruiken. Ook is niet bekend of Crispijn het kind heeft erkend en aan de opvoeding financieel heeft bijgedragen. Wel weten we dat hij ook bij zijn vrouw zeven kinderen heeft gekregen. Na Beek en Donk was Hoekwater schepen in Helmond geworden, wat inhoudt dat hij vanuit Aarle-Rixtel daarnaartoe verhuisde.


[1] Stadsarchief ‘s-Hertogenbosch, Rechterlijk Archief  89/8

[2] RHC Eindhoven, oud archief Beek en Donk 1300-1811, inventarisnummer 4-2.

  Crispijn wordt op 17 september 1748 door de Staten-Generaal als secretaris benoemd en op 5 november hier beëdigd. Op 11 november 1749 is bekendgemaakt dat Hoekwater heeft gedesisteerd (afzien van) als secretaris; President-schepen Jan van den Bogard wordt door de schepenen voorgedragen om zijn taken voorlopig over te nemen. De Staten-Generaal benoemen Jurianus Treffers per 18 december 1749 als zijn opvolger; hij legt op 30 december in Beek en Donk de eed af.

[3] Echt-Reglement, Over de Steden, ende ten platten Lande, in de Heerlijckheden, ende Dorpen, staende onder de Generaliteyt. In date den 18 Martij 1656

LXXX.

 Maer is 't overspel begaen by een ghetrouwt Man, met eene ongetrouwde Vrouw, soo sal de Man als eereloos ende meyneedigh, metter daet sijn Officie ende Staet verbeuren, indien hy eenige heeft, ende waer hy die onder onsen Landen heeft, ende voorts incapabel verklaert werden, om eenige staet ofte Officie onder ons gebiedt te mogen bedienen, ende noch gecondemneert werden in de boete voor de eerste reyse van hoindert guldens: Ende daer inne hem wederom vergrypende, in een boete van drie hondert guldens, ende voorts naer exigentie van saecken, by bannissement oft ander gestraft werden.

 

Onthulling van de kaak op het Heuvelplein op 23 november 2013


 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten