Tot twee keer toe had hij Peter gevraagd
of de mensen het al wisten. Tot zijn opluchting was beide keren het antwoord
ontkennend. Deze daad moest onder de pet blijven, zouden wij tegenwoordig
zeggen. De pregnante zaak werd uiteindelijk voorgelegd aan de schepenen van Den
Bosch die er een oordeel over moesten vellen[1]. Het is ruim 260 jaar stilgehouden
tot het dossier mij onder ogen kwam. Alsnog kunnen we hem nu aan de nieuw
opgerichte schandpaal nagelen.
Crispinus (Crispijn) Hoekwater was lid
van de “Regering” in Waalwijk en getrouwd met Margarita van Helmont. Toen zij
stierf leerde hij Catharina Kloek kennen, waarmee hij trouwde. Samen met haar
zus Agnes had zij in deze plaats een winkel en de jonge Petronella (Pieternel)
Quirijns was bij hen dienstmeid. Toen Crispijn gemeentesecretaris in Beek en
Donk werd, gingen hij en zijn vrouw Catharina in Aarle wonen, omdat er in Beek
en Donk geen woning gevonden werd. Lang zou hij hier niet blijven[2]. Ook Pieternel ging bij
hen als dienstmeid aan de slag, tot zij al in mei 1749 ging werken bij de
bekende oud-schepen van Den Bosch, Mr. Johan Hendrik van Heurn. Onnozel als zij
was, kwam zij er pas later achter dat zij zwanger was. Van zes op zeven januari
1750 beviel Pieternel van een dochter. Tijdens de barensnood verklaarde zij in eerste
instantie aan vroedvrouw Lijsbeth Claas Schippers dat de Aarlese Toon Smits de
vader was, maar toen het kind gedoopt zou worden bekende zij dat Crispijn
“vleeselijk met haar heeft geconverseerd.” Dat gebeurde’s avonds verschillende
keren in het achterhuis bij het voeren van het paard, maar ook gewoon ín huis
als de hoogzwangere Catharina al in bed lag. Zelfs toen Pieternel in Den Bosch
werkte, kwam Crispijn tot twee keer toe op bezoek om met haar “thee te
drinken.”
 |
De Kaak op het Heuvelplein
|
Hij werd aangeklaagd bij
de schepenen van Den Bosch en verschillende verklaringen werden afgelegd. Zo
vertelde Peter, de vader van Pieternel, dat hij -nadat hij was ingelicht dat
zij bevallen was- naar Aarle was geweest en tegen Hoekwater had gezegd dat hij
de vader was. Uiteraard ontkende Crispijn waar zijn vrouw bij aanwezig was,
maar eenmaal buitenshuis vroeg hij Peter of er ruchtbaarheid aan gegeven was.
Hij beloofde naar Den Bosch te komen om te bespreken hoe de zaak het beste in
stilte te schikken zou zijn. Op het afgesproken tijdstip echter verscheen
Hoekwater niet, maar Peter vond hem én zijn vrouw in herberg “De Tarton” in de
Hinthamerstraat. En weer vroeg Crispijn hem of de zaak stilgehouden was en ook
nu antwoordde hij dat niemand het wist.
Op 16 februari schreef Crispijn een
brief aan de schepenen in Den Bosch, waarin hij aangaf dat hij uit losse geruchten
vernomen had dat Pieternel bevallen was. Op aandringen van de vroedvrouw had
zij Crispijn genoemd als vader en hij voelde zich “van zodanig lelijk feijt sig
gansch onschuldig” en hij wilde dat de schepenen deze vroedvrouw onder ede zouden ondervragen. Ook schreef hij dat
Pieternel in barensnood verklaarde dat Toon Smits de vader zou zijn. Toon was
knecht die vlakbij Crispijn woonde en hij heeft menigmaal deze Toon met
Pieternel “dartelende en stoeiende gevonden.” Met andere woorden, deze Toon zou
wel eens de aanstichter van de zwangerschap kunnen zijn en niet hij, volgens
onze secretaris.
In het dossier zit verder een brief van
advocaat Juijn aan de schepenen. Hem kennen we als een van de advocaten die
betrokken waren bij de terechtstelling van Peter van Neerstraten, alias
Keugelkens Peter in 1755 hier ter plaatse. Volgens Juijn was de zaak van
Pieternel duidelijk. Hoekwater had zich schuldig gemaakt aan het bezwangeren van Pieternel en derhalve
aan “crimen adulterii”, ofwel overspel. En volgens artikel 80 van het Echt-Reglement
uit 1656 zou hij daarvoor een boete van honderd gulden moeten betalen[3].
Het is niet duidelijk of de schepenen de
eis van Juijn hebben overgenomen en Hoekwater bestraft is, of dat de zaak in
der minne is geschikt om maar eens ‘n toepasselijke uitdrukking te gebruiken.
Ook is niet bekend of Crispijn het kind heeft erkend en aan de opvoeding
financieel heeft bijgedragen. Wel weten we dat hij ook bij zijn vrouw zeven
kinderen heeft gekregen. Na Beek en Donk was Hoekwater schepen in Helmond
geworden, wat inhoudt dat hij vanuit Aarle-Rixtel daarnaartoe verhuisde.
[1] Stadsarchief ‘s-Hertogenbosch,
Rechterlijk Archief 89/8
[2] RHC Eindhoven, oud archief Beek en Donk
1300-1811, inventarisnummer 4-2.
Crispijn
wordt op 17 september 1748 door de Staten-Generaal als secretaris benoemd en op
5 november hier beëdigd. Op 11 november 1749 is bekendgemaakt dat Hoekwater
heeft gedesisteerd (afzien van) als secretaris; President-schepen Jan van den
Bogard wordt door de schepenen voorgedragen om zijn taken voorlopig over te
nemen. De Staten-Generaal benoemen Jurianus Treffers per 18 december 1749 als
zijn opvolger; hij legt op 30 december in Beek en Donk de eed af.
[3] Echt-Reglement, Over de Steden, ende ten
platten Lande, in de Heerlijckheden, ende Dorpen, staende onder de
Generaliteyt. In date den 18 Martij 1656
LXXX.
Maer is 't overspel begaen by een ghetrouwt
Man, met eene ongetrouwde Vrouw, soo sal de Man als eereloos ende meyneedigh,
metter daet sijn Officie ende Staet verbeuren, indien hy eenige heeft, ende
waer hy die onder onsen Landen heeft, ende voorts incapabel verklaert werden,
om eenige staet ofte Officie onder ons gebiedt te mogen bedienen, ende noch
gecondemneert werden in de boete voor de eerste reyse van hoindert guldens:
Ende daer inne hem wederom vergrypende, in een boete van drie hondert guldens,
ende voorts naer exigentie van saecken, by bannissement oft ander gestraft
werden.
 |
Onthulling van de kaak op het Heuvelplein op 23 november 2013
|
Geen opmerkingen:
Een reactie posten